Art. 16.4.14.

1.

Degene aan wie bestuurlijke maatregelen als vermeld in artikel 16.4.7, 1, 1 of 2, zijn opgelegd, kan een gemotiveerd verzoek tot opheffing van die bestuurlijke maatregelen richten aan degene die de bestuurlijke maatregelen heeft genomen.

2.

De persoon die bestuurlijke maatregelen heeft genomen beslist binnen een termijn van vijfenveertig dagen na de verzending of afgifte van het gemotiveerde verzoek.

3.

In een besluit houdende de opheffing van bestuurlijke maatregelen wordt vastgesteld dat de opgelegde voorwaarden zijn vervuld, of dat uitzonderlijke of gewijzigde omstandigheden zich voordoen.