Bijlage III. Streefwaarden voor de bodemkwaliteit

De streefwaarden voor de bodemkwaliteit, vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en bodembescherming, zijn aangegeven in de onderstaande tabel.

 

 

 

Vaste deel van de aarde
(mg/kg droge stof)

Grondwater
(μg/l)

ZWARE METALEN EN METALLOÏDEN (1)

Arseen

16

5

Cadmium

0,7

1

Chroom (III)

62

10

Koper

20

20

Kwik

0,1

0,05

Lood

31

5

Nikkel

16

10

Zink

77

60

MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN

Benzeen

0,1 (d)

0,5 (d)

Tolueen

0,1 (d)

0,5 (d)

Ethylbenzeen

0,1 (d)

0,5 (d)

Xyleen

0,1 (d)

0,5 (d)

Styreen

0,1 (d)

0,5 (d)

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN

Dichloormethaan

0,02 (d)

0,5 (d)

Tetrachloormethaan

0,02 (d)

0,5 (d)

Tetrachlooretheen

0,02 (d)

0,5 (d)

Trichlooretheen

0,02 (d)

0,5 (d)

Monochloorbenzeen

0,02 (d)

0,5 (d)

Dichloorbenzeen (2)

0,02 (d)

0,5 (d)

Trichloorbenzeen (2)

0,02 (d)

0,5 (d)

Tetrachloorbenzeen (2)

0,02 (d)

0,1 (d)

Pentachloorbenzeen

0,02 (d)

0,1 (d)

1,1,1-trichloorethaan

0,02 (d)

1 (d)

1,1,2-trichloorethaan

0,02 (d)

1 (d)

1,1-dichloorethaan

0,02 (d)

1 (d)

Cis + trans-1,2-dichlooretheen

0,02 (d)

1 (d)

CARCINOGENE GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN

1,2-dichloorethaan

0,02(d)

0,5(d)

Vinylchloride

0,02(d)

0,5(d)

Trichloormethaan

0,02(d)

0,5(d)

Hexachloorbenzeen

0,02(d)

0,1(d)

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN

Naftaleen

0,1

0,02 (d)

Benzo(a)pyreen

0,1

0,02 (d)

Fenantreen

0,08

0,02 (d)

Fluoranteen

0,2

0,02 (d)

Benzo(a)antraceen

0,06

0,02 (d)

Chryseen

0,15

0,02 (d)

Benzo(b)fluoranteen

0,2

0,02 (d)

Benzo(k)fluoranteen

0,2

0,02 (d)

Benzo(ghi)peryleen

0,1

0,02 (d)

Indeno(1,2,3-cd)pyreen

0,1

0,02 (d)

Antraceen

0,1

0,02 (d)

Fluoreen

0,1

0,02 (d)

Dibenz(a,h)antraceen

0,1

0,02 (d)

Acenafteen

0,2

0,02 (d)

Acenaftyleen

0,2

0,02 (d)

Pyreen

0,1

0,02 (d)

CYANIDE (3)

Totaal cyanide

1 (d)

5 (d)

PESTICIDEN

Aldrin + dieldrin

 

0,01 (d)

Chloordaan (cis + trans)

 

0,02 (d)

DDT + DDE + DDD

 

0,01 (d)

Hexachloorcyclohexaan (g-isomeer)

 

0,005 (d)

Hexachloorcyclohexaan (α-isomeer)

 

0,005 (d)

Hexachloorcyclohexaan(β-isomeer)

 

0,005 (d)

Endosulfan (α, β en sulfaat)

 

0,005 (d)

TRIMETHYLBENZENEN

1,2,3-TMB

0,05(d)

1(d)

1,2,4-TMB

0,05(d)

1(d)

1,3,5-TMB

0,05(d)

1(d)

CHLOORFENOLEN

2,4,6-trichloorfenol

0,005(d)

0,005(d)

Pentachloorfenol

0,05(d)

0,05(d)

2-chloorfenol

0,005(d)

0,005(d)

2,4-dichloorfenol

0,005(d)

0,005(d)

2,4,5-trichloorfenol

0,005(d)

0,005(d)

2,3,4,6-tetrachloorfenol

0,05(d)

0,05(d)

OVERIGE ORGANISCHE STOFFEN

Hexaan

0,5 (d)

1 (d)

Heptaan

0,5 (d)

1 (d)

Octaan

0,5 (d)

1 (d)

Minerale olie

50 (d)

100 (d)

Methyltertiairbutylether

0,02 (d)

1 (d)

Polychloorbifenylen (4)

0,011 (d)

 

 

(1) Om bij het toetsen van de concentraties van zware metalen en metalloïden in het vaste deel van de aarde aan de streefwaarden voor de bodemkwaliteit met de kenmerken van de bodem rekening te kunnen houden, worden, behalve voor cadmium en kwik, de streefwaarden voor de bodemkwaliteit omgerekend naar de gemeten gehaltes aan klei en aan organisch materiaal in het te toetsen monster. Dat gebeurt op basis van de volgende formules:

 

Voor arseen:

Voor chroom:

Voor koper:

Voor lood:

Voor nikkel:

Voor zink:

waarbij:

- SW(x): streefwaarde voor de bodemkwaliteit bij een gehalte aan klei van x %, uitgedrukt in mg/kg ds en afgerond tot een decimaal;
- SW(x,y): streefwaarde voor de bodemkwaliteit bij een gehalte aan klei van x % en een gehalte aan organisch materiaal van y %, uitgedrukt in mg/kg ds en afgerond tot een decimaal;
- x: gehalte aan klei in het monster in %;
- y: gehalte aan organisch materiaal in het monster in %.

De formules mogen alleen worden gehanteerd onder de volgende voorwaarden:

het gemeten gehalte aan klei ligt tussen 2 % en 50 %;
het gemeten gehalte aan organisch materiaal ligt tussen 1 % en 10 %.

Als het gemeten gehalte aan klei lager dan 2 % is, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte van 2 %. Is het gehalte hoger dan 50 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte aan klei van 50 %. Als het gemeten gehalte aan organisch materiaal lager dan 1 % is, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte van 1 %. Is het gehalte hoger dan 10 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte aan organisch materiaal van 10 %.

 

(2) De streefwaarden voor de bodemkwaliteit voor dichloorbenzeen, trichloorbenzeen en tetrachloorbenzeen gelden telkens als streefwaarde voor elke isomeer afzonderlijk.

 

(3) Onder totaal cyanide wordt begrepen: het gehalte aan anorganisch gebonden cyanide dat bestaat uit de som van de gehalten aan het vrije cyanide-ion; aan het complexgebonden en aan het in enkelvoudige metaalcyaniden gebonden cyanide met uitzondering van het in kobaltcomplexen gebonden cyanide en thiocyanaationen.

 

(4) De zeven indicator-PCB’s (congeneren) zijn PCB28, PCB52, PCB101, PCB118, PCB138, PCB153 en PCB180.

 

(d) De streefwaarde voor de bodemkwaliteit houdt rekening met de detectielimiet.