Onderafdeling II.
Procedure voor het opleggen van bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke dwangsommen


Art. 16.4.10.

§ 1.

Bestuurlijke maatregelen worden schriftelijk of mondeling opgelegd.

 

§ 1bis.

De bestuurlijke dwangsom wordt altijd schriftelijk opgelegd in het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen waarop de dwangsom betrekking heeft.

 

§ 2.

De schriftelijke oplegging gebeurt door de kennisgeving van het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen.

 

§ 3.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen op elektronische wijze wordt bezorgd. Ze bepaalt in dat geval de nadere voorwaarden.

 

§ 4.

Het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen bevat minstens :

een vermelding van de milieuvoorschriften die werden geschonden; 
een overzicht van de vaststellingen inzake de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf;
een omschrijving van de opgelegde bestuurlijke maatregelen en de uitvoeringstermijn ervan;
de vermelding dat tegen het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen in beroep kan worden gegaan, alsook een omschrijving van de procedure om in beroep te gaan.
in voorkomend geval de motieven die aan de bestuurlijke dwangsom ten grondslag liggen, alsook de hoogte en de modaliteiten ervan.

 

§ 4bis.

De mondelinge oplegging wordt gedaan aan diegene aan wie de bestuurlijke maatregel wordt opgelegd of aan andere aanwezige betrokken personen. Ook bij de mondelinge oplegging worden diegene aan wie de bestuurlijke maatregel wordt opgelegd of de andere aanwezige betrokken personen zo volledig mogelijk geïnformeerd over de punten, vermeld in paragraaf 4, alsook over de vereiste van de tijdige schriftelijke bevestiging van de maatregel, vermeld in het derde lid.


Als diegene aan wie de bestuurlijke maatregel wordt opgelegd afwezig is, kan een bestuurlijke maatregel tot stopzetting of uitvoering van werkzaamheden, handelingen of activiteiten ter plaatse op een zichtbare plaats worden aangebracht.


Op straffe van verval van de mondeling opgelegde maatregel of van de ter plaatse aangebrachte maatregel in geval van afwezigheid van diegene aan wie de bestuurlijke maatregel is opgelegd, moet de maatregel schriftelijk worden bevestigd binnen vijf werkdagen op de wijze die vermeld is voor de schriftelijke oplegging.

 

De schriftelijke bevestiging, vermeld in het derde lid, kan gepaard gaan met het opleggen van een dwangsom, die echter niet opgelegd kan worden voor de periode die voorafgaat aan de voormelde schriftelijke bevestiging.

 

§ 5.

De Vlaamse Regering kan bepalen welke overheden op de hoogte moeten worden gebracht van de opgelegde bestuurlijke maatregelen en de wijze waarop dat moet gebeuren.

 

§ 6.

Als de uitvoeringstermijn van een bestuurlijke maatregel is verstreken en die niet of maar gedeeltelijk is uitgevoerd, kan een nieuwe bestuurlijke maatregel, desgevallend gepaard gaande met een dwangsom, worden opgelegd. In dergelijk geval wordt de voorgaande bestuurlijke maatregel opgeheven met inbegrip van de in voorkomend geval eraan gekoppelde dwangsom, met behoud van de toepassing van artikel 16.4.11 tot en met artikel 16.4.15.