HOOFDSTUK VII.
Veiligheidsmaatregelen


Afdeling I.
Basisbepalingen


Art. 16.7.1.

§ 1.

De volgende personen kunnen veiligheidsmaatregelen nemen in geval van een aanzienlijk risico voor mens of milieu :

toezichthouders, voor de milieuwetgeving waarop hun toezichtopdracht betrekking heeft; 
de gouverneur van een provincie of zijn plaatsvervanger; 
de burgemeester of zijn plaatsvervanger. 

 

 

§ 2.

Veiligheidsmaatregelen zijn maatregelen waarbij de personen, vermeld in § 1, alle handelingen kunnen stellen of opleggen die zij onder de gegeven omstandigheden nodig achten om een aanzienlijk risico voor mens of milieu uit te schakelen, tot een aanvaardbaar niveau in te perken of te stabiliseren.

 

De burgemeester en de provinciegouverneur kunnen de veiligheidsmaatregelen ambtshalve nemen of op verzoek van een toezichthouder.

 

§ 3.

De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen de veiligheidsmaatregelen, vermeld in § 1, moeten worden genomen en kan vaststellen wie van de personen, vermeld in § 1, die maatregelen moet nemen.


Art. 16.7.2.

Veiligheidsmaatregelen kunnen onder meer strekken tot :

de stopzetting of uitvoering van werkzaamheden, handelingen of activiteiten, ogenblikkelijk of binnen een bepaalde termijn; 
het verbod op het gebruik of de verzegeling van gebouwen, installaties, machines, toestellen, transportmiddelen, containers, terreinen en alles wat zich daarin of daarop bevindt; 
de hele of gedeeltelijke sluiting van een inrichting; 
het meenemen, bewaren of verwijderen van daarvoor vatbare zaken, met inbegrip van afvalstoffen en dieren; 
het niet-betreden of het verlaten van bepaalde gebieden, terreinen, gebouwen of wegen. 

 

Veiligheidsmaatregelen kunnen niet worden opgeheven als het risico in kwestie niet is uitgeschakeld, ingeperkt tot een aanvaardbaar niveau of gestabiliseerd.


Art. 16.7.3. Bij besluit opgelegde veiligheidsmaatregelen die verplichten tot een doen of laten, omschrijven duidelijk de verplichtingen waaraan moet worden voldaan.

Art. 16.7.4.

Kosten die gemaakt zijn voor de tenuitvoerlegging van veiligheidsmaatregelen vallen geheel of gedeeltelijk ten laste van de personen die verantwoordelijk zijn voor het aanzienlijke risico.

 

De verschuldigde bedragen worden geļnd en ingevorderd overeenkomstig artikel 16.5.1 tot en met 16.5.4.


Afdeling II.
Procedure voor het nemen van veiligheidsmaatregelen ten aanzien van personen, verantwoordelijk voor het aanzienlijke risico


Art. 16.7.5.

§ 1.

Veiligheidsmaatregelen worden schriftelijk genomen. Als een ogenblikkelijk optreden vereist is, kunnen veiligheidsmaatregelen ook mondeling worden genomen.

 

§ 2.

Als veiligheidsmaatregelen schriftelijk worden genomen, dan gebeurt dat door de kennisgeving van het besluit houdende de veiligheidsmaatregelen.

 

§ 3.

Als veiligheidsmaatregelen mondeling worden genomen en de personen, verantwoordelijk voor het aanzienlijke risico, niet aanwezig zijn, dan wordt ter plaatse en op een zichtbare plaats een schriftelijk bericht achtergelaten.

 

Door middel van een schriftelijke bevestiging worden de personen die verantwoordelijk zijn voor het aanzienlijke risico op de hoogte gebracht van de mondeling genomen veiligheidsmaatregelen binnen vijf werkdagen nadat ze genomen zijn. Deze schriftelijke bevestiging gebeurt door middel van een kennisgeving.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat de schriftelijke bevestiging, vermeld in § 3, tweede lid, en het besluit, vermeld in § 2, op elektronische wijze verspreid kunnen worden. Ze bepaalt in dat geval de nadere voorwaarden.

 

§ 5.

De schriftelijke bevestiging, vermeld in § 3, tweede lid, en het besluit, vermeld in § 2, bevatten minstens :

een omschrijving van het aanzienlijke risico dat het nemen van veiligheidsmaatregelen noodzakelijk maakt; 
een omschrijving van de veiligheidsmaatregelen die noodzakelijk zijn en de eventuele uitvoeringstermijn.

 

§ 6.

De Vlaamse Regering kan bepalen welke overheden op de hoogte moeten worden gebracht van de genomen veiligheidsmaatregelen, alsook op welke wijze dat moet gebeuren.


Afdeling III.
Opheffing van veiligheidsmaatregelen


Art. 16.7.6.

Wie veiligheidsmaatregelen neemt, is ook bevoegd om ze op te heffen.

 

De veiligheidsmaatregelen kunnen ambtshalve opgeheven worden of op verzoek van personen ten aanzien van wie de veiligheidsmaatregelen zijn genomen.

 

De opheffing van veiligheidsmaatregelen kan gepaard gaan met het nemen van nieuwe veiligheidsmaatregelen.


Art. 16.7.7. Als het aanzienlijke risico waarvoor veiligheidsmaatregelen werden genomen, is uitgeschakeld of tot een aanvaardbaar niveau ingeperkt of gestabiliseerd is, kan degene die de veiligheidsmaatregelen heeft genomen, ze gemotiveerd en ambtshalve opheffen.

Art. 16.7.8.

Iedere persoon tegen wie veiligheidsmaatregelen zijn genomen kan de opheffing ervan vragen. Het gemotiveerde verzoek wordt meegedeeld aan degene die de veiligheidsmaatregelen heeft genomen. [...]

 

Degene die de veiligheidsmaatregelen heeft genomen beslist binnen een termijn van dertig dagen na de mededeling van het gemotiveerde verzoek.

 

Een besluit houdende de opheffing van veiligheidsmaatregelen op gemotiveerd verzoek vereist een voorafgaand verslag waarin de bevoegde persoon vaststelt dat het aanzienlijke risico waarvoor veiligheidsmaatregelen werden genomen, is uitgeschakeld of tot een aanvaardbaar niveau ingeperkt of gestabiliseerd is. De Vlaamse Regering kan de vorm en de voorwaarden van dat verslag bepalen.


Art. 16.7.9.

De personen tegen wie veiligheidsmaatregelen zijn genomen worden binnen een termijn van tien dagen op de hoogte gebracht van het besluit houdende de opheffing van veiligheidsmaatregelen, ambtshalve of op gemotiveerd verzoek. Dit gebeurt door middel van een kennisgeving.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, gaat in op de dag waarop dit besluit werd genomen.