Bijlage I. Lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015

Overeenkomstig artikel 21, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming wordt de lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie voor 1 juni 2015 is aangevat, in de onderstaande tabel vastgesteld.  

 

Verklaring van de symbolen aangegeven in de kolom 'categorie'

 

O= Inrichting waarvoor conform het Bodemdecreet en dit besluit een oriėnterend bodemonderzoek verplicht is bij overdracht, sluiting en faillissement.

 

A= Inrichting waarvoor conform het Bodemdecreet en dit besluit een oriėnterend bodemonderzoek verplicht is bij overdracht, sluiting en faillissement, en om de twintig jaar.

 

B= Inrichting waarvoor conform het Bodemdecreet en dit besluit een oriėnterend onderzoek verplicht is bij overdracht, sluiting en faillissement, en om de tien jaar.


Rubriek1. Aardolie of aardolieproducten
1.1. Raffinage, distillatie, kraken, vergassen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

 1.1. Niet in rubriek 20.1.2. begrepen inrichtingen voor de raffinage, voor de distillatie, het kraken, het vergassen of enige andere wijze van verwerking van aardolie of aardolieproducten (Voor het raffineren van ruwe aardolie: zie rubriek 20.1.2.)

 B

1.2. Opslag voor aardpek, teer, asfalt, pek

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

 1.2. Opslagplaats voor aardpek, teer, asfalt, pek en dergelijke stoffen van meer dan 5.000 kg

A. 

1.3. Commerciėle winning van aardolie

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

 1.3. Commerciėle winning van aardolie wanneer de gewonnen hoeveelheid meer dan 500 ton aardolie per dag bedraagt

B. 

1.4. Opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

 1.4. Installaties voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten met een opslagcapaciteit van 100.000 ton of meer

B

1.5. Winning vloeibare koolwaterstoffen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

 1.5. Winning van andere dan in 1.3 genoemde vloeibare koolwaterstoffen, zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond

Rubriek2. Afvalstoffen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

 2.

Afvalstoffen

inrichtingen voor de verwerking van afvalstoffen overeenkomstig het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen en zijn uitvoeringsbesluiten.

 

2.1. Opslag en overslag van afvalstoffen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

2.1. Opslag en overslag van afvalstoffen 

 

2.1.1. Opslag van afvalstoffen niet aan een verwerking van de afvalstoffen verbonden

A

2.1.2.   Opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn, met een opslagcapaciteit van:

 

b) meer dan 1 ton voor afvalstoffen die ook asbestafval als bedoeld sub c) kunnen omvatten

A

c) meer dan 1 ton voor asbestafval bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is

A

2.1.3.   Tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem die niet voldoet aan een toepassing als vermeld in het Bodemdecreet en het Vlarebo.

 

met een capaciteit van maximaal 10.000 m3

O

met een capaciteit van meer dan 10.000 m3

A

2.2. Opslag en nuttige toepassing van afvalstoffen

Rubriek (1)

 Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

2.2. Opslag en nuttige toepassing van afvalstoffen

 

2.2.1.            Opslag en sortering van:

 

a) interte afvalstoffen

A

b)

selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, met inbegrip van gevaarlijk afval (containerpark).

Het is een inrichting van een exploitant die belast is met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen

A

c) niet gevaarlijke afvalstoffen bestaande uit papier en karton, hout, textiel, kunststoffen, metaal, glas, rubber, bouw en sloopafval, met een opslagcapaciteit van

 

  maximaal 100 ton

A

  meer dan 100 ton

B

d) andere niet gevaarlijke afvalstoffen, met een opslagcapaciteit van :

 

  maximaal 100 ton

A

  meer dan 100 ton

A

e) gevaarlijke afvalstoffen, uitgezonderd de in subrubriek 2.2.1, b) ingedeelde inrichtingen, met een opslagcapaciteit van:

 

  meer dan 1 ton voor afvalstoffen andere dan asbestafval bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is

B

  meer dan 1 ton voor asbestafval bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is

B

2.2.2.                     Opslag en mechanische behandeling van:

 

a) inerte afvalstoffen, met een opslagcapaciteit van:

 

  maximaal 1.000 m³

A

  meer dan 1.000 m³

A

b) niet gevaarlijke afvalstoffen uit 2.2.1.c., met een opslagcapaciteit van:

 

  maximaal 100 ton

A

  meer dan 100 ton

B

c) niet gevaarlijk schroot, met een opslagcapaciteit van:

 

  maximaal 10 ton

  meer dan 10 ton tot en met 100 ton

A

  meer dan 100 ton

B

d) Voertuigwrakken of afgedankte voertuigen, met een opslagcapaciteit van:

 

 

maximaal 25 ton of 25 voertuigwrakken of afgedankte voertuigen die noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevatten (deze afgedankte voertuigen zijn enkel afkomstig van erkende centra voor depollutie, demontage en vernietiging van afgedankte voertuigen),

en/of

maximaal 5 ton of 5 voertuigwrakken of afgedankte voertuigen die wel nog vloeistoffen en/of andere gevaarlijke onderdelen bevatten,

 

meer dan 25 ton of 25 voertuigwrakken of afgedankte voertuigen tot maximaal 100 ton of 100 voertuigwrakken of afgedankte voertuigen die noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevatten (deze afgedankte voertuigen zijn enkel afkomstig van erkende centra voor depollutie, demontage en vernietiging van afgedankte voertuigen),

en/of

meer dan 5 ton of 5 voertuigwrakken of afgedankte voertuigen tot maximaal 100 ton of 100 voertuigwrakken of afgedankte voertuigen die wel nog vloeistoffen en/of andere gevaarlijke onderdelen bevatten,

A

  meer dan 100 ton of 100 voertuigwrakken of afgedankte voertuigen die al dan niet vloeistoffen of andere gevaarlijke onderdelen bevatten (afgedankte voertuigen die noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevatten zijn enkel afkomstig van erkende centra voor depollutie, demontage en vernietiging van afgedankte voertuigen)

B

e) scheepssloperijen en sloperijen andere dan bedoeld onder c) en d)

f) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen met een opslagcapaciteit van:

 

  maximaal 100 ton

A

  meer dan 100 ton

A

g) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen met een opslagcapaciteit van:

 

  meer dan 1 ton

B

2.2.3. 

Opslag en biologische behandeling van:

nuttige toepassing op de plaats van productie, inclusief thuiscompostering, alsook boerderijcompostering wanneer er gewerkt wordt met uitsluitend bedrijfseigen uitgangsmateriaal en de compost uitsluitend bestemd is voor de eigen percelen, wordt niet als een opslag of behandeling van afvalstoffen beschouwd; 

 

g) biologische behandeling van gevaarlijke afvalstoffen  

A

2.2.4.       Dierlijke bijproducten niet bestemd voor menselijke consumptie die worden beschouwd als afvalstoffen zoals bedoeld in het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.   

 

a) Opslagbedrijf

A

b) Intermediair categorie 3-bedrijf

A

c) Intermediair categorie 1- of categorie 2-bedrijf

A

d) Verwerkingsbedrijf van categorie 3-materiaal

A

e) Verwerkingsbedrijf van categorie 2-materiaal

A

f) Verwerkingsbedrijf van categorie 1-materiaal

A

 2.2.5.                 Opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met een mechanische behandeling, van:   

 

a) niet gevaarlijke slibs, met een opslagcapaciteit van:

 

  tot en met 1 ton

O

  meer dan 1 ton

B

b) gevaarlijke slibs, met een opslagcapaciteit van:

 

  tot en met 1 ton

A

  meer dan 1 ton

B

c) afgewerkte olie, met een opslagcapaciteit van: 

 

  tot en met 1 ton

A

   meer dan 1 ton

B

d) organische oplosmiddelen, met een opslagcapaciteit van:  

 

  tot en met 1 ton

A

  meer dan 1 ton 

B

e) andere niet gevaarlijke afvalstoffen, met een opslagcapaciteit van:  

 

  meer dan 1 ton

B

f) andere gevaarlijke afvalstoffen, met een opslagcapaciteit van:

 

  meer dan 1 ton

B

2.2.6.     Opslag en reiniging van recipiėnten (verpakkingen en containers) door inwendig wassen van:

 

a) recipiėnten die stoffen hebben bevat die als afvalstoffen bij de inerte afvalstoffen zijn gerangschikt

A

b) recipiėnten die biologische stoffen hebben bevat die als afvalstoffen bij de niet-gevaarlijke biologische afvalstoffen zijn gerangschikt  

A

c) recipiėnten die stoffen hebben bevat die als afvalstoffen bij de andere niet-gevaarlijke afvalstoffen zijn gerangschikt

B

d) recipiėnten die stoffen hebben bevat die als afvalstoffen bij de gevaarlijke afvalstoffen zijn gerangschikt

B

2.2.8.   Opslag en behandeling van baggerspecie afkomstig van het ruimen, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare en onbevaarbare waterlopen behorende tot het openbaar hydrografisch net en/of van de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur:   

 

a) opslag in afwachting van behandeling

A

b) mechanische, fysisch-chemisch en/of biologische behandeling

A

 

2.3. Opslag en verwijdering van afvalstoffen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

2.3. Opslag en verwijdering van afvalstoffen  
2.3.1. Opslag en mechanische behandeling, andere dan deze bedoeld in rubriek 2.3.7., van:  
  a) niet-gevaarlijke afvalstoffen

A

  b) gevaarlijke afvalstoffen

B

2.3.2. Opslag en fysisch-chemische behandeling, al of niet in combinatie met mechanische behandeling, andere dan deze bedoeld in rubriek 2.3.7., van:  
  a) niet-gevaarlijke slibs A
  b) gevaarlijke slibs A
  c) afgewerkte olie A
  d) organische oplosmiddelen B
  e) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen

A

  g) andere gevaarlijke afvalstoffen

B

2.3.3. Opslag en biologische behandeling, andere dan deze bedoeld in rubriek 2.3.7., van :  
  c) andere gevaarlijke afvalstoffen

B

2.3.4. Opslag en verbranding of meeverbranding, al dan niet als experiment, met of zonder energiewinning en met of zonder terugwinning van stoffen van :  
2.3.4.1 Opslag en verbranding van:

 

  b) verontreinigd behandeld houtafval

A

  c) afgewerkte olie

A

  e) niet-gevaarlijke huishoudelijke afvalstoffen

A

  f) niet-gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen die vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen

A

  h) risicohoudend medisch afval en vloeibaar en pasteus niet-risicohoudend medisch afval

A

  j) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen

A

  k) andere gevaarlijke afvalstoffen

A

  l) dierlijk afval met uitzondering van krengen in dierencrematoria

A

  m) waterzuiveringsslib

A

2.3.4.2 Opslag en medeverbranding van:  
  b) verontreinigd behandeld houtafval A
  c) afgewerkte olie A
  d) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen A
  e) andere gevaarlijke afvalstoffen A
  f) dierlijk afval met uitzondering van krengen in dierencrematoria A
  g) waterzuiveringsslib A
2.3.5. Opslag en reiniging van metalen recipiėnten door uitbranden B
2.3.6. Stortplaatsen, andere dan die vermeld in rubriek 2.3.7, van:Het rechtstreeks terugstorten op de plaats van ontginning, van materialen of stoffen in hun natuurlijke staat, voorzover ze afkomstig zijn van geologische afzettingen die tot het tertiare of het kwartaire tijdperk behoren (zand-, klei-, leem, mergel en grindafzettingen) is geen stortactiviteit0  
  a) Categorie 3: stortplaats voor inerte afvalstoffen

 

    1) stortplaats voor inerte afvalstoffen A, I
    2) monostortplaats voor inerte afvalstoffen A, I
  b) Categorie 2: stortplaats voor niet gevaarlijke afvalstoffen  
    1) stortplaats voor gemengde niet-gevaarlijke huishoudelijke vaste afvalstoffen met hoog gehalte aan organisch/bioafbreekbaar en anorganisch afval B, I
    2) stortplaats voor voornamelijk organisch niet-gevaarlijke afvalstoffen B, I
    3) stortplaats voor anorganische niet-gevaarlijke afvalstoffen met laag organisch/bioafbreekbaar gehalte B, I
    4) monostortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen, andere dan inerte afvalstoffen B, I
    5) stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen van iedere andere oorsprong die voldoen aan de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen op stortplaatsen voor niet gevaarlijk afval (criteria: zie afdeling 5.2.4 van titel II van het VLAREM) B, I
    6) stortplaats voor stabiele, niet-reactieve gevaarlijke afvalstoffen (bij voorbeeld verharde of verglaasde afvalstoffen) met een uitlooggedrag dat gelijkwaardig is aan dat van de onder 5° vermelde niet gevaarlijke afvalstoffen, en die voldoen aan de relevante aanvaardingscriteria (criteria: zie afdeling 5.2.4 van titel II van het VLAREM); die gevaarlijke afvalstoffen worden niet gestort in cellen die voor biologisch afbreekbare niet gevaarlijke afvalstoffen bestemd zijn B, I
  c) Categorie 1: stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen

 

    1) stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen die voldoen aan de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen op stortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen (criteria: zie afdeling 5.2.4 van titel II van het VLAREM) B, I
    2) monostortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen B, I
    3) monostortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen die bestaan uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is B, I
    4) Ondergrondse opslagplaats voor gevaarlijke afvalstoffen B, I
2.3.7. Opslag, behandeling en verwijdering van baggerspecie met uitzondering van het ter plaatse uitspreiden van niet-verontreinigde ruimingsspecie  
  a) monostortplaatsen voor baggerspecie en/of ruimingsspecie afkomstig van het ruimen, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare en onbevaarbare waterlopen behorende tot het openbaar hydrografisch net en/of van de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur

A, I

  c) opslag van sub a) bedoelde baggerspecie en/of ruimingsspecie in afwachting van behandeling

A, I

  d) mechanische, fysisch-chemische en/of biologische behandeling van sub a) bedoelde baggerspecie en/of ruimingsspecie

A, I

2.3.9. Installaties voor de verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen, met een capaciteit van meer dan 50 ton per dag, met uitzondering van de installaties, vermeld in 2.4.3, a), i en ii.

A

2.3.11. Het verzamelen of storten van winningsafval op een terrein, ongeacht of dat afval zich in vaste vorm, in een oplossing, in een suspensie, of in vloeibare toestand bevindt, gedurende de volgende termijnen:

 

  a) geen termijn voor afvalvoorzieningen van categorie A en voorzieningen voor in het afvalbeheersplan als gevaarlijk gekarakteriseerd afval;

 A, I

  b) een termijn van meer dan zes maanden voor voorzieningen voor gevaarlijk afval dat onverwacht wordt gegenereerd;

 A, I

 

2.4. Afvalbeheer in het kader van industriėle emissies

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

2.4. Afvalbeheer in het kader van industriėle emissies  
2.4.1.

De verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton per dag door middel van een of meer van de volgende activiteiten: 

B
  a) biologische behandeling; 

 

  b) fysisch-chemische behandeling; 

 

  c) mengen of vermengen voorafgaand aan een van de onder rubriek 2.4.1 en 2.4.2 vermelde behandelingen;   
  d) herverpakking voorafgaand aan een van de onder rubriek 2.4.1 en 2.4.2 vermelde behandelingen;   
  e) terugwinning/regeneratie van oplosmiddelen;  
  f) recycling/terugwinning van andere anorganische materialen dan metalen of metaalverbindingen;   
  g) regeneratie van zuren of basen;   
  h) terugwinning van bestanddelen die worden gebruikt om vervuiling tegen te gaan;  
  i) terugwinning van bestanddelen uit katalysatoren;   
  j) herraffinage van olie en ander hergebruik van olie;   
  k) opslag in waterbekkens.   
2.4.2. De verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallaties voor:  
  a) niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 3 ton per uur; A
  b) gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton per dag. B
 2.4.3. a) de verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 50 ton per dag door middel van een of meer van de volgende activiteiten, met uitzondering van de activiteiten, vermeld in rubriek 3.6.4: 

 

    biologische behandeling; A
    fysisch-chemische behandeling;  A
    voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding;  A
    behandeling van slakken en as; B
    behandeling in shredders van metaalafval, met inbegrip van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en autowrakken en de onderdelen daarvan.  B
  b)

nuttige toepassing, of een combinatie van nuttige toepassing en verwijdering, van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, door middel van een of meer van de volgende activiteiten, met uitzondering van de activiteiten, vermeld in rubriek 3.6.4:

(Als de behandeling van het afval beperkt blijft tot anaėrobe vergisting, bedraagt de capaciteitsdrempelwaarde voor die activiteit 100 ton per dag.)

 

    biologische behandeling; A
    voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding; A
    behandeling van slakken en as; B
    behandeling in shredders van metaalafval, met inbegrip van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en autowrakken en de onderdelen daarvan.  B
2.4.4. Stortplaatsen die meer dan 10 ton per dag ontvangen of een totale capaciteit van meer dan 25.000 ton hebben, met uitzondering van stortplaatsen voor inerte afvalstoffen. 
2.4.5. Tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen die niet onder rubriek 2.4.4. vallen, in afwachting van de behandelingen, vermeld onder rubriek 2.4.1, 2.4.2, 2.4.4 en 2.4.6 , met een totale capaciteit van meer dan 50 ton, met uitsluiting van tijdelijke opslag op de plaats van productie die aan inzameling voorafgaat. B
2.4.6. Ondergrondse opslag van gevaarlijke afvalstoffen met een totale capaciteit van meer dan 50 ton.  B
2.4.7. De destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag.  A
Rubriek3. Afvalwater en koelwater
3.6. Afvalwaterzuiveringsinstallaties

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

3.6. Afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie:  
  3. voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet één of meer van de in bijlage 2C bij titel I van het VLAREM bedoelde gevaarlijke stoffen bevat in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van titel II van het Vlarem, met uitzondering van de in rubriek 3.6.5 ingedeelde inrichtingen, met een effluent:  
    van meer dan 5 m3/h tot en met 50 m3/h

A

    van meer dan 50 m3/h

B

  4. voor de behandeling van afvalwater aangevoerd via openbare riolen en/of collectoren met een zuiveringscapaciteit :  
    met een capaciteit van 500 tot 100.000 inwonerequivalenten

O

    met een capaciteit van 100.000 inwonerequivalenten of meer

A

  6. onafhankelijk geėxploiteerde installaties voor de behandeling van industrieel afvalwater ten dienste van een of meer activiteiten, aangeduid met een “R” in de zevende kolom van deze lijst, met een capaciteit van 10.000 m3 per dag of meer

A

  7. Een zelfstandige geėxploiteerde behandeling, met uitzondering van de behandelingen inzake stedelijk afvalwater, van afvalwater ten dienste van een of meer activiteiten, aangeduid met een “X” in de vierde kolom van de indelingslijst van Vlarem I, bijlage I dd 20/09/2013

A

 

 

Rubriek4. Bedekkingsmiddelen (verven, vernissen, inkten, e-mails, metaalpoeders en analoge producten, afbijt- en beitsmiddelen, oppervlaktebehandeling)
4.1. Productie

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

4.1. Inrichtingen voor de productie van lak, verf, drukinkten en/of pigmenten alsmede voor het bereiden van bedekkingsmiddelen, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
  meer dan 10 kW tot en met 200 kW B, I
  meer dan 200 kW B, I

 

4.2. Aanbrengen door indompeling

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

4.2. Inrichtingen voor het aanbrengen van bedekkingsmiddelen door indompeling  B

 

4.3. Mechanisch, pneumatisch of elektrostatisch aanbrengen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

4.3. Inrichtingen voor het mechanisch, pneumatisch of elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen  
  a) Inrichtingen voorzien van een filterinstallatie met gebruik van actieve kool voor de adsorptie van de afvalgassen of een gelijkwaardige installatie, alsmede inrichtingen waar uitsluitend bedekkingsmiddelen met minder dan 150 g VOS/l worden aangebracht, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    i) 5 kW tot en met 60 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      ii) 5 kW tot en met 25 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan het sub i) vermelde industriegebied A
    i) meer dan 60 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      ii) meer dan 25 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan het sub i) vermelde industriegebied A
    meer dan 200 kW A
  b) Inrichtingen waarin bedekkingsmiddelen worden aangebracht met een maximaal gehalte aan vluchtige organische stoffen, zoals conform de EG-richtlijn 2004/42/EG bepaald in bijlage 2A en 2B van het koninklijk besluit van 7 oktober 2005 inzake de reductie van het gehalte aan vluchtige organische stoffen in bepaalde verven en vernissen en in producten voor het overspuiten van voertuigen, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    1) i) 5 kW tot en met 60 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      ii) 5 kW tot en met 25 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan het sub i) vermelde industriegebied A
    2) i) meer dan 60 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      ii) meer dan 25 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan het sub i) vermelde industriegebied A
    3) meer dan 200 kW A
  c) Inrichtingen voor het mechanisch, pneumatisch of elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen, andere dan onder sub a) en sub b) bedoelde inrichtingen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    1) i) 5 kW tot en met 25 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      ii) 5 kW tot en met 10 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan het sub i) vermelde industriegebied A
    2) i) meer dan 25 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      ii) meer dan 10 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan het sub i) vermelde industriegebied A
    3) meer dan 200 kW A
4.4. Thermisch behandelen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

4.4. Inrichtingen voor het thermisch behandelen (bij een temperatuur van 100 °C of meer) van voorwerpen bedekt met bedekkingsmiddelen, wanneer het inwendig volume van de ovens groter is dan 0,25 m3  A
4.5. Opslagplaatsen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

4.5. Opslagplaatsen voor meer dan 10 ton bedekkingsmiddelen met uitzondering van deze bedoeld in rubrieken 17 en 48. A
4.6. Oppervlaktebehandeling

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

4.6. De oppervlaktebehandeling van stoffen, voorwerpen of producten met behulp van organische oplosmiddelen, in het bijzonder voor het appreteren, bedrukken, het aanbrengen van een laag, het ontvetten, het vochtdicht maken, lijmen, verven, reinigen of impregneren, met een verbruikscapaciteit van meer dan 150 kg organisch oplosmiddel per uur, of meer dan 200 ton per jaar. B
Rubriek5. Pesticiden (biociden en gewasbeschermingsmiddelen)
5.1. Bereiden of formuleren van pesticiden

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

5.1. Inrichtingen voor het bereiden of het formuleren van pesticiden, andere dan die, vermeld in rubriek 5.4 B
5.2. Verpakken van pesticiden

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

5.2. Inrichtingen voor het verpakken van pesticiden B
5.3. Opslagplaatsen van pesticiden

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

5.3. Opslagplaatsen, met uitzondering van die, vermeld in rubrieken 17 en 48, voor pesticiden van:  
  b) meer dan 1 ton tot en met 2 ton A
  meer dan 2 ton A
5.4. Productie van pesticiden

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

5.4. Productie van pesticiden met een jaarcapaciteit:  
  tot en met 30.000 ton B
  meer dan 30.000 ton B
5.5. Fabricage van basisproducten

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

5.5. Fabricage van pesticiden B
Rubriek6. Brandstoffen
6.1. Mechanisch behandelen en verwerken

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

6.1. Inrichtingen voor het mechanisch behandelen en verwerken van vaste brandstoffen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
  Inrichtingen voorzien van een filterinstallatie met gebruik van actieve kool voor de adsorptie van de afvalgassen of een gelijkwaardige installatie, alsmede inrichtingen waar uitsluitend bedekkingsmiddelen met minder dan 150 g VOS/l worden aangebracht, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
   1° a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
     b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
   2° a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
     b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
   3° a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
     b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
6.2. Opslagplaatsen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

6.2. Opslagplaatsen voor vaste brandstoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48:  
  in woon- en woonuitbreidingsgebieden, opslagplaatsen met een capaciteit van meer dan 5 ton en met een oppervlakte van:  
    a) maximaal 2,5 ha O
     b) meer dan 2,5 ha A
  in andere gebieden, opslagplaatsen met een capaciteit van meer dan 20 ton en met een oppervlakte van:  
    a) maximaal 10 ha O
    b) meer dan 10 ha A
6.3. Bovengrondse opslag van fossiele brandstoffen met een oppervlakte van 25 ha of meer

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

6.3. Bovengrondse opslag van fossiele brandstoffen met een oppervlakte van 25 ha of meer.  B

 

Rubriek7. Chemicaliėn (zie ook rubrieken 17 en 20.4)
7.1. Niet elders ingedeelde inrichtingen

Rubriek (1)

 Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

7.1.

Niet elders ingedeelde inrichtingen, voor de productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliėn waarbij, gebruik gemaakt wordt van:

 

  • alkylering
  • aminering met ammoniak
  • carbonylering
  • condensatie
  • dehydrogenering
  • verestering
  • halogenering en fabricage van halogenen
  • hydrogenering
  • hydrolyse
  • oxidatie
  • polymerisatie
  • ontzwaveling, synthese en omzetting van zwavelhoudende verbindingen
  • nitrering en synthese van stikstofhoudende verbindingen
  • synthese van forforhoudende verbindingen
  • distillatie
  • extractie
  • solvatie
  • menging

met een jaarcapaciteit:  

 
 

tot en met 1.000 ton

B
 

van meer dan 1.000 ton tot en met 10.000 ton

B
 

van meer dan 10.000 ton

B
7.2. Geļntegreerde chemische installaties

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

Categorie

7.2.

Geļntegreerde chemische installaties, d.w.z. installaties voor de fabricage op industriėle schaal van stoffen door chemische omzetting waarin verscheidene eenheden naast elkaar bestaan en functioneel met elkaar verbonden zijn, bestemd voor de fabricage van:

1. 

organische basischemicaliėn;

2.

anorganische basischemicaliėn;

3.

fosfaat, stikstof of kaliumhoudende meststoffen (enkelvoudige of samengestelde meststoffen); 

4.

basisproducten voor gewasbescherming en van biociden;

5. 

farmaceutische basisproducten met een chemisch of biologisch procédé;

6. 

explosieven

  

 B
7.3. Kraken of vergassen van nafta, gasolie, L.P.G. of andere aardoliefracties

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.3. Petrochemische installaties of vervolgfabrieken ten behoeve van het kraken of vergassen van nafta, gasolie, L.P.G. of andere aardoliefracties alsmede daarvan afgeleide organische chemie die niet elders is ingedeeld met een verwerkingscapaciteit van:  
  1°  tot 500.000 ton per jaar B, I
  500.000 ton per jaar of meer B, I

 

7.4. Inrichtingen voor het bereiden één van de volgende producten

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.4. Inrichtingen voor het bereiden van één van de volgende producten:  
  a) fenolen, koolstofdisulfiden en mercaptanen met een jaarcapaciteit:  
    tot en met 10 ton B
    van meer dan 20 ton B
  b) aminen en gehalogeneerde organische verbindingen met een jaarcapaciteit:aminen en gehalogeneerde organische verbindingen met een jaarcapaciteit:  
    tot en met 10 ton B
    van meer dan 10 ton B
7.5. Productie van chloor

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.5. Productie van chloor door elektrolyse en/of door het kwik- of het diafragmaprocédé met een jaarcapaciteit:  
  tot en met 10 ton                       B
  van meer dan 10 ton B
7.6. Productie van organische en anorganische peroxiden,

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.6. Productie van organische en anorganische peroxiden, met een jaarcapaciteit  
  tot en met 10 ton B
  van meer dan 10 ton B
7.7. Productie van chloorwaterstoffen en derivaten, alsmede polymeren ervan

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.7. Productie van chloorwaterstoffen en derivaten alsmede polymeren ervan, andere dan deze bedoeld in rubriek 5 met een jaarcapaciteit:  
  tot en met 10 ton B
  van meer dan 10 ton B
7.8. Productie van natriumpentachloorfenolaat door elektrolyse van hexachloorbenzeen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.8. Productie van natriumpentachloorfenolaat door elektrolyse van hexacloorbenzeen, met een jaarcapaciteit:  
  tot en met 10 ton B
  van meer dan 10 ton B
7.9. Productie van soda als eindproduct of van calcium- en natriumchloride als bijproduct

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.9. Productie van soda (natriumcarbonaat) als eindproduct en/of van calcium- en natriumchloride als bijproduct, met een jaarcapaciteit aan eindproduct, respectievelijk bijproductie:  
  tot en met 10 ton B
  van meer dan 10 ton B
7.10. Productie van methylcellulose

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.10. Productie van methylcellulose door inwerking van methylchloride op cellulose, met een jaarcapaciteit:  
  tot en met 10 ton B
  van meer dan 10 ton B
7.11. De fabricage van

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.11. De fabricage van:  
  organisch-chemische producten, zoals:  
    a) eenvoudige koolwaterstoffen (lineaire of cyclische, verzadigde of onverzadigde, alifatische of aromatische)

B

    b) zuurstofhoudende koolwaterstoffen, zoals alcoholen, aldehyden, ketonen, carbonzuren, esters en mengsels van esters, acetaten, ethers, peroxiden, epoxyharsen

B

    c) zwavelhoudende koolwaterstoffen

B

    d) stikstofhoudende koolwaterstoffen, zoals aminen, amiden, nitroso-, nitro- en nitraatverbindingen, nitrillen, cyanaten, isocyanaten

B

    e) fosforhoudende koolwaterstoffen 

B

    f) halogeenhoudende koolwaterstoffen 

B

    g) organometaalverbindingen 

B

    h) kunststofmaterialen (polymeren, kunstvezels, cellulosevezels) 

B

    i) synthetische rubber 

B

    j) kleurstoffen en pigmenten 

B

    k) tensioactieve stoffen en tensiden 

B

  anorganisch-chemische producten, zoals:   
    a) van gassen, zoals ammoniak, chloor of chloorwaterstof, fluor of fluorwaterstof, kooloxiden, zwavelverbindingen, stikstofoxiden, waterstof, zwaveldioxide, carbonylchloride

B

    b) van zuren, zoals chroomzuur, fluorwaterstofzuur, fosforzuur, salpeterzuur, zoutzuur, zwavelzuur, oleum, zwaveligzuur 

B

    c) van basen, zoals ammoniumhydroxide, kaliumhydroxide, natriumhydroxide 

B

    d) van zouten, zoals ammoniumchloride, kaliumchloraat, kaliumcarbonaat, natriumcarbonaat, perboraat, zilvernitraat 

B

    e) van niet-metalen, metaaloxiden of andere anorganische verbindingen, zoals calciumcarbide, silicium, siliciumcarbide, titaandioxide 

B

  fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen (enkelvoudige of samengestelde meststoffen)

B

  farmaceutische producten met inbegrip van tussenproducten

B

  explosieven

B

 

7.12. Chemische industrie

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.12. Chemische industrie:  
  Chemische industrie voor de behandeling van tussenproducten en vervaardiging van chemicaliėn:  
    a) Chemische installatie voor de productie van organische chemicaliėn met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer

B

    b) Chemische installatie voor de productie van kunstmeststoffen met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer

B

    c) Chemische installatie voor de productie van anorganische chemicaliėn met een productiecapaciteit van 250.000 ton per jaar of meer

B

  Chemische industrie voor de productie van bestrijdingsmiddelen en farmaceutische producten, verven en vernissen, elastomeren en peroxiden:  
    a) Inrichtingen voor de productie van bestrijdingsmiddelen met een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar of meer

B

    b) Inrichtingen voor de productie van farmaceutische stoffen met een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar of meer

B

    c) Inrichtingen voor de productie van elastomeren, verven, vernissen of peroxiden met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer

B

 

7.13. Productie

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.13. De productie van:  
  salpeterzuur, adipinezuur, glyoxal of glyoxylzuur B
  ammoniak, natriumcarbonaat of natriumbicarbonaat B
  organische bulkchemicaliėn door kraken, reforming, gedeeltelijke of volledige oxidatieve of vergelijkbare processen, met een productiecapaciteit van meer dan 100 ton per dag B
  waterstof en synthesegas door reforming of gedeeltelijke oxidatie met een productiecapaciteit van meer dan 25 ton per dag B
7.14. Productie van roet

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

7.14. De productie van roet waarbij organische stoffen zoals olie, teer en kraak- en destillatieresiduen worden verkoold, waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW worden gebruikt B
Rubriek11. Drukkerijen en grafische industrie(drukken op papier, weefsel, metaal, kunststoffen enz., fotografische bewerkingen, boekbinden)
11.1 Drukken

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

11.1.

Inrichtingen voor het drukken in de ruimste zin, inzonderheid hoogdruk, vlakdruk, diepdruk, flexodruk, zeefdruk, uitvlokken, fotokopie, microfilm, planafdruk, aanmaken van gedrukte schakelingen, elektronische druk, dit op papier, metaal, glas (behalve de versiering van hol glas), plastiek, weefsel en alle andere metalen.

Met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:
 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

A

    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

A

  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

A

    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

A

 

11.2. Zetten, voorbereiden of afwerken

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

11.2.

Zetten, voorbereidingen en afwerkingen van de grafische industrie zoals het grafisch ontwerpen, het zetten en opmaken, de fotoreprografie, de clicherie, het graveren van platen en stempels, het binden, het afwerken en de veredeling, met inbegrip van labo's voor foto-ontwikkeling:

met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:
 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

A

    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

A

  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

A

    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

A

 

Rubriek12. Elektriciteit
12.1. Elektriciteitsproductie

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

12.1.

Electriciteitsproductie

niet in rubrieken 20.1.5, 20.1.6 en 43.2 bedoelde inrichtingen voor elektriciteitsproductie, uitgezonderd de aspecten die betrekking hebben op de kernbrandstofcyclus, met een geļnstalleerd totaal elektrisch vermogen van:

 
  meer dan 300 kW tot en met 10.000 kW

A

  meer dan 10.000 kW

B

 

12.4. Vervaardigen van elektrische en elektronische toestellen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

12.4. Inrichtingen voor het vervaardigen van elektrische en elektronische toestellen, gedrukte schakelingen, chips, zonnecellen en geleiders met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

A

    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

A

  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

A

    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

A

 

Rubriek13. Farmaceutische stoffen
13.1. Industrieel bereiden of formuleren

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

13.1. Inrichtingen voor het industrieel bereiden of het formuleren van farmaceutische stoffen A
Rubriek14. Fotografische producten

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

14.

Fotografische producten (lichtgevoelige films, platen papier, enz.).

Inrichtingen voor het vervaardigen van fotografische producten met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:
 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

O

    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

O

  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

A

    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

A

  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

B

    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

B

 

Rubriek15. Garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen
15.2. Werkplaatsen voor nazicht, herstellen en onderhoud van motorvoertuigen, andere dan rubriek 15.3. en 15.5.

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

15.2. Werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden), andere dan deze bedoeld in rubriek 15.3 en 15.5 A

 

15.3. Werkplaatsen voor nazicht, herstellen en onderhouden van motorvoertuigen, andere dan rubriek 15.5.

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

15.3. Werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden), andere dan deze bedoeld in rubriek 15.5, met gebruik van meer dan:  
  10 schouwputten of hefbruggen, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

A

  4 schouwputten of hefbruggen, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan het sub 1° vermelde industriegebied

A

 

15.5. Standaardgarages en standaardcarrosseriebedrijven

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

15.5. Standaardgarages en - carosseriebedrijven A

 

15.6. Stallen van geaccidenteerde voertuigen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

15.6. Het al dan niet overdekt stallen van geaccidenteerde voertuigen van:  
  maximaal 25 geaccidenteerde voertuigen

A

  meer dan 25 geaccidenteerde voertuigen

B

 

Rubriek16. Gassen
16.1. Productie of omzetting van gassen, cokesgas uitgezonderd

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

16.1. De productie (met inbegrip van de gasraffinage) of omzetting van gassen, cokesgas uitgezonderd:  
  b) Overige (dan gasrafinaderijen), met een productiecapaciteit van:

 

    meer dan 100 Nm³/h B, I

 

Rubriek17. Gevaarlijke producten
17.2. Industriėle activiteiten en opslagplaatsen met risico's van zware ongevallen

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

17.2. Industriėle activiteiten en opslagplaatsen met risico's van zware ongevallen (EU-richtlijn 96/82/EG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken) :  
  17.2.1. inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage 6, delen 1 en 2, kolom 2, gevoegd bij titel I van het VLAREM vermelde hoeveelheid aanwezig zijn [...]

B

  17.2.2. VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage 6, delen 1 en 2, kolom 3, gevoegd bij titel I van het VLAREM vermelde hoeveelheid aanwezig zijn [...]

B

 

17.3. Niet onder 17.2. en 17.4. vallende inrichtingen op opslagplaatsen voor gevaarlijke producten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

17.3.

Niet onder 17.2 en 17.4 vallende inrichtingen op opslagplaatsen voor gevaarlijke producten.

Voor de toepassing van deze rubriek worden als "gevaarlijke producten" beschouwd, de stoffen bedoeld in bijlage 7 bij titel I van het VLAREM
 
  17.3.1. Inrichtingen voor de industriėle productie van zeer giftige, giftige, zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontplofbare of milieugevaarlijke stoffen met een jaarcapaciteit:

 

     1° tot en met 10 ton

A

     2° van meer dan 10 ton

B

  17.3.2. Inrichtingen voor de opslag voor zeer giftige, giftige en ontplofbare stoffen met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een opslagcapaciteit van:

 

     2° meer dan 100 kg tot en met 1 ton A
     3° meer dan 1 ton B
  17.3.3. Opslagplaatsen voor oxiderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van:  
    a) meer dan 10.000 kg tot en met 50.000 kg wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 1.000 kg tot en met 50.000 kg, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    meer dan 50.000 kg B
 

17.3.4.

Opslagplaatsen voor zeer licht ontvlambare en licht ontvlambare vloeistoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van:  
    a)  bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag  
        1) meer dan 1 000 l tot en met 30 000 l wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
        2) meer dan 500 l tot en met 30 000 l, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
        3) meer dan 30 000 l B
      b) bij uitsluitend bovengrondse opslag  
        1) meer dan 1 000 l tot en met 30 000 l wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied
        2) meer dan 500 l tot en met 30 000 l, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
        3) meer dan 30 000 l A
  17.3.5. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van:  
     2° a) meer dan 5 000 l tot en met 100 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag
      b) meer dan 5 000 l tot en met 100 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag O
    a) meer dan 100 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag B
        meer dan 100 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag A
  17.3.6. Opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 55°C, maar dat 100°C niet overtreft, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van:  
    a) meer dan 20 000 l tot en met 500 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag A
      b)  meer dan 20 000 l tot en met 500 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag
    a) meer dan 500 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag B
      b) meer dan 500 000 l bij uitsluitend bovengrondse opsla A
  17.3.7. Opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 100° C, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van:   
    a) meer dan 50 000 l tot en met 5 000 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag
      b) meer dan 50 000 l tot en met 5 000 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag O
    a) meer dan 5 000 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag B
      b) meer dan 5 000 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag A
  17.3.8. Opslagplaatsen voor milieugevaarlijke stoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een opslagcapaciteit van:  
    meer dan 1 ton tot en met 100 ton A
    meer dan 100 ton

B

  17.3.9. Brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, zijnde installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen bestemd voor de voeding van de erop geļnstalleerde motor(en) :  
    Inrichtingen die niet ingedeeld zijn in rubriek 17.3.9.1° en 2°

 

Rubriek19. Hout
19.1. Fineer-, triplex-, houtvezel- en spaander plaatfabrieken, van hout andere dan 19.2

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

19.1. Fineer-, triplex-, houtvezel- en spaanderplaatfabrieken, van hout e.d., andere dan deze bedoeld in rubriek 19.2, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

O

    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O

 

19.2. Vervaardiging van houtvezelplaten volgens nat procedé

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

19.2. Vervaardiging van houtvezelplaten en andere platen hoofdzakelijk samengesteld van hout e.d. gefabriceerd volgens een nat procédé met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

O

    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O

 

19.4. Chemisch behandelen van hout en soortgelijke producten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

19.4. Inrichtingen voor het chemisch behandelen van hout en soortgelijke producten, andere dan deze bedoeld in rubriek 19.8:  
 

installaties voor houtverduurzaming met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van maximum 25 ton met:

producten met minder dan 150 g VOS/l op emulsie- of dispersiebasis door instrijken/indompeling of drenking in een bad toegepast in een houtverduurzamingsstation waaraan de technische goedkeuring ATG van de Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw (BUtgb) is toegekend

O

  andere installaties voor houtverduurzaming A
  Industriėle installaties voor de conservering van hout en houtproducten met chemicaliėn met een productiecapaciteit van 50 m3 per dag of meer.

A
  de conservering van hout en houtproducten met behulp van chemische stoffen met een productiecapaciteit van meer dan 75 m³ per dag, met uitzondering van de behandeling die uitsluitend gericht is op het voorkomen van sapvlekken B

 

Rubriek20. Industriėle inrichtingen die behoren tot bijzondere categorieėn
20.1. Energie-industrie

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

20.1.

Energie-industrie (zie ook rubriek 6)

 
  20.1.1. De productie van cokes

B, I

  20.1.2. Het raffineren van ruwe aardolie
(Zie ook rubriek 1.1.)

B

  20.1.3. Het vergassen of vloeibaar maken van:  
    a) steenkool B, I
    b) andere brandstoffen in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 20 MW of meer  B, I
 

20.1.4.

Installaties voor het produceren van vaste brandstoffen:  
    20.1.4.1. industrieel briketteren van steenkool en bruinkool met een jaarcapaciteit van:  
       1° 1.000 ton tot en met 10.000 ton A
       2° meer dan 10.000 ton B
    20.1.4.2. steenkoolwalserijen met een capaciteit van 1 ton per uur of meer; B
    20.1.4.3. installaties voor de fabricage van steenkoolproducten en vaste rookvrije brandstof. B

 

20.2. Productie en omzetting van metalen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

20.2.

Productie en omzetting van metalen

 
  20.2.2. De productie van ruw ijzer of staal (primaire of secundaire smelting) met inbegrip van continugieten met een capaciteit van:

 

    500 kg tot 2,5 ton per uur

O

    meer dan 2,5 ton per uur A
  20.2.3. Het smelten van ferrometalen met een productiecapaciteit per dag van:

 

    1 ton tot en met 5 ton O
    meer dan 5 ton tot en met 20 ton  O
    meer dan 20 ton A
 

20.2.4.

Het smelten, met inbegrip van het legeren, van non-ferrometalen, inclusief terugwinningsproducten en het gieten van non-ferrometalen met een smeltcapaciteit per dag van:  
    a) voor lood en cadmium  
      20 kg tot en met 1 ton A, I
      meer dan 1 ton tot en met 4 ton B, I
      meer dan 4 ton B, I
    b) voor andere metalen:  
      meer dan 0,5 ton tot en met 20 ton A
      meer dan 20 ton A
  20.2.5. De productie van ruwe non-ferrometalen uit erts, concentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische, chemische of elektrolytische procedés B, I
  20.2.6. Installaties voor de productie van ruwijzer of staal (primaire of secundaire smelting), met inbegrip van continugieten, met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer. B, I
  20.2.7. Installaties voor het smelten (met inbegrip van het legeren), het (vorm)gieten, walsen (koud- en warmwalsen), het trekken van non-ferrometalen, met uitzondering van edele metalen - inclusief terugwinningsproducten (affineren, vormgieten, enz.) - met een productiecapaciteit van 50.000 ton per jaar of meer. B, I
  20.2.8. Productie van aluminium  
    productie van primair aluminium B, I
    productie van secundair aluminium waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW worden gebruikt B, I
  20.2.9. Productie of bewerking van ferrometalen, inclusief ferrolegeringen, waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW worden gebruikt. De bewerking bevat onder meer walserijen, herverhitters, gloeiovens, smederijen, gieterijen, coating en beitsen. B, I
  20.2.10. Productie of bewerking van non-ferrometalen, met inbegrip van de productie van legeringen, raffinage, gieterijen enzovoort, waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen (met inbegrip van brandstoffen die als reductoren worden ingezet) van meer dan 20 MW worden gebruikt. B, I

 

20.3. Industrieėn op het gebied van niet-metaalachtige minerale producten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

20.3.

Industrieėn op het gebied van niet-metaalachtige minerale producten

 
  20.3.1. Installaties voor de productie van cement:

 

    Inrichtingen voor de productie van cement en kalk door middel van draaiovens met een geļnstalleerde totale drijfkracht:

 

      b) 1) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
        2) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
      c) 1) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
        2) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
    Installaties voor de vervaardiging van cement met een productiecapaciteit van 150.000 ton per jaar of meer O
  20.3.2. Inrichtingen voor productie en omzetting van asbestproducten (zie ook rubriek 30.6)

 

    a) industriėle activiteiten waarbij asbest wordt gebruikt, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
      tot en met 200 kW A
      meer dan 200 kW B
    b) Fabricage van asbestcement niet begrepen in sub d) hierna B
    c) Productie van asbestpapier of asbestkarton niet begrepen in sub d) hierna B
    d) De winning van asbest of de fabricage van asbestproducten B
    e) Installaties voor de behandeling en de verwerking van asbest en asbesthoudende producten :  
      voor producten van asbestcement, met een jaarproductie van:  
        a) minder dan 10.000 ton eindproducten O
        b) 10.000 ton eindproducten en meer A
      voor remvoeringen, met een jaarproductie van:  
        a) minder dan 25 ton eindproducten O
        b) 25 ton eindproducten en meer A
      alsmede- voor andere toepassingsmogelijkheden van asbest- met een gebruik van:  
        a) minder dan 100 ton per jaar O
        b) 100 ton per jaar en meer A
 

20.3.4.

De fabricage van glas:  
    de fabricage van glas, met inbegrip van installaties voor de fabricage van glasvezels,  
      met een smeltcapaciteit per dag van:  
      a) 4 ton tot en met 20 ton O
      b) meer dan 20 ton A
    installaties voor het vervaardigen en behandelen van glas (met inbegrip van glasvezels) met een productie-capaciteit van 30.000 ton per jaar of meer. A
  20.3.5. Het fabriceren van keramische producten door middel van verhitting, met name dakpannen, bakstenen, vuurvaste stenen, tegels, aardewerk of porselein met:  
    a) een totaal geļnstalleerde drijfkracht van:  
      a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW als de inrichting volledig in een industriegebied ligt A
        b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt A
      a) meer dan 1.000 kW als de inrichting volledig in een industriegebied ligt A
        b) meer dan 500 kW als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt A
    b) een productiecapaciteit in gewicht van meer dan 75 ton per dag A
    c) een ovencapaciteit van meer dan 4 m³ en met een plaatsingsdichtheid per oven van meer dan 300 kg/m³ A
  20.3.8. Het drogen of calcineren van gips of het produceren van gipsplaten en andere gipsproducten waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW worden gebruikt A

 

20.4. Chemische industrie

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

20.4.

Chemische industrie (zie ook rubriek 7)

 
  20.4.1. Chemische inrichtingen voor de productie van alkenen, alkeenderivaten, monomeren en polymeren, niet begrepen in rubriek 7.3):

 

    met een productiecapaciteit van minder dan 10 ton per jaar A, I
    met een productiecapaciteit van 10 ton per jaar of meer B, I
 

20.4.2.

Chemische inrichtingen voor de fabricage van organische tussenproducten, niet begrepen in rubriek 7:  
    met een productiecapaciteit van minder dan 10 ton per jaar B, I
    met een productiecapaciteit van 10 ton per jaar of meer B, I
  20.4.3. Inrichtingen voor de fabricage van anorganische chemische basisproducten, niet begrepen in rubriek 7:  
    met een productiecapaciteit van minder dan 10 ton per jaar B, I
    met een productiecapaciteit van 10 ton per jaar of meer B, I

 

20.5. Chemische fabricage van papierpap

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

20.5.

Diverse industrieėn: Inrichtingen voor de chemische fabricage van papierpap met een productiecapaciteit van:

 
  1.000 ton tot en met 25.000 ton per jaar B
  meer dan 25.000 ton per jaar B
Rubriek21. Kleurstoffen en pigmenten
21.1. Vervaardigen van natuurlijke kleurstoffen en pigmenten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

21.1.

Inrichtingen voor het vervaardigen van natuurlijke kleurstoffen en pigmenten, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
21.2. Vervaardigen van kunstmatige kleurstoffen en pigmenten

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

21.2.

Inrichtingen voor het vervaardigen van kunstmatige kleurstoffen en pigmenten, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O, I
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O, I
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A, I
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A, I
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B, I
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B, I

 

Rubriek22. Kosmetische stoffen (parfums, crčmes, poeders en analoge producten)
22.1. Bereiden of conditioneren

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

22.1.

Inrichtingen voor het bereiden of conditioneren van cosmetische stoffen met een geļnstalleerde drijfkracht van:

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
Rubriek23. Kunststoffen (macromoleculaire synthetische stoffen)
23.1. Inrichtingen vervaardigen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

23.1.

Inrichtingen voor het vervaardigen van kunststoffen en van kunstmatige vezels:

 
  Inrichtingen voor het vervaardigen van kunststoffen en van kunstmatige vezels met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    b) meer dan 10 kW tot en met 200 kW A
    c) meer dan 200 kW B
  Installaties voor het vervaardigen van kunstmatige minerale vezels met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer. B
23.2. Inrichtingen voor het behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

23.2.

Inrichtingen voor het behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 41, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
Rubriek24. Laboratoria (al dan niet geļntegreerd in een elders ingedeelde inrichting)
24.1. Gevaarlijke stoffen lozen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

24.1.

Laboratoria die enige biologische of scheikundige, minerale of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, of met een didactisch doel, die door hun afvalwater een hoeveelheid gevaarlijke stoffen lozen per maand en per stof die opgenomen is in lijst I van bijlage 2C:

 
  meer dan 1 kg  O
Rubriek25. Leder (huiden, leder, pelsen, haren, veren, dons)
25.1. Leer- en witlooierijen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

25.1.

Leer- en witlooierijen

 
  25.1.1. Het looien van huiden met een verwerkingscapaciteit van meer dan 12 ton eindproducten per dag B, I
  25.1.2. Overige leer- en witlooierijen B, I
  25.1.3.

Installaties voor het looien van huiden met een productiecapaciteit van 1.000 ton per jaar of meer

Er kan overlapping zijn met deelrubriek 25.1.1.
B, I

 

25.2. Andere inrichtingen voor het behandelen, vilthoed- en textielhaarfabrieken

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

25.2.

Andere inrichtingen voor het behandelen van huiden, leder, pelsen, haren, veren en dons zoals pelterij- en bontwerkfabrieken (bereiden, verven en reinigen inbegrepen), vilthoed- en textielhaarfabrieken met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
Rubriek26. Lijmen en niet voor consumptie bestemde gelatine
26.1. Bereiden van lijmen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

26.1.

Inrichtingen voor het bereiden van lijmen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
26.2. Opslagplaatsen voor lijmen en niet voor consumptie bestemde gelatine

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

26.2.

Opslagplaatsen voor lijmen en niet voor consumptie bestemde gelatine, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, van meer dan 10 ton

 A
26.3. Productie van gelatine en osseļne

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

26.3.

Inrichtingen voor de productie van gelatine en osseļne met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
Rubriek27. Lucifers, toortsen of analoge producten
27.1. Vervaardigen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

27.1.

Inrichtingen voor het vervaardigen van lucifers, toortsen en analoge producten

 O
Rubriek28. Mest of meststoffen
28.1. Kunstmest

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

28.1.

Kunstmest, waaronder verstaan elke speciaal vervaardigde één of meer mineralen bevattende stof die wordt aangebracht ter bevordering van de gewasgroei, andere dan dierlijke mest

 
  a) Productie van fosfaatmeststoffen, superfosfaten, fosforzuren en technische fosfaten met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    5 kW tot en met 200 kW A
    meer dan 200 kW B
  b) Productie van stikstofmeststoffen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    5 kW tot en met 200 kW A
    meer dan 200 kW B
  c) Productie van samengestelde meststoffen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    5 kW tot en met 200 kW A
    meer dan 200 kW B
  d) Productie verbonden aan of aanverwant met deze van de subrubrieken a), b) of c) die wegens hun speciaal of afwijkend karakter er niet mee kunnen gelijkgesteld worden met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    5 kW tot en met 200 kW A
    meer dan 200 kW B
28.3. Dierlijke mestverwerking of -bewerking

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

28.3.

Inrichtingen waar dierlijke mest bewerkt of verwerkt wordt, met uitzondering van de installaties voor de bewerking en/of verwerking van dierlijke mest zoals bedoeld in de rubrieken 9.3 tot en met 9.8, met een bewerkings- of verwerkingscapaciteit op jaarbasis van:

 
  b) 1.000 ton tot en met 25.000 ton mest B
  c) meer dan 25.000 ton mest B
Rubriek29. Metalen (zie ook rubriek 20.2)
29.1. Ertsen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

29.1.

Ertsen:

 
  29.1.1. Niet in rubriek 20.2.1 begrepen inrichtingen voor het behandelen van ertsen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
      b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
    a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A, I
      b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A, I
    a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B, I
      b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B, I
  29.1.2. Inrichtingen voor de opslag of overslag van ertsen, met uitzondering van die, vermeld in rubriek 48, met een oppervlakte van:  
    1 tot en met 10 ha A
    meer dan 10 ha A

 

29.2. De verwerking van ferro-metalen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

29.2.

De verwerking van ferro-metalen:

 
  29.2.1. Walserijen  
    warmwalsen met een capaciteit van meer dan 20 ton ruwstaal per uur B
    overige walserijen B
  29.2.2 Staaldraadtrekkerijen B
29.3. Non-ferrometalen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

29.3.

Non-ferrometalen:

 
  29.3.1. Walserijen of trekkerijen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
      b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
    a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
      b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
29.4. Metaalgieterijen en metaalpoeders

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

29.4.

Metaalgieterijen en metaalpoeders:

 
  29.4.1.

Gieterijen

Met gebruik van smeltkroezen, met een totaal inhoudsvermogen van:
 
    a) 1 dm3 tot en met 1 m3 A
    b) meer dan 1 m3 B
  29.4.2. Metaalpoeders (inrichtingen voor het vervaardigen van) B, I
  29.4.3. Inrichtingen voor het vervaardigen van metaaloxiden B, I

 

29.5. Metalen of voorwerpen uit metaal (bewerking of behandeling van)

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

29.5.

Metalen of voorwerpen uit metaal (bewerking of behandeling van)

 
  29.5.2. Smederijen, andere dan deze bedoeld in rubriek 29.5.1, en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
      b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
    a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  29.5.3. Inrichtingen voor het thermisch behandelen van metalen of voorwerpen uit metaal met een thermisch vermogen van:   
    a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
      b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
    a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
      b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
  29.5.4. Inrichtingen voor het fysisch behandelen van metalen of voorwerpen uit metaal of stralen met zand of andere producten (uitgezonderd het stralen van een gebouw of enige andere vaste constructie) met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
      b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
    a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
      b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
  29.5.5. Oppervlaktebehandeling, met inbegrip van ontvetting van metalen door middel van een elektrolytisch of chemisch procedé, als de gezamenlijke inhoud van de gebruikte behandelingsbaden en spoelbaden of van de opvangrecipiėnten voor de opvang van de gebruikte chemicaliėn, als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, uit de volgende volumes bestaat:  
    a) meer dan 1.000 liter tot en met 5.000 liter als de inrichting volledig in een industriegebied ligt;  A
      b) meer dan 300 liter tot en met 5.000 liter, als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt;  A
    meer dan 5.000 liter, voor een andere installatie dan die vermeld in punt 4; B
    meer dan 30.000 liter inhoud van alleen de behandelingsbaden (exclusief spoelbaden). B
  29.5.6. Aanbrengen van deklagen van gesmolten metaal  
    a) met een verwerkingscapaciteit van meer dan 2 ton ruwstaal per uur B
    b) door indompeling, in baden met een vloeibaar metaal (verzinken, vertinnen, enz.) en met een gezamenlijk inhoudsvermogen van de baden en de spoelbaden :  
      meer dan 300 l tot en met 5.000 l B
      meer dan 5.000 l B
  29.5.7. Ontvetten van metalen of voorwerpen van metaal door middel van:  
    gehalogeneerde oplosmiddelen of oplosmiddelen met een ontvlammingspunt tot en met 55° C met een totaal inhoudsvermogen van de baden en de spoelbaden of van de opvangrecipiėnten voor de opvang van de gebruikte chemicaliėn als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, van:  
      a) 1) 10 l tot en met 1.000 l, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
        2) 10 l tot en met 300 l, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
      b) 1) meer dan 1.000 l tot en met 5.000 l wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
        2) meer dan 300 l tot en met 5.000 l, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
      c) meer dan 5.000 l B
    andere organische oplosmiddelen met een totaal inhoudsvermogen van de baden en de spoelbaden of van de opvangrecipiėnten voor de opvang van de gebruikte chemicaliėn als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, van:  
      b) 1) meer dan 1.000 l tot en met 5.000 l wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
        2) meer dan 300 l tot en met 5.000 l, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
      c) meer dan 5.000 l B
  29.5.8. Inrichting voor het uitstampen van metalen door middel van springstoffen O
  29.5.9.

Installaties voor de verwerking van ferrometalen door:

- warmwalsen;

- koudwalsen van vlakke platen;

- smeden met hamers;

- het aanbrengen van deklagen van gesmolten metaal;

met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer.

B
  29.5.10.

Thermisch reinigen van metalen voorwerpen met het oog op onderhoud of reiniging voor gebruik in de oorspronkelijke functie door middel van pyrolyseovens, wervelbed of gelijkaardige installaties voor het verwijderen van bedekkingsmiddelen en voedingsresten, met een totaal thermisch vermogen van: 

 
   

Overige:  
      a) tot en met 0,2 MW, waarbij wel een of meer van de in 29.5.10.2.1° vermelde verwijderingsactiviteiten plaatsvinden; O
      b) meer dan 0,2 MW. A
Rubriek30. Minerale industrie (Niet-metaalachtige producten, bouwmaterialen en soortgelijke materialen) zie ook rubriek 20.3
30.2. Productie

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

30.2. De productie van:  
  voorwerpen uit klei, gips, asse, enz. of ceramiek, gebakken aarde, beton en andere dergelijke materialen, met uitzondering van deze bedoeld in rubriek 20.3.5, 30.2.2° en 30.9, met een totaal geļnstalleerde drijfkracht van :  
    b) meer dan 10 kW tot en met 200 kW O
    c) meer dan 200 kW O
  cementklinkers in draaiovens met een productiecapaciteit van meer dan 500 ton per dag of in andere ovens met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag O
  kalk of het calcineren van dolomiet of magnesiet, in draaiovens met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag of in andere ovens met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag O
  magnesiumoxide in ovens met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag  O
30.4. Asfaltbetoncentrales

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

30.4.

Asfaltcentrales

 A
30.5. Verwerken van vrij asbest

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

30.5.

Inrichtingen voor het verwerken van vrij asbest

 B
30.6. Mechanisch bewerken van voorwerpen die asbest bevatten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

30.6.

Inrichtingen voor het mechanisch bewerken van voorwerpen die asbest bevatten met een totale drijfkracht van:

 
  2. meer dan 10 kW tot en met 200 kW A
  3. meer dan 200 kW B
30.9. Steenbakkerijen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

30.9.

Steenbakkerijen

 O
Rubriek32. Ontspanningsinrichtingen en schietstanden
32.7. Schietstanden

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

32.7.

Schietstanden

 
 

voor kleiduifschieten met vuurwapens O
 

voor vuurwapens, uitgezonderd paintball shooting en kleiduifschieten O
Rubriek33. Papier (papierdeeg, papier, karton en soortgelijke materialen)
33.1. Fabricage van papierpulp

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

33.1.

De fabricage, in industriėle installaties, van papierpulp uit hout of uit andere vezelstoffen

O
33.2. Papier- en kartonfabrieken

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

33.2.

Papier- en kartonfabrieken:

 
  a) Vervaardigen van papier met minder dan 15 % as van kraft-liner en edele verpakkingen en/of van tissues met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
      b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
    a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  b) Vervaardigen van papier met 15% en meer as, van papier met meer dan 25 % houtslijp en/of gestreken papier, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
      b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
    a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  c) Vervaardigen van papier op basis van oud papier (meer dan 60 %) met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
      b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
    a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  d) Vervaardigen van speciaal papier en karton, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
    a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
      b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
    a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  e) de fabricage, in industriėle installaties, van papier of karton met een productiecapaciteit van meer dan 20 ton per dag O
Rubriek34. Reinigingsmiddelen (zepen, detergenten of soortgelijke producten) en poetsmiddelen
34.2. Bereiden en verpakken

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

34.2.

Inrichtingen voor het bereiden en verpakken van reinigingsmiddelen en poetsmiddelen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
34.3. Opslagplaatsen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

34.3.

Opslagplaatsen voor reinigingsmiddelen en poetsmiddelen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48.

 O
Rubriek36. Rubber (rubber en andere elastomeren)
36.1. Vervaardigen van synthetische rubbers

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

36.1.

Inrichtingen voor het vervaardigen van synthetische rubber

 B, I

 

36.2. Bandenfabriek

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

36.2.

Bandenfabrieken

 A
36.3. Vervaardigen en behandelen van producten op basis van elastomeren

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

36.3.

Inrichtingen voor het vervaardigen en behandelen van producten op basis van elastomeren:

 
  met een geļnstalleerde totale drijfkracht:  
    b) 1) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      2) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
    c) 1) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
      2) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  met een verwerkingscapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer A
Rubriek38. Springstoffen
38.1. Bereiding, behandeling of verwerking

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

38.1.

Inrichtingen voor de bereiding, behandeling of verwerking van springstof, met inbegrip van de installaties voor de terugwinning of vernietiging van explosieve stoffen, met uitzondering van de werkplaatsen voor het laden van jachtpatronen bij wapensmeden en andere kleinhandelaars

 B, I

 

Rubriek40. Tabak
40.1. Behandelen van tabak of het vervaardigen van tabakswaren

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

40.1.

Inrichtingen voor het behandelen van tabak of het vervaardigen van tabakswaren met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O

 

Rubriek41. Textiel (vezels, garen, wol, weefsels, breiwerk, vlechtwerk, textielwaren, kunststoffen en soortgelijke producten)
41.3. Wolontvettingsfabrieken, wolwasserijen, kammen en/of carboniseren

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

41.3.

Wolontvettingsfabrieken, wolwasserijen, alsmede het kammen en/of carboniseren van wol met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

O

 

  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

A

 

    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied

A

 

  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
41.4. Chemisch reinigen, behandelen, textielveredeling

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

41.4.

Inrichtingen voor het chemisch reinigen, voorbehandelen en behandelen van textiel, alsmede textielveredeling (uitgezonderd de inrichtingen bedoeld in rubriek 41.9 en 46) met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied
41.6. Vervaardigen van tapijten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

41.6.

Inrichtingen voor het vervaardigen van tapijten met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
41.7. Aanbrengen van een kunststofonderlaag bij tapijten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

41.7.

Inrichtingen voor het aanbrengen van een kunststofonderlaag bij tapijten met uitzondering van de precoat voor de poolverankering en de secundaire backing van textiel

O
41.9. Productie van viscose

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

41.9.

Productie van viscose (cellulosenatriumxanthogenaat) voor vezels, filamentgaren, film, sponsen, kunstdarmen, enzovoort, alsook installaties voor het produceren en bewerken van celstof met een geļnstalleerde totale drijfkracht van :

 
  a) 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied B
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied B
41.10. Voorbehandeling of het verven van vezels of textiel

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

41.10.

De voorbehandeling (zoals wassen, bleken, merceriseren) of het verven van textielvezels of textiel met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag

B
41.11. Produceren en bewerken van celstof

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

41.11.

Installaties voor het produceren en bewerken van celstof met een productiecapaciteit van 100 ton per dag en meer.

B
Rubriek42. Transportmiddelenfabriek
42.1. Automobielfabrieken en assemblagebedrijven

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

42.1.

Automobielfabrieken en assemblagebedrijven en fabrieken van automobielmotoren (transportmiddelen, zoals auto's, autobussen, tractoren, opleggers)

A
42.2. Scheepswerven

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

42.2.

Scheepswerven

 
  42.2.1. Scheepswerven A
  42.2.2.

Installaties voor het bouwen van, en het verven of de verwijdering van verf van schepen met een capaciteit voor schepen van 100 m lang of langer.

Er kan een overlapping zijn met subrubriek 42.2.1.
A
42.3. Bouw en reparatie van luchtvaartuigen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

42.3. Installaties voor de bouw en reparatie van luchtvaartuigen A
42.4. Vervaardigen en assembleren van rijwielen en motorrijwielen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

42.4.

Inrichtingen voor het vervaardigen en assembleren van rijwielen en motorrijwielen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
42.5. Spoorwegmaterieelfabrieken

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

42.5. Spoorwegmaterieelfabrieken A
Rubriek43 Verbrandingsinrichtingen
43.1. Het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

43.1.

Het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van:

 
 

meer dan 5.000 kW A
43.3. Het stoken in installaties, inclusief stationaire motoren en gasturbines

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

43.3.

Het stoken in installaties, inclusief stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer

A
43.4. Installaties voor het verbranden van brandstof

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

43.4.

Installaties voor het verbranden van brandstof met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW, met uitzondering van installaties voor het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen of huishoudelijk afval.

A
Rubriek44. Vetten, wassen, oliėn, paraffine, glycerine, stearine, harsen en andere, niet voor voeding bestemde soortgelijke producten (zie ook rubriek 2.1.1.)
44.1. Vetsmelterijen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

44.1.

Vetsmelterijen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  meer dan 200 kW A
44.2. Plantaardige of dierlijke oliėn en vetten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

44.2.

Inrichtingen voor het vervaardigen of behandelen van plantaardige en/of dierlijke oliėn en vetten, wassen, of andere niet-eetbare vetstoffen, andere dan deze bedoeld in rubriek 44.1, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
Rubriek45. Voedings- en genotmiddelenindustrie (opslag, bewerking of verwerking van dierlijke en plantaardige producten)
45.1. Slachthuizen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

45.1.

De exploitatie van slachthuizen:

 
  a) voor slachtdieren andere dan deze bedoeld in b)  
    met een productiecapaciteit van meer dan 5 ton tot en met 50 ton per dag geslachte dieren O
  b) voor pluimvee en konijnen:  
    meer dan 1.000 dieren per dag O
  d) Met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag geslachte dieren O
45.2. Smelterijen van voedingsvetten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

45.2.

Smelterijen van voedingsvetten met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
45.3. Bereiden van voedingsvetten van plantaardige of dierlijke oorsprong

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

45.3.

Inrichtingen voor het bereiden van voedingsvetten van plantaardige of dierlijke oorsprong: oliėn, vetten, margarines, gelatine, enz., met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied A
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied A
45.7. Zetmeel- en zetmeelderivatenfabrieken

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

45.7.

Zetmeel- en zetmeelderivatenfabrieken

O
45.9. Vervaardigen en raffineren van suiker- en bietenrasperijen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

45.9.

Inrichtingen voor het vervaardigen en raffineren van suiker- en bietenrasperijen, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
45.15. Azijn

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

45.15.

Inrichtingen voor het bereiden van azijn met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
45.17. Volgende Inrichtingen uit voedings- en genotmiddelenindustrie

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

45.17.

Volgende inrichtingen uit de voedings- en genotmiddelenindustrie:

 
 

Inrichtingen voor het vervaardigen van plantaardige of dierlijke oliėn en vetten met een productiecapaciteit van 60.000 ton of meer per jaar  O
 

Inrichtingen voor het conserveren van dierlijke en/of plantaardige producten met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar  O
  Zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton of meer per jaar  O
  Suikerwarenfabrieken met een productiecapaciteit van 90.000 ton of meer per jaar  O
  Siroop- of frisdrankenfabrieken met een productiecapaciteit van 75 miljoen liter of meer per jaar  O
  Vismeel- en visoliefabrieken met een productiecapaciteit van 10.000 ton of meer per jaar  O
  Suikerfabrieken met een productiecapaciteit van 500 ton of meer per dag  O
Rubriek46. Wasserijen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

46. Met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:  
  a) meer dan 200 kW tot en met 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
  a) meer dan 1.000 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied O
    b) meer dan 500 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied O
Rubriek48. Zeehavengebieden en havens
48.1.1. Doorvoeropslagplaatsen gelegen in zeehavengebieden,

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

48.1.

Doorvoeropslagplaatsen gelegen in zeehavengebieden, met uitsluiting van de doorvoeropslagplaatsen op de voorkaaien die uitsluitend worden benut voor kortstondige opslag in afwachting van de verscheping of van de uiteindelijke bestemming na lossing:

 
  48.1.1. IMDG (International Maritime Dangerous Goods Code)-goederen  
    Opslagplaatsen voor IMDG-goederen, waaronder gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 6 (delen I en II) bij titel I van het VLAREM, in minimale hoeveelheden:  
      a) zoals vermeld in kolom 2 van deze bijlage 6 (opslagplaatsen waarop artikel 7, § 1 van titel I van het VLAREM van toepassing is) A
      b) zoals vermeld in kolom 3 van deze bijlage 6 (VR-plichtige opslagplaats overeenkomstig artikel 7, § 3 van titel I van het VLAREM) A
    Overige opslagplaatsen voor IMDG-goederen A
Rubriek50. Zout (strooizout)

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

50. Opslagplaatsen van strooizout, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, van meer dan 20 ton A
Rubriek52. Lozingen in grondwater
52.1. Binnen de waterwingebieden en beschermingszones
52.1.1. Indirecte lozing van gevaarlijke stoffen in bijlage 2B bij titel I van Vlarem

 

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

52.1.1. Indirecte lozing in grondwater van de gevaarlijke stoffen bedoeld in de bijlage 2B bij titel I van het VLAREM:  
  indirecte lozing van bedrijfsafvalwater in grondwater O
  niet-elders ingedeelde handeling waarbij de voormelde gevaarlijke stoffen worden gebruikt, uitgestrooid of verwijderd of met het oog op de verwijdering ervan worden gestort en die een indirecte lozing tot gevolg zou kunnen hebben A
52.1.2. Binnen de beschermingszones type III

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

52.1.2. Binnen de beschermingszones type III: niet-elders ingedeelde handelingen die krachtens artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende reglementering van de handelingen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones verboden zijn binnen de beschermingszones type II A
52.2. Buiten de waterwingebieden en de beschermingszones type I, II of III

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

52.2.

Handelingen buiten de waterwingebieden en de beschermingszones type I, II of III:

Indirecte lozing in grondwater van de gevaarlijke stoffen bedoeld in de bijlage 2B bij titel I van het VLAREM, met uitzondering van de uitspreiding van meststoffen en andere stoffen voor gebruik in land- en tuinbouw mits de opgelegde normen of toegelaten hoeveelheden en/of de gebruiksaanwijzingen worden nageleefd:

 
 

indirecte lozing van bedrijfsafvalwater in grondwater O
 

niet-elders ingedeelde handeling waarbij de voormelde gevaarlijke stoffen worden gebruikt, uitgestrooid of verwijderd of met het oog op de verwijdering ervan worden gestort en die een indirecte lozing tot gevolg zou kunnen hebben A
Rubriek57. Vliegvelden
57.1. Vliegvelden

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

57.1.

Terreinen voor vliegvelden met een start- en landingsbaan:

Voor de toepassing van deze rubriek wordt onder vliegvelden verstaan de vliegvelden die beantwoorden aan de definitie van het Verdrag van Chicago van 1944 tot oprichting van de Internationale burgerlucht-vaartorganisatie (bijlage 14 begrip “aerodrome”)

 
 

minder dan 800 meter A
 

ten minste 800 meter A
Rubriek59. Activiteiten die gebruikmaken van organische oplosmiddelen
59.1. Drukken

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.1.

Drukken

 
  59.1.1 Installaties voor heatsetrotatie-offset: een rotatiedrukactiviteit waarbij gebruik wordt gemaakt van een beelddrager waarop de drukkende delen en de niet-drukkende delen in hetzelfde vlak liggen, waarbij rotatie inhoudt dat het te bedrukken materiaal niet als aparte vellen maar van een rol in de machine wordt gevoerd. Het niet-drukkende deel wordt zo behandeld dat het water aantrekt en derhalve de inkt afstoot. Het drukkende deel wordt zo behandeld dat het inkt opneemt en overbrengt op het te bedrukken oppervlak. De verdamping vindt plaats in een oven, waar het bedrukte materiaal met warme lucht wordt verwarmd  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 15 ton tot en met 25 ton A
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton B
  59.1.2. Installaties voor illustratiediepdruk: rotatiediepdrukactiviteit waarbij papier voor tijdschriften, brochures, catalogi of soortgelijke producten met inkt op basis van tolueen wordt bedrukt  B
  59.1.3.1. Installaties voor flexografie: een drukactiviteit waarbij gebruik wordt gemaakt van een beelddrager van rubber of elastische fotopolymeren, waarop de drukkende delen zich boven de niet-drukkende delen bevinden, en van vloeibare inkt die door verdamping droogt  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 15 ton tot en met 25 ton A
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton B
  59.1.3.2. Installaties voor lamineren samenhangend met een drukproces: de samenhechting van twee of meer flexibele materialen tot een laminaat  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 15 ton tot en met 25 ton A
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton B
  59.1.3.3. Installaties voor rotatiediepdruk: een drukactiviteit waarbij gebruik wordt gemaakt van een cilindrische beelddrager, waarop de drukkende delen lager liggen dan de niet-drukkende delen, en vloeibare inkt die door verdamping droogt. De napjes worden met inkt gevuld en het overschot wordt van de nietdrukkende delen verwijderd voordat het te bedrukken oppervlak contact met de cilinder maakt en de inkt uit de napjes trekt. Andere installaties dan die vermeld worden in subrubriek 59.1.2  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 15 ton tot en met 25 ton A
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton B
  59.1.3.4. Installaties voor rotatiezeefdruk: een rotatiedrukactiviteit waarbij de inkt door een poreuze beelddrager wordt geperst, waarbij de drukkende delen open zijn en het niet-drukkende deel wordt afgedekt, en zo op het te bedrukken oppervlak wordt gebracht en waarbij gebruik wordt gemaakt van vloeibare inkt die uitsluitend door verdamping droogt. Bij een rotatief drukproces wordt het te bedrukken materiaal niet als aparte vellen maar van een rol in de machine gebracht  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 15 ton tot en met 25 ton A
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton B
  59.1.3.5. Installaties voor rotatiezeefdruk zoals in rubriek 59.1.3.4 met als beelddrager textiel of karton.  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 30 ton B
  59.1.3.6. Installaties voor lakken: een proces waarbij een lak of een kleefstof om later het verpakkingsmateriaal af te sluiten op een flexibel materiaal wordt aangebracht  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 15 ton tot en met 25 ton A
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton B
59.2. Oppervlaktereiniging

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.2.

Oppervlaktereiniging

 
  59.2.1 Oppervlaktereiniging die gebruikmaakt van de in artikel 5.59.2.2, § 1 en § 3, van titel II van het VLAREM vermelde stoffen  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 1 ton tot en met 5 ton B
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 5 ton B
  59.2.2. Oppervlaktereiniging die geen gebruikmaakt van de in artikel 5.59.2.2, § 1 en § 3, van titel II van het VLAREM vermelde stoffen  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 2 ton tot en met 10 ton B
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 10 ton B
59.3. Overspuiten van voertuigen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.3.

Overspuiten van voertuigen

Alle industriėle of commerciėle activiteiten en daarmee verband houdende ontvettingsactiviteiten

A
59.4. Bandlakken

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.4.

Bandlakken

 
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton A
59.5. Coatingwerkzaamheden

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.5.

Coatingwerkzaamheden

 
  59.5.1. Coating van voertuigen  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 15 ton of minder A
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 15 ton A
  59.5.2. Coating van andere producten  
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 5 ton tot en met 15 ton B
    met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 15 ton B
59.6. Coating van wikkeldraad

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.6.

Coating van wikkeldraad

 
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 5 ton B
59.7. Coating van houten oppervlakken

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.7.

Coating van houten oppervlakken

 
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 15 ton tot en met 25 ton B
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton B
59.8. Chemisch reinigen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.8.

Chemisch reinigen

alle industriėle of commerciėle activiteiten waarbij VOS worden gebruikt in een installatie voor het schoonmaken van kleren, meubelstoffen en soortgelijke consumptiegoederen, met uitzondering van het handmatig verwijderen van vlekken in de textiel- en de kledingindustrie

 A
59.9. Impregneren van houten oppervlakten

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.9.

Impregneren van houten oppervlakken

elke activiteit waarbij een houtverduurzamingsmiddel in het hout wordt gebracht

 
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton B
59.10. Coating van leder

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.10.

Coating van leder

 
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 10 ton tot en met 25 ton B
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 25 ton B
59.11. Fabricage van schoeisel

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.11. Fabricage van schoeisel  
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 5 ton B
59.12. Lamineren van hout en kunststof

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.12. Lamineren van hout en kunststof:  
 

met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 5 ton.

B
59.13. Aanbrengen van lijmlagen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.13. Aanbrengen van lijmlagen  
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 5 ton tot en met 15 ton B
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 15 ton B
59.14. Vervaardigen van coatingmengsels, lak, inkt en kleefstoffen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.14. Vervaardiging van coatingmengsels, lak, inkt en kleefstoffen  
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van 100 ton tot en met 1000 ton B
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 1000 ton B
59.15. Bewerking van natuurlijke of synthetische rubber

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.15. Bewerking van natuurlijk of synthetisch rubber  
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 15 ton B
59.16. Extractie van plantaardige oliėn en dierlijke vetten en raffinage van plantaardige oliėn

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.16. Extractie van plantaardige oliėn en dierlijke vetten en raffinage van plantaardige oliėn  
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 10 ton A
59.17. Vervaardigen van geneesmiddelen

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

59.17. Vervaardiging van geneesmiddelen  
  met een jaarlijks oplosmiddelverbruik van meer dan 50 ton B
Rubriek60. Geheel of gedeeltelijk opvullen met niet- verontreinigde uitgegraven bodem en niet-verontreinigde bagger- en ruimingsspecie van groeven, graverijen, uitgravingen en andere putten, met inbegrip van waterplassen en vijvers

 

Rubriek (1)

Omschrijving en Subrubrieken (2) (3) (4)

 

Categorie

60. Geheel of gedeeltelijk opvullen met niet-verontreinigde uitgegraven bodem en niet verontreinigde bagger- en ruimingspecie van groeven, graverijen, uitgravingen en andere putten, met inbegrip van waterplassen en vijvers  
  met een capaciteit van meer dan 10.000 m² O
61.2. Tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem die voldoet aan een toepassing als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van het Vlaams reglementbetreffende de bodemsanering en de bodemsanering

Rubriek (1)

Risico- inrichtingen

Categorie (2)

61.2

Tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem die voldoet aan een toepassing overeenkomstig het VLAREBO

 

met een capaciteit van meer dan 10.000 m3 O

 

 

Toelichting
(1)

In deze lijst worden de inrichtingen voorafgegaan door een nummer dat overeenstemt met de indelingsrubriek uit de indelingslijst in bijlage 1 van VLAREM I zoals die van kracht was op 31 mei 2015. Deze nummervermelding is echter louter indicatief, wat inhoudt dat een eventuele wijziging van voormelde indelingslijst geen invloed heeft op de verplichtingen voor de exploitant en overdrager die voortvloeien uit het Bodemdecreet of het VLAREBO.

(2) Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, is de wetgeving waar in de omschrijving van een rubriek of subrubriek in bovenstaande tabel naar verwezen wordt de wetgeving zoals die van kracht was op 31 mei 2015. De betreffende wetgeving kan geraadpleegd worden op de website van de OVAM (www.ovam.be).
(3)

De verwijzing naar een rubriek of subrubriek in de omschrijving in bovenstaande tabel heeft betrekking op de betreffende rubriek of subrubriek zoals vermeld in de indelingslijst in bijlage 1 van VLAREM I zoals die van kracht was op 31 mei 2015. De betreffende indelingslijst kan geraadpleegd worden op de website van de OVAM (www.ovam.be).

(4) De toelichtingen, opmerkingen en uitzonderingen die worden vermeld in de omschrijving van de rubrieken en subrubrieken in de indelingslijst in bijlage 1 van VLAREM I zoals die van kracht was op 31 mei 2015 zijn van overeenkomstige toepassing op de overeenstemmende rubrieken en subrubrieken, vermeld in bovenstaande tabel.