Onderafdeling VIII.
Recht op bijstand


Art. 16.3.20. Iedereen moet aan toezichthouders binnen de door hen gestelde termijn alle medewerking verlenen die zij redelijkerwijs kunnen vragen bij de uitoefening van hun toezichtrechten.

Art. 16.3.21.

Toezichthouders kunnen bij de uitvoering van hun toezichtopdrachten de bijstand van de politie vorderen.

Om de uitoefening van het toezichtrecht op inzage en kopie van zakelijke gegevens mogelijk te maken, kunnen toezichthouders met de bijstand van de politie overgaan tot het openen en gebruiken of doen gebruiken van zaken als de hiernavolgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld :

1 het volbrengen van de toezichtopdracht vereist de uitoefening van het toezichtrecht;
2 de uitoefening van het toezichtrecht is niet mogelijk op een andere wijze;
3 de persoon die het genot heeft van de zaken in kwestie geeft geen toestemming tot opening of gebruik.