Hoofdstuk I.
Inleidende bepalingen.


Art. 1.1.1. Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Art. 1.1.2.

ž 1

Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, wordt verstaan onder :

1░ milieu : de atmosfeer, de bodem, het water, de flora, de fauna en overige organismen andere dan de mens, de ecosystemen, de landschappen en het klimaat;
2░ verontreinigingsfactoren : vaste stoffen, vloeistoffen, gassen, micro-organismen, energievormen zoals warmte, stralingen, licht, geluid en andere trillingen;
3░ emissie : elke inbreng door de mens van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water;
4░ verontreinigen : het veroorzaken van een emissie die mens of milieu op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig be´nvloedt of kan be´nvloeden;
5░ verontreiniging : de door de mens veroorzaakte aanwezigheid van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water die mens of milieu op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig be´nvloedt of kan be´nvloeden;
6░ onttrekking : de wegname door de mens van bodem, water, lucht of licht, die mens of milieu op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig be´nvloedt of kan be´nvloeden;
7░ immissie : de wijziging van de aanwezigheid van verontreinigingsfactoren in atmosfeer, bodem of water rond ÚÚn of meer bronnen van verontreiniging ten gevolge van emissies uit deze bron of bronnen.
8░

milieutechnische eenheid : verschillende inrichtingen en/of activiteiten, met inbegrip van hun exploitatieterrein en de overige onroerende goederen waarmee ze verbonden zijn, die als ÚÚn geheel moeten worden beschouwd met het oog op het beoordelen van het nadeel dat ze kunnen berokkenen aan mens of milieu. Een gegeven dat kan wijzen op de aanwezigheid van een milieutechnische eenheid is de onderlinge geografische, materiŰle of operationele samenhang van inrichtingen en activiteiten, die gepaard gaat met een relatieve afscheiding van het geheel van deze inrichtingen en activiteiten ten opzichte van andere inrichtingen en activiteiten.

á

Het feit dat verschillende inrichtingen een verschillend eigendomsstatuut hebben, belet niet dat zij een milieutechnische eenheid kunnen vormen.

á

ž 2

Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald :

1░ omvat de atmosfeer niet de lucht in afgesloten ruimten;
2░ omvat de bodem het vaste deel van de aarde met inbegrip van het grondwater, de micro-organismen en andere bestanddelen die zich erin bevinden;
3░ omvat het water niet het drinkwater en evenmin het grondwater;
4░ omvatten stralingen niet de ioniserende stralingen.

á