Onderafdeling I.
Algemene bepalingen


Art. 16.3.1.

§ 1.

De volgende personen kunnen toezichthouders zijn :

1°  de personeelsleden van het departement en de agentschappen die behoren tot een van de beleidsdomeinen, vermeld in artikel III.1, eerste lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, die worden aangewezen door de Vlaamse Regering, hierna gewestelijke toezichthouders te noemen; 
de personeelsleden van de provincie die worden aangewezen door de [...] deputatie, hierna provinciale toezichthouders te noemen; 
de personeelsleden van de gemeente die worden aangewezen door het college van burgemeester en schepenen, hierna gemeentelijke toezichthouders te noemen; 
de personeelsleden van een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid die worden aangewezen door het bevoegde orgaan, hierna intergemeentelijke toezichthouders te noemen;
de personeelsleden van een politiezone die worden aangewezen door het bevoegde orgaan, hierna toezichthouders van politiezones te noemen.

 

§ 2.

Contractuele personeelsleden kunnen enkel toezichthouder zijn mits zij hiertoe speciaal zijn beėdigd. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden van de eedaflegging bepalen.


Art. 16.3.2.

Als toezichthouders kunnen enkel personen worden aangesteld die over de vereiste kwalificaties en eigenschappen beschikken om de toezichtopdracht naar behoren te vervullen. De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaraan de toezichthouders moeten voldoen.

 

De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden, die onder meer betrekking kunnen hebben op de scholingsvereisten, bepalen waaraan de toezichthouders moeten voldoen.


Art. 16.3.3.

De toezichthouders oefenen het toezicht onafhankelijk en neutraal uit.

 

Zij moeten hun taak naar behoren kunnen vervullen en krijgen daartoe de nodige middelen ter beschikking.

 

Zij mogen geen nadeel ondervinden van de taak die zij als toezichthouder vervullen.

 

De Vlaamse Regering kan hiervoor de nadere regels bepalen.


Art. 16.3.4.

Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering de aanstelling van de toezichthouders, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 2°, 3°, 4° en 5°, subsidiėren, alsook ondersteuning geven voor de opleiding en permanente vorming van die toezichthouders. De Vlaamse Regering kan hiertoe de nadere regels bepalen.


Art. 16.3.4bis.

De deputaties, de colleges van burgemeester en schepenen en de bevoegde organen, vermeld in artikel 16.3.1, §1, 4° en 5°, zijn in de volgende gevallen gehouden tot een meldingsplicht over de aanstelling van toezichthouders als vermeld in artikel 16.3.1, §1, 2°, 3°, 4° en 5°:

de toezichthouder neemt zijn functie minstens zes maanden niet waar
de toezichthouder legt zijn functie definitief neer.

 

De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop en de instantie waarbij de melding gedaan moet worden.

 

Het subsidiėren van de aanstelling van toezichthouders overeenkomstig artikel 16.3.4 kan afhankelijk worden gesteld van het voldoen aan deze meldingsplicht.