Art. 16.7.2.

Veiligheidsmaatregelen kunnen onder meer strekken tot :

1 de stopzetting of uitvoering van werkzaamheden, handelingen of activiteiten, ogenblikkelijk of binnen een bepaalde termijn;
2 het verbod op het gebruik of de verzegeling van gebouwen, installaties, machines, toestellen, transportmiddelen, containers, terreinen en alles wat zich daarin of daarop bevindt;
3 de hele of gedeeltelijke sluiting van een inrichting;
4 het meenemen, bewaren of verwijderen van daarvoor vatbare zaken, met inbegrip van afvalstoffen en dieren;
5 het niet-betreden of het verlaten van bepaalde gebieden, terreinen, gebouwen of wegen.

Veiligheidsmaatregelen kunnen niet worden opgeheven als het risico in kwestie niet is uitgeschakeld, ingeperkt tot een aanvaardbaar niveau of gestabiliseerd.