Art. 16.3.14.

1.

Toezichthouders mogen zaken onderzoeken of laten onderzoeken. Zij mogen ze onder meer beproeven of laten beproeven, er monsters van nemen of laten nemen, ze meten of laten meten en ze analyseren of laten analyseren. Zij mogen daartoe verpakkingen openen of laten openen.

Als het onderzoek niet ter plaatse uitgevoerd kan worden, mogen zij de zaken tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs meenemen tijdens de periode die vereist is om het onderzoek uit te voeren.

2.

Toezichthouders mogen de technische middelen en personeel om de monsterneming, meting of beproeving uit te voeren kosteloos opvorderen van de houder van de te onderzoeken zaken.

3

Toezichthouders mogen gedurende de tijd die noodzakelijk is voor het onderzoek, het vervoer, het gebruik en de verwerking van zaken verbieden zonder dat hen hiervoor kosten worden aangerekend.