Art. 6.2.2.2.1.

1.

De lozing van huishoudelijk afvalwater gelegen in het centrale gebied of het collectief geoptimaliseerde buitengebied is onderworpen aan de volgende algemene voorwaarden :

1het geloosde afvalwater mag noch textielvezels, noch verpakkingsmateriaal in plastic, noch vaste huishoudelijke afvalstoffen van organische of niet organische aard bevatten;
2het geloosde afvalwater mag niet bevatten :
a)minerale olin, ontvlambare stoffen en vluchtige solventen;
b)andere stoffen extraheerbaar met petroleumether, met een gehalte van hoger dan 0,5 g/l;
c)andere stoffen die het rioleringswater giftig of gevaarlijk kunnen maken.

2.

In het centrale gebied en in het collectief geoptimaliseerde buitengebied wordt het huishoudelijk afvalwater bij voorkeur rechtstreeks in de openbare riolering geloosd. Indien de afwateringssituatie of de aard van de toegepaste zuiveringstechnologie het vereist, kan het college van burgemeester en schepenen opleggen dat het afvalwater via een voorbehandelingsinstallatie geleid wordt voordat het in de openbare riolering geloosd wordt.

3.

Voor het lozen van huishoudelijk afvalwater afkomstig van een tijdelijke sanitaire installatie die geplaatst wordt in openlucht bij een publiek toegankelijke inrichting, moet er vanaf een geloosd debiet van 20 m3/d bovendien een uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de exploitant van de rioolwaterzuiveringsinstallatie verkregen worden. In die toelating kunnen bijkomende voorwaarden in functie van de optimale werking van het afwaartse rioleringsstelsel, inclusief aanwezige overstorten, en van de rioolwaterzuiveringsinstallatie worden opgelegd.