Art. 16.5.2.

1.

Als de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de verschuldigde bedragen, verhoogd met de invorderingskosten, vermeld in artikel 16.5.1, worden die bedragen bij dwangbevel ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.

2.

Het dwangbevel wordt aan de schuldenaar bij deurwaardersexploot betekend.

Binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het dwangbevel kan de schuldenaar verzet doen door het Vlaamse Gewest te laten dagvaarden. Als het dwangbevel betrekking heeft op kosten, vermeld in artikel 16.5.1, 1, tweede lid, die door de toezichthouders van de OVAM zijn gemaakt, gebeurt in afwijking hiervan het verzet door de OVAM te laten dagvaarden.

Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Het Vlaamse Gewest of de OVAM kan de rechter verzoeken om de schorsing van de tenuitvoerlegging op te heffen.

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.


Een beroep tegen een dwangbevel kan alleen worden ingesteld met betrekking tot geschillen die in verband met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel rijzen. Die geschillen worden voor de beslagrechter gebracht.

3.

Op grond van het uitvoerbaar verklaard dwangbevel en tot zekerheid van voldoening van de bedragen en kosten, vermeld in artikel 16.5.1, hebben het Vlaamse Gewest en de OVAM een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de schuldenaar en kunnen ze een wettelijke hypotheek nemen als daarvoor vatbare en in het Vlaamse Gewest gelegen of geregistreerde goederen van de schuldenaar.

Het voorrecht vermeld in 1 neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten die vermeld zijn in de artikelen 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 en in artikel 23 van boek II van het Wetboek van Koophandel.

De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt krachtens het uitvoerbaar verklaarde en betekende dwangbevel.

De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ambtenaar, vermeld in 1. De inschrijving heeft plaats, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep, op voorlegging van een afschrift van het dwangbevel dat eensluidend wordt verklaard door die ambtenaar en dat melding maakt van de betekening ervan.

Artikel 17 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997, is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de opgelegde bestuurlijke geldboeten en, in voorkomend geval, de bijbehorende expertisekosten en de opgelegde voordeelontnemingen waarvoor een dwangbevel werd uitgevaardigd en waarvan betekening aan de schuldenaar is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring.