DEFINITIES AFVAL VAN WINNINGSINDUSTRIEĖN (Hoofdstuk 2.12, 5.2 (afdeling 5.2.6) en 5.18; Bijlagen 5.2.6.1, 5.2.6.2 en 5.2.6.3)

winningsafval : afval dat afkomstig is van de prospectie, de winning, de behandeling en de opslag van mineralen en de exploitatie van groeven;

2° winningsindustrieėn : alle ondernemingen die zich bezighouden met de bovengrondse of ondergrondse winning van mineralen voor commerciėle doeleinden, met inbegrip van de winning door middel van het boren van boorputten of behandeling van het gewonnen materiaal;

terrein : alle land op een afzonderlijke geografische locatie onder de beheerscontrole van een exploitant;

exploitant : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het beheer van winningsafval, tevens voor de tijdelijke opslag van winningsafval, alsmede voor de exploitatiefasen en de fase na sluiting;

niet-verontreinigde bodem : grond die tijdens de winning is verwijderd van de bovenste laag van de bodem en die conform het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering niet verontreinigd is;

minerale bron of mineraal : een van nature voorkomende afzetting in de aardkorst van een organische of anorganische stof, zoals brandstoffen, metaalertsen, industriėle mineralen en mineralen voor de bouwsector, uitgezonderd water;

behandeling : een mechanisch, fysisch, biologisch, thermisch of chemisch proces of een combinatie van dergelijke processen die op minerale bronnen worden uitgevoerd, met inbegrip van de exploitatie van groeven met de bedoeling het mineraal te extraheren, inclusief het wijzigen van de grootte ervan, het classificeren, het scheiden en uitlogen, en het opnieuw verwerken van eerder weggegooid afval, maar exclusief smelten, thermische productieprocessen (exclusief de verbranding van kalksteen), of metallurgische processen;

inert afval : afval dat geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaat. Inert afval lost niet op, verbrandt niet en vertoont ook geen andere fysische of chemische reacties, het wordt niet biologisch afgebroken en heeft geen zodanige nadelige effecten op andere stoffen waarmee het in contact komt dat milieuverontreiniging of schade aan de menselijke gezondheid dreigt te ontstaan. De totale uitloogbaarheid en het gehalte aan vervuilende componenten van het afval en de ecotoxiciteit van het percolaat mogen niet significant zijn en mogen vooral de kwaliteit van het oppervlaktewater of grondwater niet in gevaar brengen;

percolaat : elke vloeistof die door de gestorte afvalstoffen sijpelt en afkomstig is uit een afvalvoorziening of zich daarin bevindt, met inbegrip van verontreinigd afvoerwater dat, als het niet op de juiste wijze wordt behandeld, nadelige effecten op het milieu kan hebben;

10° afvalvoorziening : een terrein dat is aangewezen voor het verzamelen of storten van winningsafval, ongeacht of dat afval zich in vaste vorm, in een oplossing, in een suspensie, of in een vloeibare toestand bevindt, gedurende de volgende termijnen :

a) geen termijn voor afvalvoorzieningen van categorie A en voorzieningen voor in het afvalbeheersplan als gevaarlijk gekarakteriseerd afval;
b) een termijn van meer dan zes maanden voor voorzieningen voor gevaarlijk afval dat onverwacht wordt gegenereerd;
c) een termijn van meer dat één jaar voor voorzieningen voor niet-gevaarlijk niet-inert afval;
d) een termijn van meer dan drie jaar voor voorzieningen voor niet-verontreinigde grond, niet-gevaarlijk afval uit prospectie, afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf en inert afval.

Tot dergelijke voorzieningen worden dammen of andere structuren gerekend voor het bevatten, vasthouden, beperken of anderszins ondersteunen van een dergelijke voorziening, alsmede, maar niet uitsluitend, afvalbergen en bekkens, maar met uitzondering van uitgravingen waarin afval wordt teruggeplaatst na extractie van het mineraal met het oog op rehabilitatie- en bouwdoeleinden;

11° afvalvoorziening van categorie A : een afvalvoorziening, ingedeeld in categorie A overeenkomstig bijlage 5.2.6.3;

12° zwaar ongeval : een gebeurtenis op het terrein tijdens een exploitatie die het beheer van afval in een onder deze richtlijn begrepen inrichting omvat, waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd, op het terrein of daarbuiten, ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens of het milieu ontstaat;

13° off-shore : het deel van de zee en de zeebodem dat zich vanaf de laagwaterlijn bij normaal of gemiddeld tij zee-inwaarts uitstrekt;

14° afvalberg : een aangelegde voorziening voor het storten van vast afval op het aardoppervlak;

15° dam : een aangelegde structuur die tot doel heeft water en afval binnen een bekken vast te houden of in op te sluiten;

16° bekken : een natuurlijke of aangelegde voorziening voor het storten van fijnkorrelig afval, doorgaans tailings, samen met wisselende hoeveelheden vrij water, afkomstig van de behandeling van minerale bronnen, en het zuiveren en recyclen van proceswater;

17° tailings : de vaste afvalstoffen en de slurries die achterblijven na de behandeling van mineralen door middel van scheidingsprocessen, bijvoorbeeld verbrijzelen, malen, sorteren naar grootte, flotatie en andere fysisch-chemische technieken, waarbij de waardevolle mineralen worden gescheiden van het minder waardevolle gesteente;

18° rehabilitatie : de behandeling van het land dat nadelige invloed heeft ondervonden van een afvalvoorziening, op een zodanige manier dat het land weer in een bevredigende toestand wordt gebracht, en met speciale aandacht voor de bodemkwaliteit, in het wild levende dieren, de natuurlijke habitats, de zoetwatersystemen, het landschap en toepasselijk gunstig gebruik;

19° prospectie : het zoeken naar economisch winbare ertslagen, tevens inhoudende bemonstering, bulkbemonstering, boren en graven, maar geen werkzaamheden in de ontwikkelingsfase die voorafgaat aan de productiefase van dergelijke lagen, noch activiteiten die rechtstreeks verbonden zijn met bestaande winning;

20° in zwak zuur scheidbaar cyanide : cyanide en cyanideverbindingen die kunnen worden gescheiden door of met behulp van een zwak zuur bij een bepaalde pH;

[...]

22° competente persoon : een natuurlijke persoon die over de technische kennis en ervaring beschikt om de taken uit te voeren die uit afdeling 5.2.6 voortvloeien.