Onderafdeling II.
Gemeentelijke toezichthouders, intergemeentelijke toezichthouders en toezichthouders van politiezones


Art. 16.3.5.

De gemeentelijke toezichthouders kunnen toezicht uitoefenen in de eigen gemeente, in een aangrenzende gemeente of in de andere gemeenten van het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de politiezone waarvan de eigen gemeente deel uitmaakt, mits zij hiervoor toestemming hebben gekregen van die andere gemeenten.

 

De intergemeentelijke toezichthouders kunnen alleen toezicht uitoefenen in de gemeenten die behoren tot het intergemeentelijk samenwerkingsverband waardoor ze zijn aangesteld.

 

De toezichthouders van de politiezones kunnen enkel toezicht uitoefenen in de gemeenten die behoren tot de politiezone.

 

De Vlaamse Regering kan hiertoe de nadere regels bepalen.


Art. 16.3.6.

De Vlaamse Regering kan het minimumaantal toezichthouders bepalen voor gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of politiezones. Ze kan zich hiervoor baseren op het aantal inwoners, de bestreken oppervlakte , of het aantal en de soort van hinderlijke inrichtingen, ingedeeld conform de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, §1.


Art. 16.3.7.

Bij verhindering van krachtens artikel 16.3.1, § 1, 3°, 4° en 5°, aangewezen toezichthouders kunnen voor een termijn van maximaal één jaar waarnemende toezichthouders worden aangesteld.

 

De Vlaamse Regering kan hiertoe de nadere regels bepalen.