Onderafdeling I.
Oplegging


Art. 16.4.5.

Na de vaststelling van een milieu-inbreuk of milieumisdrijf kunnen bestuurlijke maatregelen worden opgelegd.

 

Bestuurlijke maatregelen kunnen worden opgelegd ten aanzien van degene die een milieu-inbreuk of een milieumisdrijf heeft gepleegd, alsook diegene die opdracht heeft gegeven om handelingen te stellen die een milieu-inbreuk of milieumisdrijf uitmaken.

 

De Vlaamse Regering kan bepalen in welke omstandigheden bestuurlijke maatregelen moeten worden opgelegd. 


Art. 16.4.6.

De personen, bevoegd voor het opleggen van bestuurlijke maatregelen, zijn :

toezichthouders, voor de milieuwetgeving waarop hun toezichtopdracht betrekking heeft; 
de gouverneur van een provincie of zijn plaatsvervanger, voor de milieu-inbreuken of milieumisdrijven aangewezen door de Vlaamse Regering; 
de burgemeester of zijn plaatsvervanger, voor de milieu-inbreuken of milieumisdrijven aangewezen door de Vlaamse Regering.

 

Wanneer de burgemeester, de provinciegouverneur of de niet-gewestelijke toezichthouders geen of geen afdoende bestuurlijke maatregelen opleggen, kunnen de bevoegde gewestelijke toezichthouders bestuurlijke maatregelen opleggen.

 

De personen die volgens dit decreet bevoegd zijn om bestuurlijke maatregelen op te leggen, zijn ook bevoegd om een bestuurlijke dwangsom op te leggen.


Art. 16.4.7.

§ 1.

De bestuurlijke maatregelen kunnen de vorm aannemen van :

een bevel [...] om maatregelen te nemen om de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of herhaling ervan te voorkomen;
een bevel [...] om activiteiten, werkzaamheden of het gebruik van zaken te beëindigen; 
een feitelijke handeling van de personen, vermeld in artikel 16.4.6, op kosten van degene ten aanzien van wie de bestuurlijke maatregelen werden opgelegd, om de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of herhaling ervan te voorkomen; 
een combinatie van de maatregelen, vermeld in 1°, 2° en 3°.

 

 

 

§ 2.

De bestuurlijke maatregelen kunnen onder meer het volgende inhouden :

de stopzetting of uitvoering van werkzaamheden, handelingen of activiteiten; 
het verbod op het gebruik van of de verzegeling van gebouwen, installaties, machines, toestellen, transportmiddelen, containers, terreinen en alles wat zich daarin of daarop bevindt;
de volledige of gedeeltelijke sluiting van een inrichting; 
het meenemen van daarvoor vatbare zaken, met inbegrip van afvalstoffen, waarvan het bezit of het gebruik in strijd is met de milieuwetgeving, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid;
het onmiddellijk vernietigen, op kosten van degene ten aanzien van wie de bestuurlijke maatregelen werden opgelegd, van zaken die bederfelijk zijn of waarvan het bezit verboden is. Als het om dieren gaat waarvan het bezit verboden is, kunnen die op kosten van degene ten aanzien van wie de bestuurlijke maatregelen werden opgelegd, al naar gelang het geval, ofwel onmiddellijk worden vrijgelaten, ofwel worden overgebracht naar een erkend opvangcentrum voor vogels en wilde dieren, ofwel worden vernietigd.

 

Voor de uitvoering van die maatregelen mogen de bevoegde personen, alsmede de personen die ze hebben aangewezen, elke plaats vrij betreden en het benodigde materiaal meenemen. Tot de bewoonde lokalen kunnen ze alleen toegang hebben als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen :

ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming gekregen van de bewoner; 
ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de rechter in de politierechtbank. In dat geval hebben ze alleen toegang tussen vijf uur ’s morgens en eenentwintig uur ’s avonds. 

 

De bevoegde personen kunnen bij de uitvoering van de bestuurlijke maatregelen de bijstand van de politie vorderen.

 

Artikel 92 tot en met 96, artikel 387 en artikel 397, §2 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning blijven onverkort van toepassing.


Art. 16.4.7bis.

De bestuurlijke dwangsom kan worden opgelegd per tijdseenheid en per schending, alsook per onderscheiden opgelegde maatregel.

 

Als de bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd per tijdseenheid, per schending of per opgelegde maatregel, kan een maximumplafond van het te betalen bedrag vermeld worden.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin de dwangsom kan worden opgelegd en de modaliteiten ervan.


Art. 16.4.8.

In de gevallen, vermeld in artikel 16.4.7, § 1, 1° en 2°, bevatten bestuurlijke maatregelen een einddatum om er uitvoering aan te geven. Bij de bepaling van die uitvoeringstermijn wordt rekening gehouden met de tijd die redelijkerwijs is vereist om er uitvoering aan te geven.

 

Als er geen einddatum is bepaald, moeten de bestuurlijke maatregelen zo snel mogelijk worden uitgevoerd.


Art. 16.4.8bis.

§ 1.

Bestuurlijke maatregelen kunnen niet meer worden opgelegd na het verstrijken van een termijn van vijf jaar nadat voor de milieu-inbreuk of voor het milieumisdrijf een verslag van vaststelling of een proces-verbaal door een toezichthouder is afgesloten, met behoud van de toepassing van paragraaf 2.

 

Bestuurlijke maatregelen kunnen niet meer worden opgelegd als er meer dan twintig jaar is verstreken nadat de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf is gepleegd.

 

§ 2.

De verjaringstermijnen, vermeld in paragraaf 1, worden geschorst gedurende de uitvoeringstermijn van de bestuurlijke maatregel die voor de schending in kwestie is opgelegd. Als er in het kader van een besluit houdende bestuurlijke maatregelen verschillende maatregelen met verschillende uitvoeringstermijnen zijn opgelegd, wordt de verjaringstermijn geschorst gedurende een termijn die overeenkomt met de langst durende uitvoeringstermijn.

 

De verjaringstermijnen, vermeld in paragraaf 1, worden geschorst gedurende de termijn waarin de bestuurlijke maatregelen het voorwerp uitmaken van een beroep bij de minister als vermeld in artikel 16.4.17, alsook gedurende de termijn waarin een beslissing van de minister als vermeld in artikel 16.4.17, het voorwerp is van een procedure bij de Raad van State.


Art. 16.4.9. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de vorm en de inhoud van de bestuurlijke maatregelen.