Art. 5.2.2.4.1.

1

In de inrichting voor het opslaan en behandelen van ongevaarlijke afvalstoffen kunnen, voor zover uitdrukkelijk vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, de volgende vaste afvalstoffen worden verwerkt:

1 selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen bestaande uit papier-, hout-, karton-, textiel-, plastiek-, metaal-,glas- en rubberafval.
2 de bedrijfsafvalstoffen die omwille van de herkomst, de aard en de samenstelling vergelijkbaar zijn met de in 1 vermelde huishoudelijke afvalstoffen;
3 inerte afvalstoffen:
a) reststoffen afkomstig van de bouw, de afbraak, de herstelling en het onderhoud van gebouwen, wegen, constructies en kunstwerken, met uitzondering van asfalt, hout, plastiek, andere kunststoffen aangewend in de bouwsector en afvalstoffen die vrije asbestvezels of asbeststof bevatten;
b) reststoffen, afkomstig van het uitgraven van materialen of stoffen in hun natuurlijke staat, voor zover ze afkomstig zijn van geologische afzettingen die tot het tertiair of kwartair tijdperk behoren (zand-, klei-, leem-, mergel- en grindafzettingen);
4 inerte afvalstoffen verontreinigd met asfalt, hout, plastiek en andere kunsstoffen aangewend in de bouwsector, met uitzondering van afvalstoffen die vrije asbestvezels of asbeststof bevatten.
5 bouw- en sloopafval met inbegrip van asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is;

2

Volgende afvalstoffen mogen in geen geval in de inrichting worden aanvaard:

1 gevaarlijke afvalstoffen met inbegrip van KGA, uitgezonderd, voor zover uitdrukkelijk vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is;
2 groente-, fruit- en tuinafval en afval van dierlijke oorsprong;
3 niet selectief ingezameld huisvuil;

3

Indien in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit niet bepaald is welke afvalstoffen kunnen opgeslagen en behandeld worden, is de vergunning beperkt tot de afvalstoffen die in de aanvraag zijn vermeld.

4

In de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt bepaald welke behandelingen zoals sorteren, opslaan, overslaan, breken en persen op de afvalstoffen mogen worden uitgevoerd. Indien in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit daaromtrent geen gegevens zijn vermeld, gelden de behandelingen die in de aanvraag zijn vermeld.