Onderafdeling III.
Gewestelijke toezichthouders


Art. 16.3.8.

1.

Gewestelijke toezichthouders kunnen niet de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie.

2.

In afwijking van 1 kunnen de gewestelijke toezichthouders die toezicht uitoefenen op de milieuvoorschriften, vermeld in artikel 16.1.1, 2, artikel 16.1.1, 3, artikel 16.1.1, 4, artikel 16.1.1, 7, artikel 16.1.1, 11, artikel 16.1.1, 14, artikel 16.1.1, 15, en artikel 16.1.1, 16, ook de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie.

De afwijking, vermeld in het eerste lid, geldt ook voor de internationale en Europese milieuvoorschriften waarvan de Vlaamse Regering krachtens artikel 16.1.1 bepaalt dat de bepalingen van titel XVI er ook op van toepassing zijn en die tot de bevoegdheid van de gewestelijke toezichthouders, vermeld in het eerste lid, behoren.

3.

In afwijking van paragraaf 1 kunnen toezichthouders die toezicht uitoefenen op het decreet, met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid, 19 ter, en op titel V met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten en die belast zijn met de uitvoering van de handhaving op het beleidsveld Ruimtelijke Ordening ook de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie.