Afdeling III.
Toezichtrechten


Onderafdeling I.
Algemene bepalingen


Art. 16.3.10.

Bij de uitvoering van hun toezichtopdrachten beschikken toezichthouders over de volgende toezichtrechten :

het recht op toegang, vermeld in artikel 16.3.12; 
het recht op inzage en kopie van zakelijke gegevens, vermeld in artikel 16.3.13; 
het recht van onderzoek van zaken, inclusief het monsternemings-, metings-, beproevings- en analyserecht, vermeld in artikel 16.3.14; 
het recht van onderzoek van transportmiddelen, vermeld in artikel 16.3.17;
het recht op ondersteuning, vermeld in artikel 16.3.18;
het recht op het doen van vaststellingen door middel van audiovisuele middelen, vermeld in artikel 16.3.19;
het recht op bijstand van de politie, vermeld in artikel 16.3.21.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de toezichtrechten die elke categorie toezichthouders kan uitoefenen.


Art. 16.3.11. Toezichthouders maken van hun toezichtrechten alleen gebruik voor zover dat redelijkerwijs nuttig wordt geacht voor de vervulling van hun toezichtopdrachten.

Art. 16.3.11bis.

Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de bevoegde entiteiten waartoe de toezichthouders, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoren, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.


De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de bevoegde entiteiten waartoe de toezichthouders, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoren, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.


De bevoegde entiteit waartoe de toezichthouder, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoort, moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.


Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.


Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde entiteit waartoe de toezichthouder, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoort, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de bevoegde toezichthouder, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.



Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst de bevoegde entiteit waartoe de toezichthouder, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoort hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.


Onderafdeling II.
Recht op toegang


Art. 16.3.12.

Toezichthouders mogen altijd, zonder voorafgaande verwittiging, elke plaats vrij betreden en het benodigde materiaal meenemen. Zij moeten hierbij de interne en externe veiligheidsprocedures respecteren.

 

Tot de bewoonde lokalen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen :

ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming gekregen van de bewoner; 
ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de rechter in de politierechtbank. In dat geval hebben de toezichthouders alleen toegang tussen vijf uur ’s morgens en eenentwintig uur ’s avonds.

 


Onderafdeling III.
Recht op inzage en kopie van zakelijke gegevens


Art. 16.3.13.

Met het oog op de uitoefening van de toezichtrechten, zoals bedoeld in artikel 16.3.10, 1° tot en met 5°, mogen toezichthouders inzage vorderen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Hiertoe mogen zij zich die informatiedragers laten voorleggen op de plaats die zij aanwijzen.

 

Zij mogen zich van alle zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers kosteloos een kopie laten verstrekken of er zelf een kopie van maken. Als kopiėren niet mogelijk is, mogen zij die informatiedragers tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs bij zich houden of meenemen tijdens de periode die vereist is om hun opdracht te volbrengen.


Onderafdeling IV.
Recht van onderzoek van zaken


Art. 16.3.14.

§ 1.

Toezichthouders mogen zaken onderzoeken of laten onderzoeken. Zij mogen ze onder meer beproeven of laten beproeven, er monsters van nemen of laten nemen, ze meten of laten meten en ze analyseren of laten analyseren. Zij mogen daartoe verpakkingen openen of laten openen.

 

Als het onderzoek niet ter plaatse uitgevoerd kan worden, mogen zij de zaken tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs meenemen tijdens de periode die vereist is om het onderzoek uit te voeren.

 

§ 2.

Toezichthouders mogen de technische middelen en personeel om de monsterneming, meting of beproeving uit te voeren kosteloos opvorderen van de houder van de te onderzoeken zaken.

 

§ 3

Toezichthouders mogen gedurende de tijd die noodzakelijk is voor het onderzoek, het vervoer, het gebruik en de verwerking van zaken verbieden zonder dat hen hiervoor kosten worden aangerekend.


Art. 16.3.15.

De monsternemingen, metingen of beproevingen worden uitgevoerd door toezichthouders of door daartoe erkende laboratoria of milieudeskundigen.

 

De analyses worden uitgevoerd door toezichthouders of door daartoe erkende laboratoria.

 

Als er voor een specifieke monsterneming, meting, beproeving of analyse geen erkenning bestaat, wordt die monsterneming, meting, beproeving of analyse uitgevoerd door de toezichthouders of door de geaccrediteerde laboratoria of volgens een referentiemeetmethode of, bij gebrek daaraan, volgens een methode die de door de Vlaamse Regering hiertoe aangeduide instantie aanvaardt. 


Art. 16.3.16.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor het uitvoeren van monsternemingen, metingen, beproevingen en analyses.

 

De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de erkenning van laboratoria en milieudeskundigen. Ze kan tevens de voorwaarden bepalen waaraan bij gebruik van de erkenning moet worden voldaan.


Onderafdeling V.
Recht van onderzoek van transportmiddelen


Art. 16.3.17.

Toezichthouders mogen transportmiddelen en de lading ervan onderzoeken of laten onderzoeken, en inzage vorderen van de wettelijk voorgeschreven documenten.

 

Zij mogen bevelen geven aan de bestuurders of begeleiders. Zo mogen ze onder meer bevelen dat de bestuurders of begeleiders hun transportmiddel kosteloos stilzetten en dat ze het kosteloos naar een door hen aangewezen plaats brengen.


Onderafdeling VI.
Recht op ondersteuning


Art. 16.3.18.

Bij de uitoefening van hun toezichtrechten mogen toezichthouders zich laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid.

 

Gemeentelijke toezichthouders mogen zich laten ondersteunen door gewestelijke toezichthouders. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere regels bepalen.


Onderafdeling VII.
Recht op het doen van vaststellingen door middel van audiovisuele middelen


Art. 16.3.19. Zonder afbreuk te doen aan de regelgeving over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waaronder artikel 8 EVRM, en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, kunnen de toezichthouders vaststellingen doen met audiovisuele middelen.

Onderafdeling VIII.
Recht op bijstand


Art. 16.3.20. Iedereen moet aan toezichthouders binnen de door hen gestelde termijn alle medewerking verlenen die zij redelijkerwijs kunnen vragen bij de uitoefening van hun toezichtrechten.

Art. 16.3.21.

Toezichthouders kunnen bij de uitvoering van hun toezichtopdrachten de bijstand van de politie vorderen.

 

Om de uitoefening van het toezichtrecht op inzage en kopie van zakelijke gegevens mogelijk te maken, kunnen toezichthouders met de bijstand van de politie overgaan tot het openen en gebruiken of doen gebruiken van zaken als de hiernavolgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld :

het volbrengen van de toezichtopdracht vereist de uitoefening van het toezichtrecht; 
de uitoefening van het toezichtrecht is niet mogelijk op een andere wijze; 
de persoon die het genot heeft van de zaken in kwestie geeft geen toestemming tot opening of gebruik.