Samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval
4 NOVEMBER 2008. - Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 8 augustus 1988 en van 16 juli 1993, en in het bijzonder artikel 6, § l, II, 2° en artikel 92bis, § l;

 

Gelet op het decreet van de Vlaamse Raad van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, het decreet van deWaalse Gewestraad van 27 juni 1996 betreffende afvalstoffen, alsook de ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad van 7 maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen;

 

Overwegende dat onderhavig samenwerkingsakkoord het samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval vervangt, met name om te beantwoorden aan de eisen van Richtlijn 2004/12/EG, namelijk een uitdieping van de definitie van de term ″verpakking″, alsook een verhoging van de doelstellingen van recyclage en nuttige toepassing van verpakkingsafval;

 

Overwegende dat verpakkingsafval een belangrijk deel uitmaakt van de afvalstoffen die ontstaan op het Belgische grondgebied en dat het van essentieel belang is dat allen die bij de productie, het gebruik, de invoer en de distributie van verpakte goederen betrokken zijn, er meer van bewust worden in welke mate verpakkingen afval worden en dat zij volgens het beginsel ″de vervuiler betaalt″ de verantwoordelijkheid voor dergelijk afval aanvaarden;

 

Overwegende dat de persoon of personen van privaatrecht aan wie de verpakkingsverantwoordelijken voor huishoudelijk verpakkingsafval de uitvoering van hun terugnameplicht toevertrouwen, een taak als openbare dienst vervult/vervullen onder toezicht van het openbaar gezag;

 

Overwegende dat het beheer van verpakkingsafval overeenkomstig het afvalstoffenbeleid van de Europese Unie en van de Gewesten als eerste prioriteit de preventie van verpakkingsafval omvat en als verdere grondbeginselen het hergebruik van verpakkingen, de recyclage en andere vormen van nuttige toepassing van verpakkingsafval, en daardoor de vermindering van de definitieve verwijdering van dergelijk afval;

 

Overwegende dat het noodzakelijk is om in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Vlaamse en Waalse Gewest gezamenlijk maatregelen te nemen betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval teneinde, enerzijds, de milieueffecten van dergelijk afval te voorkomen of te verminderen, zodat een hoog niveau van milieubescherming wordt bereikt, zonder dat, anderzijds, de Belgische economische unie en monetaire eenheid wordt verstoord;

 

Overwegende dat alleen een samenwerkingsakkoord met kracht van wet een voldoende garantie biedt om op het hele Belgische grondgebied een uniforme regeling te treffen,


HOOFDSTUK I.
Algemene bepalingen


Artikel 1.

§ 1.

Dit samenwerkingsakkoord is gedeeltelijk een omzetting van de Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval, zoals gewijzigd door de Richtlijn 2004/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004.

 

Dit samenwerkingsakkoord is gedeeltelijk een omzetting van de Richtlijn 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen.

 

§ 2.

Dit samenwerkingsakkoord is rechtstreeks toepasselijk in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest.

 

Behoudens andersluidende bepalingen doet dit samenwerkingsakkoord geen afbreuk aan de geldende gewestelijke wetgeving betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen.

 

Dit samenwerkingsakkoord doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de gemeenten of de agglomeraties inzake volksgezondheid en de veiligheid op de openbare weg.

 

Dit samenwerkingsakkoord is van toepassing op de verwijdering en de verwerking van verpakkingsafval van zowel huishoudelijke oorsprong als van bedrijfsmatige oorsprong, zonder hierbij evenwel afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor de gemeenten en de Brusselse agglomeratie om in het kader van hun bevoegdheden aanvullende reglementeringen betreffende de inzameling van verpakkingsafval uit te vaardigen.


Art. 2.

Voor de toepassing van dit samenwerkingsakkoord wordt verstaan onder :

1° « Verpakking » : alle producten, vervaardigd van materiaal van welke aard ook, die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van goederen, van grondstoffen tot afgewerkte producten, over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument. Ook wegwerpartikelen die voor dit doel worden gebruikt, worden als verpakkingsmateriaal beschouwd.

 

Verpakking omvat uitsluitend :

a) Verkoop- of primaire verpakking;
b) verzamel- of secundaire verpakking;
c) verzend- of tertiaire verpakking.

 

De definitie van ’verpakking’ is verder gebaseerd op de onderstaande criteria. De artikelen in bijlage I zijn voorbeelden ter illustratie van de toepassing van deze criteria :

i) Artikelen worden als verpakking beschouwd indien zij aan de bovenstaande definitie voldoen, ongeacht andere functies die de verpakking ook kan vervullen, tenzij het artikel integraal deel uitmaakt van een product en het nodig is om dat product tijdens zijn levensduur te bevatten, te ondersteunen of te bewaren en alle elementen bedoeld zijn om samen gebruikt, verbruikt of verwijderd te worden.
ii) ii) Artikelen die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld alsmede wegwerpartikelen die in gevulde toestand worden verkocht of die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld, worden als verpakking beschouwd, mits zij een verpakkingsfunctie hebben.
iii) De componenten van een verpakking en de bijbehorende in de verpakking verwerkte elementen worden beschouwd als deel van de verpakking waarin ze verwerkt zijn. De bijbehorende elementen die aan een product hangen of bevestigd zijn en die een verpakkingsfunctie hebben, worden als verpakking beschouwd, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden;

2° « Verkoop- of primaire verpakking 187; : alle verpakking die aldus is ontworpen dat zij voor de eindgebruiker of consument op het verkooppunt één verkoopeenheid vormt;

3° « Verzamel- of secundaire verpakking » : alle verpakking die aldus is ontworpen dat zij op het verkooppunt een verzameling van een aantal verkoopeenheden vormt, ongeacht of deze als dusdanig aan de eindgebruiker of de consument wordt verkocht, dan wel alleen dient om de rekken op het verkooppunt bij te vullen; deze verpakking kan van het product worden verwijderd zonder dat dit de kenmerken ervan beïnvloedt;

4° « Verzend- of tertiaire verpakking » : alle verpakking die zo is ontworpen dat het verladen en het vervoer van een aantal verkoopeenheden of verzamelverpakkingen, wordt vergemakkelijkt om fysieke schade door verlading of transport te voorkomen. Weg-, spoor-, scheeps- of vliegtuigcontainers worden niet als verzendverpakking beschouwd;

5° « Serviceverpakking » : elke primaire, secundaire of tertiaire verpakking die gebruikt wordt op het punt van terbeschikkingstelling aan de consument van goederen of diensten, alsook elke verpakking die van dezelfde aard is en die op eenzelfde manier gebruikt wordt;

6° « Verpakkingsafval » : alle verpakking of verpakkingsmateriaal waarop, volgens de toepasselijke wetgeving van het Gewest, de definitie van afvalstoffen van toepassing is, met uitzondering van productiereststoffen;

7° « Verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong » : verpakkingsafval afkomstig van de normale werking van huishoudens en verpakkingsafval dat hiermee volgens de toepasselijke wetgeving van het Gewest gelijkgesteld of vergelijkbaar is;

8° « Verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong » : verpakkingsafval dat niet kan beschouwd worden als verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong;

 

9° Herbruikbare verpakking

9° « Herbruikbare verpakking » : iedere verpakking die bestemd en ontworpen is om binnen haar levensduur een minimum aantal omlopen te maken, opnieuw wordt gevuld, of gebruikt voor hetzelfde doel als waarvoor zij is ontworpen, al dan niet met gebruik te maken van op de markt verkrijgbare producten met behulp waarvan de verpakking bijgevuld kan worden; dergelijke hergebruikte verpakking wordt verpakkingsafval wanneer zij niet langer hergebruikt wordt;

10° « Eenmalige verpakking » : iedere verpakking die geen herbruikbare verpakking is als bedoeld sub 9°;

11° « Verpakkingsmateriaal » : enkelvoudig of samengesteld materiaal van natuurlijke of kunstmatige herkomst, waaruit een verpakking is samengesteld;

12° « Preventie » : de vermindering van de hoeveelheid en van de schadelijkheid voor het milieu van :

a) materialen en stoffen gebruikt in verpakking en verpakkingsafval, 
b) verpakking en verpakkingsafval op het niveau van het productieproces en in de fase van het in de handel brengen, de distributie, het gebruik, de nuttige toepassing en de verwijdering, in het bijzonder door de ontwikkeling van niet vervuilende producten en technieken;

 

 

13° « Nuttige toepassing » : elke handeling waarop, volgens de toepasselijke wetgeving van het Gewest, de definitie van nuttige toepassing van toepassing is;

14° « Terugwinning van energie » : het gebruik van brandbaar verpakkingsafval om energie op te wekken door directe verbranding met of zonder andere afvalstoffen, maar met terugwinning van warmte;

15° « Recyclage » : het in een productieproces opnieuw verwerken van afvalmaterialen voor het oorspronkelijke doel of voor andere doeleinden, met inbegrip van organische recyclage maar uitgezonderd terugwinning van energie;

16° « Organische recyclage » : aërobe behandeling (compostering), of anaërobe behandeling (biomethaanvorming), via micro-organismen en onder gecontroleerde omstandigheden van biologisch afbreekbare bestanddelen van verpakkingsafval, waarbij gestabiliseerde organische reststoffen of methaan tot stand komen. Storten wordt niet als organische recyclage beschouwd;

17° « Verwijdering » : elke handeling waarop, volgens de toepasselijke wetgeving van het Gewest, de definitie van verwijdering van toepassing is;

18° « Inzameling » : het ophalen, het sorteren of het samenvoegen van afvalstoffen;

19° « Terugnameplicht » : de aan de verpakkingsverantwoordelijke opgelegde verplichting om, in het licht van de doelstellingen en de bepalingen van dit samenwerkingsakkoord, de quota’s voor nuttige toepassing en recyclage zoals bepaald in artikel 3, §§ 2 en 3 van dit samenwerkingsakkoord te bereiken;

20° « Verpakkingsverantwoordelijke » :

a) elke persoon die producten heeft doen verpakken in België of ze zelf heeft verpakt met het oog op of naar aanleiding van het op de Belgische markt brengen ervan,
b) in het geval de producten die in België op de markt zijn gebracht, niet in België werden verpakt, elke persoon die de verpakte producten heeft laten invoeren of die ze zelf heeft ingevoerd en die deze goederen niet zelf ontpakt of verbruikt,
c) voor wat betreft verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong van producten die niet vallen onder a) of b), elke persoon die de verpakte producten op het Belgisch grondgebied ontpakt of verbruikt en die daardoor verantwoordelijk wordt geacht voor het verpakkingsafval dat ontstaat;
d) voor wat betreft serviceverpakkingen, in afwijking van het voorgaande, elke persoon die deze serviceverpakkingen in België produceert met het oog op het op de Belgische markt brengen ervan, alsook elke persoon, wanneer de serviceverpakkingen niet in België worden geproduceerd, die ze in België heeft ingevoerd met het oog op het op de Belgische markt brengen ervan, of elke persoon die de serviceverpakkingen invoert en ze zelf in België op de markt brengt, weze hij een kleinhandelaar of niet;

 

21° « Verkoper » : elke persoon die, met het oog op de verkoop, verpakte goederen aanbiedt aan de consument in België;

22° « Kleinhandelaar » : de natuurlijke of rechtspersoon die in het openbaar producten en goederen verkoopt op één of meerdere verkooppunten waarvan de gecumuleerde verkoops- of verbruiksoppervlakte minder is dan of gelijk is aan 200 m2;

23° « Erkend organisme » : de overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van dit samenwerkingsakkoord erkende rechtspersoon die de terugnameplicht van de verpakkingsverantwoordelijken op zich neemt;

24° « Interregionale Verpakkingscommissie » : de commissie bedoeld in artikel 23 van dit samenwerkingsakkoord en belast met sommige taken van bestuur, toezicht en advies in het kader hiervan;

25° «Bevoegde Gewestelijke administratie » : voor wat betreft het Vlaamse Gewest de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij; voor wat betreft het Waalse Gewest, het « Office wallon des déchets du Ministère de la Région wallonne »; voor wat betreft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Leefmilieu Brussel - BIM;

26° «Gewestelijk afvalstoffenplan » : het plan of de plannen aangenomen overeenkomstig de gewestelijke wetgeving;

27° «Bedrijfsmatige ontpakker » : elke persoon, al dan niet verpakkingsverantwoordelijke, die een product bestemd voor een bedrijfsmatige activiteit van zijn verpakking ontdoet en daardoor houder wordt van verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong.


Art. 3.

§ 1.

Dit samenwerkingsakkoord is van toepassing op alle verpakkingsafval van verzend-, verzamel- en verkoopverpakkingen, en heeft, binnen zijn grenzen en modaliteiten, de volgende doelstellingen :

1°  het voorkomen en het verminderen van de productie of van de schadelijkheid van verpakkingsafval;
het waarborgen dat het aandeel van de herbruikbare verpakkingen voor dezelfde goederen die in de handel zijn gebracht, niet vermindert in vergelijking tot het voorgaande jaar en het waarborgen dat het totale gewicht van de eenmalige verpakkingen voor dezelfde goederen die in de handel zijn gebracht, vermindert in vergelijking tot het voorgaande jaar;
het bevorderen van het hergebruik en het bevorderen en opleggen van de nuttige toepassing, in het bijzonder de recyclage, alsook het verminderen van het aandeel verpakkingsafval in de niet-selectieve inzameling;
het opleggen aan de verpakkingsverantwoordelijken, door het instellen van een terugnameplicht, om de totale en reële kosten te dragen van de inzameling, nuttige toepassing en verwijdering van verpakkingsafval en, voor wat betreft het verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong, om bij te dragen aan de hieraan verbonden kosten, zoals bepaald in het artikel 13, § 1, 12°;
het opleggen en het organiseren van een informatieverplichting in hoofde van de verpakkingsverantwoordelijken en andere personen betrokken bij de productie, het in de handel brengen van verpakte goederen of het terugnemen van verpakkingsafval.

 

 

 

§ 2.

De minimale globale percentages uitgedrukt in gewichtspercentage ten opzichte van het totale gewicht van de in België op de markt gebrachte eenmalige verpakkingen zijn, voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong :

vanaf het kalenderjaar 2009 :
  — recyclage : 80 %;
  — nuttige toepassing, vermeerderd met « verbranding met terugwinning van energie in afvalverbrandingsinstallaties » : 90 %.

 

De minimale globale percentages uitgedrukt in gewichtspercentage ten opzichte van het totale gewicht van de in België op de markt gebrachte eenmalige verpakkingen zijn, voor verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong :

•  vanaf het kalenderjaar 2009 :
  — recyclage : 75 %;
  — nuttige toepassing, vermeerderd met « verbranding met terugwinning van energie in afvalverbrandingsinstallaties » : 80 %;
vanaf het kalenderjaar 2010 :
  — recyclage : 80 %;
  — nuttige toepassing, vermeerderd met « verbranding met terugwinning van energie in afvalverbrandingsinstallaties » : 85 %.

 

De hierboven vermelde percentages worden berekend volgens de modaliteiten bepaald door de Interregionale Verpakkingscommissie overeenkomstig het Europees recht. Zij moeten worden behaald voor het volledige Belgische grondgebied.

 

§ 3.

Vanaf het kalenderjaar volgend op de inwerkingtreding van huidig samenwerkingsakkoord moeten tevens voor de verschillende verpakkingsmaterialen de volgende minimale recyclagepercentages voor het volledige Belgische grondgebied worden behaald :

— 60 % in gewicht voor glas;

— 60 % in gewicht voor papier/karton;

— 60 % in gewicht voor drankkartons;

— 50 % in gewicht voor metalen;

— 30 % in gewicht voor kunststoffen, waarbij uitsluitend materiaal wordt meegeteld dat tot kunststoffen wordt gerecycleerd;

— 15 % in gewicht voor hout.

 

De hierboven te behalen recyclagepercentages worden berekend volgens de modaliteiten bepaald door de Interregionale Verpakkingscommissie overeenkomstig het Europees recht. Zij moeten worden behaald voor het volledige Belgische grondgebied.

 

§ 4.

De Interregionale Verpakkingscommissie kan, door middel van een beslissing in de zin van artikel 7, § 2 of van artikel 10, § 3, uitzonderlijk en tijdelijk, een vrijstelling verlenen van de verplichtingen van één of meer verpakkingsverantwoordelijken overeenkomstig artikel 6, tweede en derde lid en van de verplichtingen van het erkende organisme overeenkomstig artikel 12, 2°, indien aan het geheel van de volgende voorwaarden is voldaan :

de vrijstelling wordt verleend voor plastic verpakkingen van pesticiden voor bedrijfsmatig landbouwkundig gebruik;
het verpakkingsafval waarvoor de vrijstelling wordt verleend, maakt het voorwerp uit van een specifieke selectieve inzameling en aangepaste verwerking, die volledig door de verpakkingsverantwoordelijke(n) wordt gefinancierd;
het verpakkingsafval waarvoor de vrijstelling wordt verleend, is vanuit technisch oogpunt recycleerbaar;
het verpakkingsafval waarvoor de vrijstelling wordt verleend, mag door een beslissing van de bevoegde Federale of Gewestelijke autoriteiten niet worden gerecycleerd;

de vrijstelling is verantwoord vanuit de bescherming van het leefmilieu en van de volksgezondheid.


De beslissing van de Interregionale Verpakkingscommissie in de zin van artikel 7, § 2 vervalt van rechtswege één jaar nadat niet meer voldaan wordt aan een van de voorwaarden beschreven in het eerste lid. De beslissing van de Interregionale Verpakkingscommissie in de zin van artikel 10, § 3 wordt door de Interregionale Verpakkingscommissie ingetrokken, met toepassing van het artikel 26, § 1, 4°, uiterlijk één jaar nadat niet meer voldaan wordt aan een van de voorwaarden beschreven in het eerste lid.


HOOFDSTUK II.
Algemeen preventieplan


Art. 4.

§ 1.

Elke persoon die per jaar verpakkingsverantwoordelijke is voor minstens 300 ton eenmalige verpakkingen, en elke persoon die per jaar verpakkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 2, 20°, a), is voor minstens 100 ton eenmalige verpakkingen, is gehouden om elke drie jaar en dit tegen 30 juni een algemeen preventieplan voor te leggen aan de Interregionale Verpakkingscommissie.

 

Om te bepalen voor hoeveel verpakkingen men jaarlijks verantwoordelijk is, wordt door de Interregionale Verpakkingscommissie voor elk algemeen preventieplan het referentiejaar bepaald en bekend gemaakt.

 

Onverminderd de inhoud van het actieplan bedoeld in artikel 22, bevat het algemeen preventieplan de door de verpakkingsverantwoordelijke in het afgelopen jaar verwezenlijkte preventiemaatregelen, alsook de maatregelen in uitvoering en de voor de duur van het preventieplan voorziene maatregelen inzake preventie overeenkomstig de Gewestelijke afvalstoffenplannen. Het beschrijft, voor de verpakkingen waarvoor het bedrijf verpakkingsverantwoordelijke is, minstens de voorziene maatregelen en de becijferde doelstellingen betreffende de vermindering van de hoeveelheid verpakkingsafval die zal gecreëerd worden en de vermindering van de schadelijkheid voor mens en milieu van dit verpakkingsafval, alsook, voor het verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong, betreffende de hoeveelheid verpakkingsafval dat niet selectief wordt ingezameld en waarvan de beheerskosten niet ten laste van de verpakkingsverantwoordelijken zijn.

 

De verpakkingsverantwoordelijken kunnen in hun algemeen preventieplan onderscheid maken tussen de voorziene maatregelen en becijferde doelstellingen die betrekking hebben op verpakkingsafval waarvoor zij verpakkingsverantwoordelijke zijn in de zin van artikel 2, 20°, a), deze die betrekking hebben op verpakkingsafval waarvoor zij verpakkingsverantwoordelijke zijn in de zin van artikel 2, 20°, b), deze die betrekking hebben op verpakkingsafval waarvoor zij verpakkingsverantwoordelijke zijn in de zin van artikel 2, 20°, c) en deze die betrekking hebben op verpakkingsafval waarvoor zij verpakkingsverantwoordelijke zijn in de zin van artikel 2, 20°, d).

 

§ 2.

Per sector van economische activiteit kan de verpakkingsverantwoordelijke zoals bedoeld in § 1 bij overeenkomst de verplichtingen die voortvloeien uit dit artikel, toevertrouwen aan een derde rechtspersoon, die zich voor deze verplichting in de plaats stelt van de verpakkingsverantwoordelijke. De rechtspersoon gaat in op elke vraag tot informatie vanwege de Interregionale Verpakkingscommissie.

 

De verpakkingsverantwoordelijke maakt zijn intentie om deze verantwoordelijkheid over te dragen aan de rechtspersoon aan deze rechtspersoon kenbaar, ten laatste 12 maanden vóór de uiterste datum voor indiening van het preventieplan. De rechtspersoon brengt binnen de 2 maanden de geïnteresseerde verpakkingsverantwoordelijken en de Interregionale Verpakkingscommissie in kennis van zijn voornemen om al dan niet een preventieplan in de zin van deze paragraaf in te dienen.

 

Het preventieplan ingediend door de rechtspersoon hierboven beschreven, dient te voldoen aan de leidraad die de Interregionale Verpakkingscommissie aan de rechtspersoon bezorgt. De Interregionale Verpakkingscommissie kan tevens de sectoren en subsectoren aangeven, waaromtrent het preventieplan bepalingen dient te bevatten.

 

§ 3.

De Interregionale Verpakkingscommissie organiseert, binnen de grenzen van de Gewestelijke bevoegdheden en in overleg met de Gewesten en het bedrijfsleven, de nodige acties ter bevordering van en tot sensibilisering op het vlak van de preventie bij de bedrijven, teneinde het beleid en de genomen maatregelen inzake preventie te versterken.


Art. 5.

§ 1.

De Interregionale Verpakkingscommissie evalueert elk algemeen preventieplan, en geeft haar goedkeuring of weigering.

 

In geval van weigering moet het niet goedgekeurde preventieplan opnieuw worden ingediend binnen de termijn bepaald door de Interregionale Verpakkingscommissie, rekening houdend met de door de Interregionale Verpakkingscommissie geformuleerde opmerkingen.

 

§ 2.

Elk algemeen preventieplan wordt beoordeeld in het licht van de algemene vereisten, bepaald en ter kennis gebracht door de Interregionale Verpakkingscommissie door middel van gestandaardiseerde formulieren. Deze vereisten houden voor elke verpakkingsverantwoordelijke die gehouden is tot het indienen van een algemeen preventieplan, rekening met de aangetoonde preventiemaatregelen uit het verleden, met de naar redelijkheid aanvaardbare beperkende omstandigheden en met de omstandigheid dat het bedrijf voor de betrokken verpakkingen verpakkingsverantwoordelijke is in de zin van artikel 2, 20°, a), b), c) of d). De algemene vereisten hebben de vermindering van de hoeveelheid verpakkingsafval die zal gecreëerd worden, en de vermindering van de schadelijkheid voor mens en milieu van dit verpakkingsafval als globale doelstellingen.


HOOFDSTUK III.
Het beheer van verpakkingsafval


Afdeling 1.
Terugnameplicht van de verpakkingsverantwoordelijken


Art. 6.

Elke verpakkingsverantwoordelijke die jaarlijks minstens 300 kg verpakkingen op de markt brengt, is onderworpen aan de terugnameplicht.

 

In de mate dat de verpakkingsverantwoordelijke de persoon is bedoeld in artikel 2, 20°, a), b) of d), worden de percentages bepaald in artikel 3, §§ 2 en 3, uitgedrukt in gewichtspercentages ten opzichte van het totale gewicht van de eenmalige verpakkingen die door de verpakkingsverantwoordelijke gedurende het kalenderjaar in de handel werden gebracht.

 

In de mate dat de verpakkingsverantwoordelijke de persoon is bedoeld in artikel 2, 20°, c), worden de percentages bepaald in artikel 3, §§ 2 en 3, uitgedrukt in gewichtspercentages ten opzichte van het totale gewicht van de eenmalige verpakkingen die afkomstig zijn van de door de verpakkingsverantwoordelijke in het kalenderjaar ontpakte of verbruikte goederen, die niet verpakt werden door een persoon bedoeld in artikel 2, 20°, a) of d), en die niet ingevoerd werden door een persoon bedoeld in artikel 2, 20°, b) of d). 


Art. 7.

§ 1.

De verpakkingsverantwoordelijke kan voor de uitvoering van artikel 6 zelf zijn plicht vervullen of, in voorkomend geval, een overeenkomst afsluiten met een rechtspersoon van publiek- of privaatrecht voor wat betreft de gehele of gedeeltelijke uitvoering van zijn terugnameplicht.

 

In dit geval is hij verplicht om aan de Interregionale Verpakkingscommissie mee te delen op welke wijze hij zijn terugnameplicht vervult of op welke wijze de derde persoon met wie hij een overeenkomst heeft gesloten, de realisatie van zijn individuele terugnameplicht mogelijk maakt.

 

Deze informatie wordt jaarlijks voor 31 maart toegestuurd. In voorkomend geval, wordt elke verandering in de gebruikte werkwijze vermeld.

 

Voor wat betreft het verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong doet de uitvoering van de terugnameplicht zoals bedoeld in lid 1 geen afbreuk aan de bevoegdheden van de rechtspersoon van publiekrecht die verantwoordelijk is voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen op de openbare weg.

 

§ 2.

De Interregionale Verpakkingscommissie evalueert en geeft, in voorkomend geval, haar goedkeuring of weigering aan de wijze waarop de verpakkingsverantwoordelijke, zoals bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel, zijn terugnameplicht naleeft. Zij kan steeds bijkomende informatie opvragen.


Art. 8.

Onverminderd de toepassing van de andere bepalingen van dit samenwerkingsakkoord, kan elke verpakkingsverantwoordelijke die niet individueel aan de terugnameplicht overeenkomstig artikel 7 wenst te voldoen, een erkend organisme als bedoeld in artikel 10 gelasten met de uitvoering van zijn terugnameplicht.

 

De Interregionale Verpakkingscommissie kan op niet discriminerende wijze aan bepaalde verpakkingsverantwoordelijken, en onder meer aan kleinhandelaars, toestaan zich te laten vertegenwoordigen bij het erkende organisme. De Interregionale Verpakkingscommissie kan de voorwaarden van deze vertegenwoordiging bepalen.

 

De verpakkingsverantwoordelijke wordt geacht te voldoen aan de terugnameplicht indien hij, rechtstreeks of door middel van een natuurlijke of rechtspersoon die gemachtigd is hem te vertegenwoordigen, een overeenkomst gesloten heeft met het erkend organisme, voor zover dat laatste voldoet aan de verplichtingen die worden opgelegd krachtens artikel 12, 2° of, indien het niet voldoet aan de verplichtingen, voor zover er sprake is van aantoonbare overmacht in hoofde van de verpakkingsverantwoordelijke.


Afdeling 2.
De erkende organismen


Subafdeling 1.
Erkenning van een organisme


Art. 9.

De erkenning van een organisme dat door verpakkingsverantwoordelijken kan worden gelast om hun verplichtingen voortvloeiend uit artikel 6 te vervullen, kan alleen worden toegekend aan een rechtspersoon die aan de volgende voorwaarden voldoet :

opgericht zijn als vereniging zonder winstgevend doel conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
als uitsluitend statutair doel hebben het voor rekening van de leden ten laste nemen van de terugnameplicht krachtens artikel 6 van dit akkoord;
de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, dienen hun burgerlijke en politieke rechten te bezitten;
de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, mogen niet veroordeeld zijn voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de Gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie;
over de nodige middelen beschikken om de terugnameplicht te vervullen.

 


Art. 10.

§ 1.

De aanvraag tot het bekomen van een erkenning moet per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in 10 exemplaren worden ingediend bij de Interregionale Verpakkingscommissie.

 

§ 2.

De aanvraag bevat volgende informatie :

 kopie van de statuten zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;
 een financieel plan en een begroting voor de duur van de erkenning, waarin onder meer de volgende gegevens zijn opgenomen :
   — de schatting van de opbrengsten van de recyclagestromen;
   — de wijze waarop de bijdragen worden berekend en geëvalueerd, de hoogte van de bijdragen die de reële kosten dekken van de verplichtingen van het organisme dat de erkenning aanvraagt, alsmede per materiaal, de wijze waarop de inning gebeurt;
   — de voorwaarden en de modaliteiten om de bijdragen te herzien in functie van de wijziging van de verplichtingen die in toepassing van dit samenwerkingsakkoord ten laste van het erkende organisme gelegd worden;
   —de wijze waarop de opbrengsten worden toegewezen ten voordele van de werking van het systeem, onder meer door de samenstelling van eventuele reserves;
   — de schatting van de uitgaven;
   — de financiering van de eventuele verliezen;
 het geografisch gebied dat zal bestreken worden;
 de aard van de afvalstoffen;
 een ontwerp van modelcontract dat door het erkende organisme met de verpakkingsverantwoordelijken moet afgesloten worden om de terugnameplicht op zich te nemen;
 indien de erkenning betrekking heeft op verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong :
    — een modelcontract in overeenstemming met de Gewestelijke afvalstoffenplannen dat moet afgesloten worden met de rechtspersonen van publiekrecht die, voor wat hun grondgebied betreft, verantwoordelijk zijn voor de inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen. Dit modelcontract moet bepalen :
  de modaliteiten voor de inzameling van verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong en voor het ten laste nemen van de totaliteit van de ingezamelde verpakkingsafvalstoffen;
  •  de minimale technische voorwaarden per materiaal of per afvalstoffensoort voor de sortering, de planning en de organisatie van de afvoer evenals de verkoop van de gesorteerde materialen, hetzij door de desbetreffende rechtspersoon van publiekrecht, hetzij door het erkende organisme;
  •  de voorwaarden en de modaliteiten voor de vergoeding van de reële en volledige kostprijs, met inbegrip van de algemene kosten, van de handelingen uitgevoerd door of in opdracht van de rechtsperso(o)n(en) van publiekrecht, met inbegrip van de terugwinning van energie en de verwijdering van de reststoffen van deze handelingen;
  de regelen en de modaliteiten voor de vergoeding van de kosten van communicatie voor wat betreft de praktische modaliteiten betreffende de inzameling van verpakkingsafvalstoffen;
  •  de wijze waarop het organisme tewerkstelling wil garanderen en ontwikkelen in de verenigingen of vennootschappen met een sociaal oogmerk die overeenkomstig hun maatschappelijk doel actief zijn in de inzameling, de sortering, de recyclage en de nuttige toepassing van verpakkingsafval, zonder afbreuk te doen aan artikel 1, § 2, 3e alinea;
  •  de wijze waarop de markten van selectieve inzameling, sortering en recyclage worden georganiseerd;
  •  een inschatting voor de duur van de erkenning van de gemiddelde kostprijs per ton van de niet-selectieve inzameling en van de verbranding met terugwinning van energie;
  desgevallend, wanneer het erkende organisme voorstelt om overeenkomsten met de Gewesten af te sluiten overeenkomstig artikel 13, § 1, 12°, laatste alinea, de ontwerpen van overeenkomst en hun respectievelijk budget;
indien de erkenning betrekking heeft op verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong : 
  —een studie met betrekking tot de technische middelen en infrastructuur die toelaten om elk jaar van de duur van de gevraagde erkenning de percentages te bereiken die in dit akkoord voorzien zijn;
  —een afdoende beschrijving van de wijze waarop het organisme zich voorneemt tussen te komen in de kosten van selectieve inzameling, recyclage, nuttige toepassing en « verbranding met terugwinning van energie in afvalverbrandingsinstallaties » van de bedrijfsmatige ontpakkers
  — een afdoende beschrijving van de wijze waarop het organisme zich voorneemt een maximaal aantal bedrijfsmatige ontpakkers aan te sporen tot selectieve inzameling, recyclage en nuttige toepassing;
  — een plan van aanpak voor de verpakkingsafvalproblematiek van de kleine bedrijven, met name de K.M.O.’s en de kleinhandelaars;
  — een afdoende beschrijving van de wijze waarop het organisme zich voorneemt om de vrije markt van selectieve inzameling, recyclage en nuttige toepassing zo min mogelijk te verstoren;
  — een afdoende beschrijving van de wijze waarop het organisme verifieerbaarheid en controleerbaarheid van het gerecycleerde en nuttig toegepaste verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong zal garanderen;
  —het ontwerp van de contracten die het organisme wenst af te sluiten met de publieke en private operatoren, met het oog op het vervullen van de terugnameplicht.

 

 

§ 3.

De Interregionale Verpakkingscommissie beslist binnen de 6 maanden na ontvangst van de aanvraag. Binnen de 3 maanden na ontvangst spreekt de Interregionale Verpakkingscommissie zich uit over de ontvankelijkheid van de aanvraag en, indien de aanvraag ontvankelijk is, over de volledigheid ervan.

 

Indien het aanvraagdossier onvolledig is, indien het niet alle punten vermeld in § 2 bevat of indien de Interregionale Verpakkingscommissie bijkomende informatie vraagt, wordt deze termijn geschorst tot op het ogenblik dat, per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, het dossier vervolledigd wordt of de gevraagde informatie verstrekt wordt.

 

§ 4.

De erkenning bepaalt de voorwaarden waaraan het organisme moet voldoen.

 

De erkenning geldt voor een termijn van maximum 5 jaar. Elke erkenningsbeslissing die een kortere termijn dan 5 jaar voorziet, dient gemotiveerd te zijn. Elke definitieve beslissing inzake de erkenning wordt integraal gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

 

De erkenning kent slechts een aanvang indien de voorwaarde bepaald in artikel 12, 3° vervuld is.


Subafdeling 2.
Financiële zekerheden te stellen door de erkende organismen voor wat betreft verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong


Art. 11.

§ 1.

De Interregionale Verpakkingscommissie stelt in de erkenning van het erkende organisme voor het verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong de hoogte van de financiële zekerheden vast, die overeenstemmen met de geschatte kosten voor het ten laste nemen van de terugnameplicht door de rechtspersonen van publiekrecht gedurende een periode van 9 maanden.

 

§ 2.

Iedere financiële zekerheid moet binnen een termijn van zestig werkdagen na het sluiten van de overeenkomst bedoeld in artikel 13, § 2, te worden gesteld bij de Interregionale Verpakkingscommissie ten voordele van elke rechtspersoon van publiekrecht die voor wat zijn grondgebied betreft verantwoordelijk is voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Voor elk van de rechtspersonen van publiekrecht wordt een rekening geopend op naam van de Interregionale Verpakkingscommissie.

 

De financiële zekerheid kan gesteld worden door middel van een storting op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas of door een bankgarantie. In beide gevallen bepaalt het erkende organisme dat de financiële zekerheid voor het geheel of een deel opeisbaar is bij eenvoudig en gemotiveerd verzoek door de Interregionale Verpakkingscommissie in geval van niet uitvoering van de verplichtingen.

 

Ingeval de financiële zekerheid bestaat uit een bankgarantie, moet deze zijn uitgegeven door een kredietinstelling die erkend is hetzij door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, hetzij door een overheid van een lidstaat van de Europese Unie die gemachtigd is kredietinstellingen te controleren.

 

§ 3.

Bij gedeeltelijke of gehele niet-uitvoering van de verplichtingen ten laste van het erkende organisme kan zowel op eigen initiatief of naar aanleiding van een administratieve sanctie de Interregionale Verpakkingscommissie de vrijgave vragen van het geheel of een gedeelte van de financiële zekerheid tot vergoeding van de kosten door de rechtspersonen van publiekrecht gemaakt voor de uitvoering van de verplichtingen die ten laste vallen van het erkende organisme.

 

Alvorens de vrijgave te vragen van het geheel of een gedeelte van de financiële zekerheid, geeft de Interregionale Verpakkingscommissie bij een ter post aangetekende brief het erkende organisme een waarschuwing. De waarschuwing vermeldt uitdrukkelijk de verplichtingen die het erkende organisme niet heeft nagekomen, de specifieke maatregelen die het erkende organisme dient te nemen, en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren. Deze termijn bedraagt ten minste 15 kalenderdagen.

 

De Interregionale Verpakkingscommissie hoort het erkende organisme indien dit hierom vraagt. Het erkende organisme maakt aan de Interregionale Verpakkingscommissie, voorafgaandelijk aan de hoorzitting, schriftelijk alle argumenten over die het nuttig acht voor zijn verdediging. De vraag om gehoord te worden, schorst de procedure niet.

 

§ 4.

De financiële zekerheid wordt teruggegeven :

wanneer bij het verstrijken van de erkenning de hernieuwing niet is aangevraagd door het erkende organisme;
en wanneer de Interregionale Verpakkingscommissie heeft vastgesteld dat alle verplichtingen werden vervuld door het erkende organisme.

 


Subafdeling 3.
Verplichtingen ten laste van de erkende organismen


Art. 12.

Het erkende organisme is gehouden tot :

het voldoen aan de voorwaarden van de erkenning;
het bereiken voor het geheel van de verpakkingsverantwoordelijken die met hem een overeenkomst hebben gesloten, van de percentages voorzien in artikel 3, §§ 2 en 3;
het sluiten van een verzekeringscontract tot dekking van de schade die uit de voorgenomen activiteiten kan voortvloeien;
het innen van de bijdrage van de contractanten, op niet discriminerende wijze, teneinde de reële en volledige kosten van de verplichtingen die hem ten laste vallen overeenkomstig het huidig akkoord, te dekken;

het jaarlijks neerleggen bij de Interregionale Verpakkingscommissie van de balansen en de resultatenrekeningen van het voorbije jaar en de begroting voor het volgend jaar, binnen de termijnen bepaald door en in de vorm voorgeschreven door de Interregionale Verpakkingscommissie;
het aanpassen van de modelovereenkomsten opgenomen in de erkenningsaanvraag aan de voorwaarden van de verleende erkenning binnen de termijnen gesteld in de erkenning;
het bevorderen van de selectieve inzameling van verpakkingsafval.

 


Art. 13.

§ 1.

Indien de terugnameplicht betrekking heeft op verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong, vervult het erkende organisme een taak van openbare dienst en moet het, naast de in artikel 12 voorziene verplichtingen ook :

op een homogene wijze het gehele Belgische grondgebied bestrijken waar de verpakkingsverantwoordelijken hun producten in de handel brengen, op een wijze dat de inzameling, de nuttige toepassing en de verwijdering van de teruggenomen afvalstoffen gewaarborgd is, of, in voorkomend geval, het bewijs leveren van een overeenkomst dienaangaande met derden;
jaarlijks op een homogene wijze de percentages bepaald in artikel 3, §§ 2 en 3 van dit akkoord bereiken;
in elk Gewest een gelijkwaardig percentage van de bevolking bedienen;
de bijdrage van de contractanten berekenen per verpakkingsmateriaal in verhouding tot :
  — de reële en volledige kosten verbonden aan elk materiaal;
  — de opbrengsten van de verkoop van de ingezamelde en gesorteerde materialen;
  — de mate waarin elk materiaal bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen van de terugnameplicht;
  en dit met het oog op de financiering van de reële en volledige kostprijs van:
    — de bestaande en nog te verwezenlijken selectieve inzamelingen volgens de modaliteiten bepaald door de rechtspersoon van publiekrecht die voor zijn grondgebied verantwoordelijk is voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;
    — de selectieve inzameling van een stroom verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong door een gewestelijke instantie;
    — de recyclage en de nuttige toepassing, met inbegrip van het eventuele ketendeficit;
    — de operationele informatie en de sensibilisatie betreffende deze inzamelingen bij het publiek;
    — de sortering van het ingezamelde verpakkingsafval;
    — de verwijdering van de reststoffen van de sortering, de recyclage en de nuttige toepassing van het verpakkingsafval; en teneinde bij te dragen tot het beleid van de Gewesten overeenkomstig 12°.
tewerkstelling garanderen en ontwikkelen in de verenigingen of vennootschappen met een sociaal oogmerk die overeenkomstig hun maatschappelijk doel actief zijn in de inzameling, de sortering, de recyclage en de nuttige toepassing van verpakkingsafval, zonder afbreuk te doen aan artikel 1, § 2, 3e alinea;
zich aanpassen aan de modaliteiten van inzameling bepaald door de rechtspersonen van publiekrecht voor hun grondgebied verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;
een overeenkomst sluiten met elke publiekrechtelijke rechtspersoon die territoriaal bevoegd is voor huishoudelijke afvalstoffen, overeenkomstig het modelcontract goedgekeurd door de Interregionale Verpakkingscommissie in het kader van de erkenningsprocedure bepaald in artikel 10;
een overeenkomst sluiten met elke gewestelijke instantie die zelf instaat voor de selectieve inzameling van een stroom verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong, volgens de voorwaarden bepaald door de Interregionale Verpakkingscommissie in het kader van de erkenning voorzien in artikel 10;
een financiële zekerheid stellen binnen de zestig werkdagen na het sluiten van de overeenkomst bedoeld sub 7°;
10° zich ertoe verbinden een contract, conform artikel 10, § 2, 5°, af te sluiten met elke verpakkingsverantwoordelijke onderworpen aan de terugnameplicht die hierom verzoekt;
11° waken over de kwaliteit van de ingezamelde en gesorteerde hoeveelheden, teneinde de recyclage te vergemakkelijken;
12° bijdragen tot de financiering van het beleid van de Gewesten inzake de preventie en het beheer van verpakkingsafval.

 

De bijdrage is uitgedrukt als 50 eurocent per inwoner per jaar, waarbij het aantal inwoners bepaald wordt door de meest recente bevolkingsstatistieken van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die beschikbaar zijn op 1 januari.

 

Het bedrag van 50 eurocent per inwoner wordt jaarlijks aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen, met als basisindex het gemiddelde van de indexcijfers der consumptieprijzen van de maanden januari tot en met december 2008, basis 2004.

 

Het geïndexeerde bedrag wordt afgerond op de hogere of lagere eurocent, al naar gelang het cijfer van de tienden eurocent al dan niet de 5 bereikt. De Interregionale Verpakkingscommissie publiceert in het Belgisch Staatsblad het bedrag van de bijdrage, zoals aangepast overeenkomstig deze bepaling.

 

Het beleid van de Gewesten inzake de preventie en het beheer van verpakkingsafval kan ondermeer betrekking hebben op :

  de preventie van verpakkingsafval;
  de strijd tegen de aanwezigheid van verpakkingen in het zwerfvuil;
  Research & Development om de kwaliteit van de verpakkingen en met name hun recycleerbaarheid te verbeteren;
  de verbetering van de resultaten en/of de kwaliteit van de selectieve inzamelingen;
  de niet-selectieve inzameling en verwerking van verpakkingsafval.
 

Het globale bedrag van de financiering wordt tussen de Gewesten toegewezen volgens de meest recente bevolkingsstatistieken van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die beschikbaar zijn op 1 januari van het jaar waarbinnen de aangifteperiode valt.

 

Het Gewest bepaalt de concrete bestemming van de bijdrage, na overleg met het erkende organisme voor huishoudelijk verpakkingsafval.

 

Desgevallend kan de bijdrage aan de financiering van de Gewesten in uitvoering worden gebracht door een overeenkomst tussen het Gewest en het erkende organisme. Deze overeenkomst zal in overeenstemming zijn met het kader dat wordt opgenomen in de erkenning voorzien in artikel 10, alsook, in voorkomend geval, met de gewestelijke wetgeving die op de materie van toepassing is.

13° de verifieerbaarheid en controleerbaarheid van de recyclage en de nuttige toepassing van het verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong te garanderen, alsook de milieu- en sociale omstandigheden waarin de recyclage en de nuttige toepassing plaatsvinden.

 

 

 

§ 2.

Binnen de tien dagen na het aangaan van een overeenkomst bedoeld in § 1, 7°, zendt het erkende organisme hiervan een integrale kopie aan de bevoegde Gewestelijke administratie en aan de Interregionale Verpakkingscommissie.

 

§ 3.

Bij gebreke aan een akkoord tussen het erkende organisme en de publiekrechtelijke rechtspersoon betreffende het sluiten en het uitvoeren van een overeenkomst zoals bedoeld in § 1, verzoeken de betrokken partijen om een bemiddeling door de bevoegde Gewestelijke administratie. Bij deze bemiddeling wordt een waarnemer uitgenodigd van de Interregionale Verpakkingscommissie. Bij een definitieve mislukking van de bemiddeling stelt de bevoegde Gewestelijke administratie de betrokken Gewestregering hiervan in kennis.


Art. 14.

Indien de terugnameplicht betrekking heeft op verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong, dient het erkende organisme, naast de in artikel 12 voorziene verplichtingen, ook :

op een homogene wijze het gehele Belgische grondgebied te bestrijken waar de verpakkingsverantwoordelijken hun producten in de handel brengen, op een wijze dat de inzameling, de recyclage en nuttige toepassing van het verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong, met het oog op het vervullen van de terugnameplicht, gewaarborgd is;
jaarlijks, tijdens de duur van de erkenning, op een homogene wijze de percentages bepaald in artikel 3, §§ 2 en 3 van dit akkoord te bereiken;
de bijdrage van de contractanten op niet discriminerende wijze te berekenen per verpakkingsmateriaal, daarbij tevens rekening houdend met de kosten die elke bedrijfsmatige ontpakker van verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorspong maakt met het oog op het behalen van de percentages van de terugnameplicht en in het bijzonder de recyclagepercentages;
bijzondere acties te voorzien ten voordele van de kleinere bedrijfsmatige ontpakkers, zijnde de ontpakkers die minder dan 50 werknemers hebben en de kleinhandelaars, teneinde de preventie en nuttige toepassing van verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong te bevorderen en de kosten voor het beheer ervan te verminderen. De Interregionale Verpakkingscommissie bepaalt in de erkenning van het organisme zonodig bijkomende voorwaarden om de toepassing van deze bepaling te verzekeren;
de vrije markt van selectieve inzameling, recyclage en nuttige toepassing zo min mogelijk verstoren en de gelijkheid respecteren tussen de private of publieke operatoren die instaan voor de inzameling, sortering, recyclage en nuttige toepassing van verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong;
zich ertoe verbinden een contract, conform artikel 10, § 2, 5°, af te sluiten met elke verpakkingsverantwoordelijke onderworpen aan de terugnameplicht die hierom verzoekt;
een maximaal aantal bedrijfsmatige ontpakkers aansporen tot selectieve inzameling, recyclage en nuttige toepassing door middel van forfaitaire financiële tussenkomsten in de kosten van selectieve containers; dit zijn containers die voor een wezenlijk deel bestemd zijn voor de inzameling van verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong en die geen verontreinigingen bevatten die recyclage of nuttige toepassing kunnen verhinderen; de Interregionale Verpakkingscommissie bepaalt in de erkenning van het organisme het minimum gehalte aan verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong van de containers bestemd voor de inzameling van bedrijfsafval;
de ontwikkeling toelaten van de tewerkstelling in de verenigingen en vennootschappen met sociaal oogmerk die, in overeenstemming met hun maatschappelijk doel, actief zijn op het vlak van de inzameling, de sortering, de recyclage en de nuttige toepassing van verpakkingsafval;
de verifieerbaarheid en controleerbaarheid van de recyclage en de nuttige toepassing van het verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong te garanderen, alsook de milieu- en sociale omstandigheden waarin de recyclage en de nuttige toepassing plaatsvindt.

Subafdeling 4.
Controle op de erkende organismen


Art. 15. De Interregionale Verpakkingscommissie kan de bedrijfsrevisoren van het erkende organisme ondervragen met het oog op het verkrijgen van elke informatie die zij wenst. De Interregionale Verpakkingscommissie kan de boekhouding laten nazien door een bedrijfsrevisor of externe accountant die zij aanstelt. Indien het erkende organisme geen bedrijfsrevisoren heeft aangeduid, wordt deze opdracht uitgevoerd op kosten van het erkende organisme.

Art. 16.

De regering van elk gewest kan bij het erkend organisme voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong een gevolmachtigde, alsook zijn vervanger, aanduiden en deze aanduiding terug intrekken; de gevolmachtigde wordt belast met de controle op de taak als openbare dienst en op de verplichtingen opgelegd door dit akkoord.

 

De gevolmachtigden worden, op hun verzoek, gehoord door de Raad van Bestuur van het erkend organisme. Zij kunnen op elk ogenblik de bedrijfsrevisor ondervragen en kennis nemen van de boeken, de briefwisseling, de processen-verbaal en, in het algemeen, van alle documenten en alle geschriften van het erkend organisme. Zij kunnen van de bestuurders en de personeelsleden van het erkend organisme alle toelichting en elke informatie verzoeken en overgaan tot elk onderzoek dat hen noodzakelijk lijkt bij de uitoefening van hun mandaat.

 

De gevolmachtigde brengt verslag uit aan het Gewest.


Afdeling 3.
Verplichtingen ten laste van de verkopers en de verbruikers


Art. 17.

§ 1.

Elke verkoper van verpakte huishoudelijke goederen, met uitzondering van de kleinhandelaar, is op zijn verantwoordelijkheid verplicht om in de hiertoe voorziene recipiënten alle verzend- en verzamelverpakkingen in ontvangst te nemen die door de consument worden teruggebracht of achtergelaten, voor zover deze verpakkingen afkomstig zijn van de producten die hij verhandeld heeft.

 

§ 2.

Voor verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong en indien de verpakkingsverantwoordelijke de persoon is bedoeld in artikel 2, 20°, a) of b), moet de bedrijfsmatige ontpakker van de verpakte goederen :

—   ofwel het verpakkingsafval ter beschikking stellen van de verpakkingsverantwoordelijke of aan de persoon hiertoe aangeduid overeenkomstig artikel 7, die hiertoe de vraag stelt,
ofwel, indien hij niet op de vraag van de verpakkingsverantwoordelijke of van het erkende organisme in de zin van artikel 8 ingaat, zelf het verpakkingsafval recycleren, nuttig toepassen of verbranden met terugwinning van energie in afvalverbrandingsinstallaties, met het oog op het bereiken van minstens de doelstellingen van de terugnameplicht, en hiervan het bewijs leveren aan de verpakkingsverantwoordelijke, hetzij rechtstreeks, hetzij via de verkoper van de verpakte goederen.

 

 


HOOFDSTUK IV.
Informatieplicht


Art. 18.

§ 1.

De verpakkingsverantwoordelijke die onderworpen is aan de terugnameplicht, is gehouden om jaarlijks uiterlijk tegen 31 maart de volgende gegevens, respectievelijk prognoses, met betrekking tot het voorbije en het lopende kalenderjaar per verpakkingssoort mee te delen aan de Interregionale Verpakkingscommissie aan de hand van een formulier waarvan het model is vastgesteld door deze laatste :

de totale hoeveelheid in de handel gebrachte verzend-, verzamel- en verkoopverpakkingen, uitgedrukt in kilogram, volume en aantal eenheden, en onderverdeeld in eenmalige verpakkingen en herbruikbare verpakkingen;
de samenstelling van elk type van verpakking met vermelding van de gebruikte materialen, en minstens de aanwezigheid van de zware metalen en gerecycleerde materialen, uitgedrukt in gewichtspercentage;
3°  de totale hoeveelheid van verpakkingsafval, opgedeeld per materiaal, dat wordt ingezameld, gerecycleerd, nuttig toegepast, verbrand met of zonder terugwinning van energie en gestort;
4°  de totale hoeveelheid, in gewicht en volume, opgedeeld per materiaal van de verpakking, van de in eenmalige verpakkingen in de handel gebrachte goederen;
de totale hoeveelheid, in gewicht, opgedeeld per materiaal van de verpakking en per soort goederen, van de in herbruikbare verpakkingen in de handel gebrachte goederen;
de totale hoeveelheid van verpakkingen, opgedeeld per materiaal, beschouwd als gevaarlijk om reden van de verontreiniging door de producten die deze bevatten.

 

 

§ 2.

Per sector van economische activiteit kan elke verpakkingsverantwoordelijke de informatieverplichtingen die voortvloeien uit § 1 van dit artikel, bij overeenkomst toevertrouwen aan een rechtspersoon. De Interregionale Verpakkingscommissie kan de voorwaarden van deze delegatie bepalen.

 

§ 3.

Ingeval de verpakkingsverantwoordelijke een erkend organisme gelast met de uitvoering van zijn terugnameplicht, maakt het erkende organisme minstens de gegevens vereist in § 1, 1°, 3°, 4° en 5° van dit artikel, voor elk van zijn contractanten, over aan de Interregionale Verpakkingscommissie. Het erkende organisme kan de gegevens vereist in § 1, 3° van dit artikel geglobaliseerd overmaken voor het geheel van zijn contractanten.

 

§ 4.

De verpakkingsverantwoordelijke of de rechtspersoon die namens hem optreedt, is gehouden om op de 2e en de 3e verjaardag van de uiterste termijn gesteld voor het indienen van het algemeen preventieplan, zoals bedoeld in Hoofdstuk II van dit samenwerkingsakkoord, een evaluatie van de uitvoering van dit preventieplan aan de Interregionale Verpakkingscommissie mee te delen aan de hand van een formulier waarvan het model is vastgesteld door deze laatste. De Interregionale Verpakkingscommissie beoordeelt deze evaluatie en vraagt desgevallend een bijsturing.

 

§ 5.

Voor wat betreft het verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong zijn de rechtspersonen van publiekrecht die voor hun grondgebied verantwoordelijk zijn voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, gehouden om jaarlijks voor 31 mei aan de Interregionale Verpakkingscommissie de door deze laatste gevraagde informatie betreffende de inzameling en verwerking van verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong en betreffende hun diverse contractuele afspraken met het erkende organisme mee te delen. De Interregionale Verpakkingscommissie stelt een formulier op voor het vervullen van deze informatieplicht dat schriftelijk of elektronisch wordt bezorgd. De Interregionale Verpakkingscommissie zal aan de rechtspersonen van publiekrecht slechts de gegevens opvragen, waarover zij nog niet beschikt of niet over zou kunnen beschikken door middel van een eenvoudige vraagstelling aan de bevoegde Gewestelijke administraties.


Art. 19.

Elk erkend organisme is gehouden om jaarlijks vóór 31 maart de volgende gegevens, respectievelijk prognoses, met betrekking tot het voorbije en het lopende kalenderjaar, mee te delen aan de Interregionale Verpakkingscommissie :

de volledige lijst van verpakkingsverantwoordelijken die in toepassing van artikel 8 een overeenkomst gesloten hebben met het erkende organisme;
per categorie van verpakkingsafval en per materiaal waaruit deze afvalstoffen zijn samengesteld, het totale gewicht dat in de handel werd gebracht door de contractanten, de percentages van inzameling, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering;
de financiële middelen die ter beschikking gesteld worden door elke verpakkingsverantwoordelijke die in toepassing van artikel 8 een overeenkomst heeft afgesloten met het erkende organisme;
de financiële gegevens die gebruikt worden bij de berekening van de bijdragen.

 


Art. 20.

§ 1.

Met uitzondering van de communicatie voor wat betreft de praktische modaliteiten betreffende de inzameling van verpakkingsafval, zoals voorzien in de artikelen 10, § 2, 6° en 13, § 1, 4° en 7°, worden alle door het erkende organisme voorgenomen acties betreffende de informatie en de sensibilisering van de consument en betreffende publiciteit voorafgaandelijk voor advies voorgelegd aan de Interregionale Verpakkingscommissie. De Interregionale Verpakkingscommissie geeft in haar advies aan of de voorgenomen acties in overeenstemming zijn met de doelstellingen en de bepalingen van het samenwerkingsakkoord en met de doelstellingen van het afvalstoffenbeleid van de Gewesten.

 

§ 2.

Het erkende organisme kan in geen geval commercieel sponsor zijn, waarbij als « commerciële sponsoring » wordt beschouwd de sponsoring die hoofdzakelijk tot doel heeft de naambekendheid van het erkende organisme te vergroten. Sponsoring die hoofdzakelijk de vervulling van het statutair doel van het erkende organisme tot doel heeft, wordt niet beschouwd als « commerciële sponsoring ».


Art. 21. Het aanbrengen van een logo of een tekst die de vervulling van de verplichtingen van het huidig samenwerkingsakkoord symboliseert, wordt door het erkende organisme, of door de verpakkingsverantwoordelijke indien de uitvoering van de terugnameplicht niet wordt toevertrouwd aan een erkend organisme, voorafgaandelijk voor advies voorgelegd aan de Interregionale Verpakkingscommissie. De Interregionale Verpakkingscommissie geeft in haar advies aan of het ontwerp van logo of tekst in overeenstemming is met de doelstellingen en de bepalingen van het samenwerkingsakkoord en met de doelstellingen van het afvalstoffenbeleid van de Gewesten.

Art. 22.

De verkoper, met uitzondering van de kleinhandelaar, is gehouden om elke 3 jaar en op het tijdstip voorzien in artikel 4, § 1, voor de indiening van de algemene preventieplannen, aan de Interregionale Verpakkingscommissie een actieplan voor advies voor te leggen betreffende de wijze waarop hij zich voorneemt te communiceren naar zijn cliënteel over :

 

—  de bedragen die, met het oog op de financiering van de verplichtingen van dit samenwerkingsakkoord, door de verpakkingsverantwoordelijken worden besteed aan elke soort van verpakking die in de handel wordt gebracht op het verkooppunt,
—  de uitvoering van artikel 17, § 1.

 

De Interregionale Verpakkingscommissie geeft in haar advies aan of het actieplan in overeenstemming is met de doelstellingen en de bepalingen van het samenwerkingsakkoord en met de doelstellingen van het afvalstoffenbeleid van de Gewesten.

 

Dit actieplan kan worden overgemaakt als onderdeel van het preventieplan, zoals bepaald in artikel 4. De communicatie naar het cliënteel bevat tevens een globale boodschap betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.

 

De verkoper kan zich voor het vervullen van deze verplichting laten vertegenwoordigen door een derde rechtspersoon.


HOOFDSTUK V.
De Interregionale Verpakkingscommissie en de bevoegde Gewestelijke administratie


Afdeling 1.
De Interregionale Verpakkingscommissie


Art. 23.

§ 1.

De Gewesten bestendigen het bestaan van de Interregionale Verpakkingscommissie, opgericht door het samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, als een gemeenschappelijke instelling, bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 op de hervorming van de instellingen. Zij heeft rechtspersoonlijkheid.

 

De Interregionale Verpakkingscommissie is samengesteld uit een Beslissingsorgaan en uit een Permanent Secretariaat, dat tot taak heeft het Beslissingsorgaan bij te staan.

 

Het Beslissingsorgaan is samengesteld uit negen leden. Elke Gewestregering duidt aan en trekt de aanduiding in van drie effectieve leden en drie plaatsvervangers.

 

Het Permanent Secretariaat is samengesteld uit ambtenaren en personeelsleden die door elke Gewestregering ter beschikking worden gesteld van de Interregionale Verpakkingscommissie voor het vervullen van de administratieve en technische opdrachten die haar toekomen.

 

Het Gewest kan ervoor opteren om, in plaats van personeel ter beschikking te stellen, per budgettair jaar, specifieke budgetten aan de Verpakkingscommissie toe te kennen voor de aanwerving van eigen personeel.

 

De toegekende specifieke budgetten dekken ook de werkingskosten van het sociale secretariaat dat door de Verpakkingscommissie met de praktische aspecten van het personeelsbeheer zal worden belast.

 

§ 2.

De leden van het Permanent Secretariaat die ter beschikking gesteld zijn door de Gewestelijke Regeringen, blijven onderworpen aan de statutaire bepalingen die op hen van toepassing zijn. Het dagelijkse toezicht op de werking van de leden van het Permanent Secretariaat ligt bij de directeur, die, desgevallend, hierover verslag uitbrengt bij de administratie, door wie deze leden concreet ter beschikking werden gesteld.

 

§ 3.

Het Permanent Secretariaat heeft een directeur en een directiecomité, waarin de 3 Gewesten vertegenwoordigd zijn. De werking van het Permanent Secretariaat wordt geregeld door een huishoudelijk reglement, dat door het Beslissingsorgaan wordt goedgekeurd. Dit huishoudelijke reglement verduidelijkt de respectievelijke bevoegdheden van de directeur en het directiecomité.

 

De directeur en de diensthoofden worden aangesteld door het Beslissingsorgaan.

 

Het dagelijks beheer van het Permanent Secretariaat is de bevoegdheid van de directeur. De diensthoofden hebben elk een inhoudelijke taakomschrijving, waarbinnen zij het beleid voorbereiden. Het directiecomité verzekert de coherentie van het beleid tussen de diensten onderling. Alle principiële beslissingen en in het bijzonder deze beslissingen die door dit samenwerkingsakkoord aan het beslissingsorgaan worden voorbehouden, worden voorafgaandelijk besproken in het directiecomité en ter goedkeuring aan het beslissingsorgaan voorgelegd.

 

§ 4.

De directeur en de voorzitter vertegenwoordigen de Interregionale Verpakkingscommissie in gerechtszaken. Bij hoogdringendheid kan de directeur alleen handelen.


Art. 24.

Het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie komt ten minste 10 maal per jaar samen, alsook op vraag van een lid. Het zetelt slechts geldig indien de drie Gewesten vertegenwoordigd zijn.

 

De leden van het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie duiden elk jaar en met ingang op 5 maart in hun midden een nieuwe voorzitter aan, waarbij een beurtrol wordt gerespecteerd tussen de Gewesten. Het secretariaat van het Beslissingsorgaan wordt verzekerd door het Permanent Secretariaat.

 

Elk advies, voorstel of beslissing van de Interregionale Verpakkingscommissie moet genomen geworden bij consensus, voor zover minstens één vertegenwoordiger van elk Gewest aanwezig is.


Art. 25.

Het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie maakt jaarlijks en ten laatste 6 maanden voor het begin van het begrotingsjaar een begrotingsvoorstel over aan de Gewestregeringen.

 

Het jaarlijks budget van de Interregionale Verpakkingscommissie wordt ter beschikking gesteld door elk Gewest overeenkomstig de verdeelsleutel gebruikt in artikel 16bis, § 1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.


Art. 26.

§ 1.

Het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie :

keurt de algemene preventieplannen goed en beoordeelt de evaluaties ervan;
keurt de wijze waarop de verpakkingsverantwoordelijke die geen erkend organisme gelast heeft met de uitvoering van zijn terugnameplicht, zijn verplichtingen vervult, goed;
controleert het budget van en de tarificatie toegepast door de erkende organismen;
verleent, controleert, schorst of trekt de erkenning van het organisme in of wijzigt op elk ogenblik, na de vertegenwoordiger van het erkende organisme te hebben gehoord, om redenen van algemeen belang, de voorwaarden voor de uitvoering van de activiteit, zoals voorzien in de erkenning;
bepaalt de hoogte van elke financiële zekerheid en verzoekt om de vrijmaking ervan in geval van niet-uitvoering van de verplichtingen ten laste van het organisme, in overeenstemming met artikel 11 van dit samenwerkingsakkoord;
brengt advies uit over de door het erkende organisme voorgenomen acties betreffende de informatie en de sensibilisering van de consumenten en betreffende publiciteit, met uitzondering van de communicatie voor wat betreft de praktische modaliteiten betreffende de inzameling van verpakkingsafval, zoals voorzien in de artikelen 10, § 2, 6° en 13, § 1, 4° en 7°;
brengt advies uit over het aanbrengen van een logo of tekst op de verpakkingen met de bedoeling de uitvoering van de verplichtingen van dit akkoord te verduidelijken;
brengt advies uit over het bericht voorzien in artikel 22;
bepaalt de globale referentiecijfers betreffende het gewicht van de eenmalige verpakkingen die jaarlijks in elk Gewest in de handel worden gebracht, en de specifieke referentiecijfers betreffende het gewicht van eenmalige verpakkingen die jaarlijks door de verpakkingsverantwoordelijke die een overeenkomst heeft afgesloten met een erkend organisme, in de handel worden gebracht; 
10° bepaalt het organogram en de regels van interne werking van de Interregionale Verpakkingscommissie;
11° verleent de toestemming aan bepaalde groepen verpakkingsverantwoordelijken om zich te laten vertegenwoordigen bij het erkende organisme, zoals voorzien in artikel 8, en bepaalt de voorwaarden van deze vertegenwoordiging;
12° bepaalt de voorwaarden van de delegatie voorzien in artikel 18, § 2.

 

§ 2.

De Interregionale Verpakkingscommissie verifieert :

1°   hoe de verpakkingsverantwoordelijken of de erkende organismen de minimum percentages van nuttige toepassing, vermeerderd met « verbranding met terugwinning van energie in afvalverbrandingsinstallaties », en recyclage bereiken;
de informatie die aan haar moet medegedeeld worden krachtens de artikelen 18 en 19.

 

 

 

§ 3.

De leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie ondervragen de bedrijfsrevisoren van het erkende organisme of onderzoeken de rekeningen overeenkomstig artikel 15, en zijn gelast met het toezicht op de bepalingen van het samenwerkingsakkoord.

 

§ 4.

De Interregionale Verpakkingscommissie stelt jaarlijks een rapport op over haar activiteiten ten behoeve van de Gewestregeringen.

 

§ 5.

De Interregionale Verpakkingscommissie kan de Gewesten, wanneer zij daarom verzoeken, ondersteunen inzake de organisatie van aanvaardings- en terugnameplichten betreffende andere afvalstoffen dan verpakkingsafval.

 

De Interregionale Verpakkingscommissie zal, op vraag van de Gewesten, onder meer :

de nodige nota’s opmaken om te zorgen voor een interregionale benadering van de aanvaardings- of terugnameplichten voor andere afvalstromen dan verpakkingsafval;
gezamenlijke overlegvergaderingen van de Gewesten met stakeholders organiseren betreffende deze aanvaardings- of terugnameplichten;
overlegvergaderingen tussen de Gewesten organiseren betreffende deze aanvaardings- of terugnameplichten.

 

Aan de hierboven vermelde vergaderingen zal al dan niet een vertegenwoordiger van de Interregionale Verpakkingscommissie deelnemen. De Interregionale Verpakkingscommissie zal, desgevraagd, instaan voor de verslaggeving van deze vergaderingen.

 

§ 6.

Het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie verleent de vrijstelling bedoeld in artikel 3, § 4.


Art. 27.

De Interregionale Verpakkingscommissie formuleert voorstellen en/of adviezen voor de Gewestregeringen over :


haar interne werking, haar jaarlijkse begroting;
2° de wijziging van huidig samenwerkingsakkoord om wettelijke of feitelijke redenen;

de wijze waarop de inning van de bijdragen en de verdeling van de financiële middelen wordt verwezenlijkt door het erkende organisme;

de doeltreffendheid van de ketens van recyclage en nuttige toepassing; 5° de evaluatie van het bedrag van de bijdragen die het erkende organisme vraagt aan zijn contractanten.

 

 


Afdeling 2.
De bevoegde Gewestelijke administraties


Art. 28.

Elke bevoegde Gewestelijke administratie :

biedt haar bemiddeling aan bij gebreke aan een akkoord tussen het erkende organisme en de rechtspersoon van publiekrecht betreffende het sluiten en het uitvoeren van een overeenkomst bedoeld in artikel 13, § 1, 7°;
geeft advies aan de Interregionale Verpakkingscommissie over de doeltreffendheid van de ketens van recyclage en nuttige toepassing, alsook inzake de verbranding met terugwinning van energie in afvalverbrandingsinstallaties;
geeft advies aan de Interregionale Verpakkingscommissie over de conformiteit van de planning van de geografische zones die door het erkende organisme worden bestreken, met het Gewestelijk afvalstoffenplan.

 

 


HOOFDSTUK VI.
Controle, administratieve sancties en strafbepalingen


Afdeling 1.
Controle


Art. 29.

§ 1.

Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie, evenals de ambtenaren en personeelsleden van elke bevoegde administratie van het Gewest die zijn aangewezen door hun regering, belast met het toezicht op de bepalingen van dit samenwerkingsakkoord. De Gewesten waken over de naleving door de ambtenaren en personeelsleden van de bevoegde administratie van het Gewest van de algemene controlerichtlijnen opgesteld door de Interregionale Verpakkingscommissie.

 

De ambtenaren van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie, evenals de ambtenaren en personeelsleden van elke bevoegde administratie van het Gewest die zijn aangeduid door hun regering, hebben het statuut van agent van gerechtelijke politie. Zij leggen in die hoedanigheid de eed af. Zij hebben de mogelijkheid zich te laten bijstaan door de gewone politie. Hun processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

 

§ 2.

Elke verpakkingsverantwoordelijke, elke verkoper, elk erkend organisme en elke rechtspersoon in de zin van artikel 4, § 2, is gehouden om, op verzoek van de in de eerste paragraaf vernoemde personen, alle documenten en briefwisseling ter beschikking te stellen en mondeling of schriftelijk alle inlichtingen met betrekking tot de uitvoering van zijn verplichtingen krachtens dit samenwerkingsakkoord te verstrekken.

 

Wanneer de documenten en briefwisseling door middel van een geïnformatiseerd systeem worden gehouden, opgemaakt, uitgereikt, ontvangen of bewaard, hebben de in de eerste paragraaf vernoemde personen het recht zich de op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage te doen voorleggen. De in de eerste paragraaf genoemde personen kunnen eveneens de hiervoor vermelde persoon verzoeken om in hun bijzijn en met zijn uitrusting kopies te maken onder de door hen gewenste vorm van het geheel of een deel van de voormelde gegevens, evenals om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om de controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen van dit samenwerkingsakkoord.

 

§ 3.

Elke verpakkingsverantwoordelijke, elke verkoper of elk erkend organisme is gehouden om op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang te verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend, voor zover deze ruimten niet gebruikt worden voor bewoning, teneinde de in de eerste paragraaf vernoemde personen in staat te stellen de naleving van de verplichtingen van huidig samenwerkingsakkoord te controleren.

 

Als ruimten waar een activiteit wordt uitgeoefend, moeten onder meer worden beschouwd burelen, fabrieken, werkplaatsen, winkels, garages en terreinen die als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikt worden.


Afdeling 2.
Schorsing en intrekking van de erkenning


Art. 30.

Ingeval het erkende organisme één van de verplichtingen bepaald in de artikelen 12, 13 en 14 niet nakomt, kan de Interregionale Verpakkingscommissie bij een ter post aangetekende brief het erkende organisme waarschuwen. De waarschuwing vermeldt uitdrukkelijk de verplichtingen die het erkende organisme niet heeft nagekomen, de specifieke maatregelen die het erkende organisme dient te nemen, en de redelijke termijn waarbinnen dit moet gebeuren.

 

De Interregionale Verpakkingscommissie hoort het erkende organisme indien dit hierom vraagt. Het erkende organisme maakt aan de Interregionale Verpakkingscommissie, voorafgaandelijk aan de hoorzitting, schriftelijk alle argumenten over die het nuttig acht voor zijn verdediging. De vraag om gehoord te worden, schorst de procedure niet.

 

De Interregionale Verpakkingscommissie kan overgaan tot schorsing van de erkenning indien het erkende organisme :

de maatregelen die de waarschuwing vermeldt niet of niet tijdig uitvoert;
de percentages voor recyclage en nuttige toepassing die het erkende organisme gehouden is te bereiken, niet haalt;
zijn informatieplicht niet naleeft;
niet langer aan de erkenningsvereisten voldoet;
inbreuken op de milieuwetgeving begaat. 

 

De erkenning kan enkel geschorst worden indien het erkende organisme voorafgaandelijk door de Interregionale Verpakkingscommissie voor een hoorzitting wordt uitgenodigd.

 

Indien de Interregionale Verpakkingscommissie de erkenning schorst, bepaalt zij de duur van de schorsing. De Interregionale Verpakkingscommissie heft de schorsing op indien zij vaststelt dat het erkende organisme een einde heeft gesteld aan de handelingen die een aanleiding hebben gegeven tot de schorsing. Indien het erkende organisme geen einde heeft gesteld aan deze handelingen voor het eind van de schorsing, kan de Interregionale Verpakkingscommissie de erkenning intrekken, na eerst het organisme voor een hoorzitting te hebben uitgenodigd.

 

Beslissingen tot schorsing of intrekking van de erkenning worden integraal gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 


Afdeling 3.
Administratieve geldboetes


Art. 31.

§ 1.

De leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie kunnen een administratieve geldboete opleggen aan de verpakkingsverantwoordelijke bedoeld in artikel 4, § 1 die zijn verplichting niet heeft toevertrouwd aan een rechtspersoon in de zin van artikel 4, § 2, en die hetzij geen algemeen preventieplan indient overeenkomstig artikel 4, § 1, eerste lid, hetzij, nadat de Interregionale Verpakkingscommissie het algemeen preventieplan heeft geweigerd, niet binnen de overeenkomstig artikel 5, § 1, tweede lid bepaalde termijn een algemeen preventieplan indient dat aangepast is aan het geheel van de door de Interregionale Verpakkingscommissie gemaakte opmerkingen. De administratieve geldboete bedraagt 2.500 euro.

 

De leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie kunnen een administratieve geldboete opleggen aan de rechtspersoon in de zin van artikel 4, § 2 die hetzij geen algemeen preventieplan indient overeenkomstig artikel 4, § 1, eerste lid, hetzij, nadat de Interregionale Verpakkingscommissie het algemeen preventieplan heeft geweigerd, niet binnen de overeenkomstig artikel 5, § 1, tweede lid bepaalde termijn een algemeen preventieplan indient dat aangepast is aan het geheel van de door de Interregionale Verpakkingscommissie gemaakte opmerkingen. De administratieve geldboete bedraagt 2.500 euro per verpakkingsverantwoordelijke die zijn verplichting aan deze rechtspersoon heeft opgedragen. Het totale bedrag van de administratieve geldboete mag evenwel niet hoger zijn dan 25.000 euro.

 

§ 2.

De leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie kunnen een administratieve geldboete opleggen aan de verpakkingsverantwoordelijke of het erkende organisme dat de vastgestelde percentages, uitgedrukt in ton per jaar, die moeten bereikt worden conform de artikelen 6 of 12, niet bereikt binnen de opgelegde termijnen. De administratieve geldboete bedraagt :

500 euro voor elke aangevatte ton verpakkingsafval die, binnen de vooropgestelde termijnen, niet nuttig werd toegepast of verbrand met terugwinning van energie in afvalverbrandingsinstallaties, en;
1.000 euro voor elke aangevatte ton verpakkingsafval die, binnen de vooropgestelde termijnen, niet werd gerecycleerd.

 

Het totale bedrag van de administratieve geldboete mag evenwel niet hoger zijn dan 25.000 euro. De administratieve geldboete wordt berekend op basis van de beschikbare gegevens van de Interregionale Verpakkingscommissie.

 

§ 3.

De leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie kunnen een administratieve geldboete opleggen aan het erkende organisme dat een waarschuwing heeft gekregen in de zin van artikel 30, 1e alinea, en dat de maatregelen die deze waarschuwing vermeldt niet of niet tijdig uitvoert. De administratieve geldboete bedraagt 500 euro per dag dat de maatregelen niet worden uitgevoerd, te rekenen vanaf de dag volgend op de ontvangst van de waarschuwing, behoudens indien de waarschuwing zelf een latere datum voorziet voor het kunnen ingaan van de geldboete.

 

Het totale bedrag van de administratieve geldboete mag evenwel niet hoger zijn dan 10.000 euro.

 

§ 4.

De leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie kunnen een administratieve geldboete opleggen aan :

de verkoper of de bedrijfsmatige ontpakker die de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 17 niet nakomt;
de verpakkingsverantwoordelijke die de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 18 niet nakomt;
de verkoper die de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 22 niet nakomt.

 

De administratieve geldboete bedraagt 500 euro.

 

§ 5.

Bij samenloop van verschillende inbreuken wordt alleen de hoogste administratieve geldboete opgelegd.

 

Indien er binnen de drie jaar na een strafrechtelijke veroordeling voor een van de misdrijven bepaald in artikel 32, of na het opleggen van een administratieve geldboete, een nieuwe overtreding wordt gepleegd, worden de bedragen vermeld in dit artikel verdubbeld.


Afdeling 4.
Strafbepalingen


Art. 32.

§ 1.

De verpakkingsverantwoordelijke die zijn verplichtingen niet overeenkomstig artikel 4, § 2 heeft toevertrouwd aan een rechtspersoon, en die de voorschriften van artikel 4 niet naleeft, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met een geldboete van vijfhonderd tot vijfduizend euro of met één van deze straffen alleen.

 

De rechtspersoon in de zin van artikel 4, § 2 die de voorschriften van artikel 4 niet naleeft, wordt gestraft met een geldboete van vijfhonderd tot vijfduizend euro.

 

§ 2.

De verpakkingsverantwoordelijke die zijn verplichtingen niet overeenkomstig artikel 7, § 1 heeft toevertrouwd aan een rechtspersoon, en die de terugnameplicht van artikel 6 niet naleeft, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van duizend tot twee miljoen euro of met een van deze straffen alleen.

 

De rechtspersoon bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, die de terugnameplicht van artikel 6 niet naleeft, wordt gestraft met een geldboete van duizend tot twee miljoen euro.

 

§ 3.

De verpakkingsverantwoordelijke die de mededelingsplicht van artikel 7, § 1, tweede en derde lid niet naleeft, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met een geldboete van honderd tot vijfduizend euro of met een van deze straffen alleen.

 

§ 4.

De verpakkingsverantwoordelijke die zijn verplichting niet overeenkomstig artikel 18, § 2 heeft toevertrouwd aan een rechtspersoon, en die de mededelingsplicht van artikel 18, § 1 niet naleeft, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met een geldboete van honderd tot vijfduizend euro of met een van deze straffen alleen.

 

De rechtspersoon bedoeld in artikel 18, § 2 die de mededelingsplicht van artikel 18, § 1 niet naleeft, wordt gestraft met een geldboete van honderd tot vijfduizend euro.

 

De verpakkingsverantwoordelijke die zijn verplichting niet overeenkomstig artikel 4, § 2 heeft toevertrouwd aan een rechtspersoon, en die de mededelingsplicht van artikel 18, § 4 niet zelf naleeft, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met een geldboete van honderd tot vijfduizend euro of met een van deze straffen alleen.

 

De rechtspersoon bedoeld in artikel 4, § 2 die de mededelingsplicht van artikel 18, § 4 niet naleeft, wordt gestraft met een geldboete van honderd tot vijfduizend euro.

 

§ 5.

Het erkende organisme dat de voorschriften van artikel 12, van artikel 13, § 1 of van artikel 14 overtreedt, wordt gestraft met een geldboete van duizend tot twee miljoen euro.

 

§ 6.

Het erkende organisme dat de mededelingsplicht van artikel 18, § 3 of artikel 19 niet naleeft, wordt gestraft met een geldboete van honderd tot vijfhonderdduizend euro.

 

§ 7.

Elke persoon die op enige andere manier het toezicht op de naleving van dit samenwerkingsakkoord opzettelijk verhindert of tracht te verhinderen, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van honderd tot een miljoen euro of met een van deze straffen alleen.


Afdeling 5.
Procedure


Art. 33.

§ 1.

De in dit artikel beschreven procedure geldt indien het artikel 31 van dit samenwerkingsakkoord voor een in artikel 32 als misdrijf omschreven feit ook de mogelijkheid tot oplegging van een administratieve sanctie bepaalt.

 

§ 2.

Wanneer het misdrijf vastgesteld wordt door een lid van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie, beoordeelt deze verbalisant of het feit naar zijn mening voldoende ernstig is om strafrechtelijke vervolging te verantwoorden. Indien dit volgens hem het geval is, stuurt hij het proces-verbaal naar de Procureur des Konings. Hij stuurt een afschrift ervan naar de overtreder.

 

Indien de verbalisant van oordeel is dat het feit onvoldoende is om strafrechtelijke vervolging te verantwoorden, stuurt hij zijn beoordeling, samen met een afschrift van het controleverslag, naar de procureur des Konings, die deze beoordeling goedkeurt of afkeurt. De afkeuring van de procureur des Konings heeft voor gevolg dat het proces-verbaal onmiddellijk aan de procureur des Konings moet worden bezorgd en een afschrift ervan aan de overtreder.

 

Wanneer na een termijn van 10 werkdagen de procureur des Konings zijn beslissing betreffende de beoordeling van de verbalisant niet aan deze laatste heeft meegedeeld, wordt de beoordeling geacht te zijn goedgekeurd. In dit geval stuurt de verbalisant het proces-verbaal naar de door het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie hiervoor aangeduide leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie, waarna de procedure van artikel 34 wordt gevolgd. Hij stuurt een afschrift van het proces-verbaal naar de overtreder.

 

§ 3.

Indien de verbalisant geen deel uitmaakt van de Interregionale Verpakkingscommissie, stuurt hij een afschrift van het proces-verbaal naar de overtreder en stelt hij de Interregionale Verpakkingscommissie hiervan op de hoogte.

 

§ 4.

De procureur des Konings beschikt over een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag na de ontvangst van het proces-verbaal, om aan het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie schriftelijk mee te delen dat hij tot strafrechtelijke vervolging wenst over te gaan, of dat hij wenst toepassing te maken van artikel 216bis of artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering.

 

§ 5.

De mededeling van de procureur des Konings binnen de termijn van zes maanden dat hij vervolging wenst in te stellen of dat hij wenst toepassing te maken van artikel 216bis of artikel 216ter van hetWetboek van strafvordering, sluit de oplegging van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 31 uit.

 

§ 6.

Indien de procureur des Konings schriftelijk meedeelt dat hij geen strafvervolging wenst in te stellen en dat hij geen toepassing wenst te maken van artikel 216bis of artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering, kunnen de hiertoe door het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie aangeduide leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie wegens de inbreuk een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig de artikelen 31 en 34. Dit geldt eveneens indien de procureur des Konings zijn beslissing niet schriftelijk meedeelt binnen de zes maanden na de dag van ontvangst van het proces-verbaal.

 

§ 7.

Wanneer de strafvordering door een burgerlijke partij op gang is gebracht, zijn § 4, § 5 en § 6 van dit artikel niet van toepassing. Indien de procureur des Konings in dat geval een administratieve geldboete meer gepast acht, deelt hij dit schriftelijk mee aan de Interregionale Verpakkingscommissie. De procedure van artikel 34 is vervolgens van toepassing.

 

§ 8.

De strafvordering vervalt in elk geval vanaf de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete overeenkomstig artikel 34. Indien een strafrechtbank zich in een in kracht van gewijsde gegane uitspraak heeft uitgesproken over het misdrijf, kan geen administratieve sanctie meer opgelegd worden.


Art. 34.

§ 1.

De hiertoe door het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie aangeduide leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie kunnen voor de in artikel 31 vermelde inbreuken een administratieve geldboete opleggen.

 

Alvorens een beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete te nemen, nodigen zij de overtreder uit om zijn verweermiddelen te doen kennen binnen de termijn die zij bepalen. Zij horen de overtreder indien deze binnen de voormelde termijn daarom verzoekt.

 

§ 2.

De hiertoe door het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie aangeduide leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie leggen de administratieve geldboete op binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf het opstellen van het proces-verbaal. In het geval van artikel 33, § 6 en § 7 vangt deze termijn pas aan de dag na de ontvangst van de schriftelijke mededeling van de procureur des Konings of van het verstrijken van de in artikel 33, § 6 vermelde termijn van zes maanden.

 

§ 3.

De hiertoe door het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie aangeduide leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie motiveren hun beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete. Zij leggen het precieze bedrag van de geldboete vast.

 

§ 4.

De Interregionale Verpakkingscommissie geeft kennis van de beslissing aan de gesanctioneerde persoon bij ter post aangetekende brief of betekent de beslissing bij deurwaardersexploot binnen een termijn van één maand na het nemen van de beslissing, op straffe van verval van de geldboete.

 

§ 5.

Indien een proces-verbaal naar de rocureur des Konings werd gestuurd, evenals in het geval van artikel 33, § 7 van dit samenwerkingsakkoord, stuurt de Interregionale Verpakkingscommissie een afschrift van de beslissing naar de procureur des Konings.

 

§ 6.

De administratieve geldboete moet worden betaald binnen een termijn van drie maanden, die aanvangt de dag na de betekening of kennisgeving van de beslissing. Zij kan worden voldaan door storting op of overschrijving naar de rekening van de Interregionale Verpakkingscommissie. De beslissing vermeldt uitdrukkelijk dit rekeningnummer en de vermelding die de betaling moet vergezellen.

 

§ 7.

De gesanctioneerde persoon die de beslissing van de door het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie aangeduide leden van het Permanent Secretariaat betwist, kan tegen de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. Het beroep wordt op basis van de artikelen 1034bis en volgenden van het Gerechtelijk Wetboek ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak. De rechtbank te Brussel is territoriaal bevoegd. De termijn voor het instellen van het beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de betekening of de kennisgeving van de beslissing. Deze termijn wordt voorgeschreven op straffe van verval. De Interregionale Verpakkingscommissie treedt op als verwerende partij in dit beroep.

 

Het beroep schorst de beslissing niet. Indien beroep wordt ingesteld, wordt de betaalde boete door de Interregionale Verpakkingscommissie geconsigneerd op de Deposito- en Consignatiekas in afwachting van de definitieve uitspraak. De rechtbank van eerste aanleg te Brussel is evenwel gemachtigd om de tenuitvoerlegging te schorsen van de beslissing tot het opleggen van de geldboete waartegen het beroep is gericht, indien de tenuitvoerlegging ernstige gevolgen kan hebben voor de betrokkene.

 

De rechtbank van eerste aanleg te Brussel is gemachtigd om de administratieve geldboete te verlagen tot onder het wettelijke minimum, indien verzachtende omstandigheden voorhanden zijn. De rechtbank van eerste aanleg te Brussel is eveneens gemachtigd om opschorting van tenuitvoerlegging van straffen te verlenen, wanneer de hiervoor vereiste omstandigheden voorhanden zijn.

 

§ 8.

Bij gebreke aan betaling van de administratieve geldboete binnen de drie maanden na kennisgeving, stuurt de Interregionale Verpakkingscommissie de beslissing met een verzoek tot invordering naar de dienst die binnen de Federale Overheidsdienst Financiën instaat voor de niet-fiscale invorderingen.

 

§ 9.

De geldboete komt toe aan de Interregionale Verpakkingscommissie.


HOOFDSTUK VIII.
Slotbepalingen


Art. 35.

Teneinde de betwistingen inzake de interpretatie en de uitvoering van dit samenwerkingsakkoord te beslechten, wordt een samenwerkingsgerecht opgericht samengesteld uit een vertegenwoordiger van elk Gewest, aangeduid door hun respectieve Regeringen.

 

De werkingskosten van het samenwerkingsgerecht worden ten laste genomen door elke Gewestregering overeenkomstig de verdeelsleutel gebruikt in artikel 16bis, § 1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.

 

De procedure voor dit rechtscollege wordt gevolgd conform de bepalingen terzake van de wet van 23 januari 1989 op het rechtscollege bedoeld bij artikel 92bis, §§ 5 en 6, en artikel 94, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.


Art. 36. Het samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval wordt opgeheven.

Art. 37.

Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking op 1 januari 2009.

 

Elk algemeen preventieplan in de zin van artikel 4 dat werd goedgekeurd en dat in uitvoering is op het ogenblik van de inwerkingtreding van huidig samenwerkingsakkoord, blijft van toepassing voor de gestelde termijn.

 

Elke erkenning van een organisme in de zin van artikel 10 die werd verleend vóór de inwerkingtreding van huidig samenwerkingsakkoord en die niet in overeenstemming is met de bepalingen van huidig samenwerkingsakkoord, zal worden aangepast overeenkomstig het artikel 26, § 1, 4°, en dit binnen een termijn van uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding, zoals bepaald in de eerste alinea van dit artikel.


BIJLAGE I.


VOORBEELDEN TER ILLUSTRATIE VAN DE CRITERIA MET BETREKKING TOT ARTIKEL 2, 1°.

Voorbeelden ter illustratie van criterium i)
Verpakking :

- Bonbondozen;
- Plasticfolie om een cd-doosje;
- Verzendzakjes voor catalogi en tijdschriften (met een catalogus of tijdschrift erin).

Papieren bakvormpjes voor muffins of andere kleine cakes, verkocht met een muffin of een andere kleine cake;

- Rollen, kokers en cilinders waarrond flexibel materiaal is gewikkeld (bijv. kunststoffolie, aluminium, papier), met uitzondering van rollen, kokers en cilinders die zijn bedoeld als onderdelen van productieapparaten en niet worden gebruikt om een product als verkoopeenheid te presenteren; 
- Bloempotten die alleen worden gebruikt voor de verkoop en het vervoer van planten en niet bedoeld zijn voor de hele levensduur van de plant; 
- Glazen flessen voor injectievloeistof; 
- Cd-spindels (verkocht met cd’s, niet bestemd voor opslag); 
- Kleerhangers (verkocht met een kledingstuk); 
- Luciferdoosjes;
- Steriele barrièresystemen (zakjes, schaaltjes en materialen die nodig zijn om een product steriel te houden); 
- Capsules voor dranksystemen (bijv. koffie, cacao, melk) die na gebruik leeg achterblijven;
- Navulbare stalen flessen voor diverse soorten gas, met uitzondering van brandblussers.

Geen verpakking

- Bloempotten die voor de hele levensduur van de plant zijn bedoeld;
- Gereedschapsdozen;
- Theezakjes;
- Waslagen om kaas;
- Velletjes rond worst;
- Kleerhangers (apart verkocht);
- Koffiecapsules voor dranksystemen, foliezakjes met koffie en koffiepads van filterpapier die samen met het gebruikte koffieproduct worden weggegooid;
- Printerpatronen;
- Cd-, dvd- en videodoosjes (verkocht met daarin een cd, een dvd of een video);
- Cd-spindels (verkocht zonder cd’s, bestemd voor de opslag);
- Oplosbare zakken voor detergenten;
- Graflichten (recipiënten voor kaarsen);
- Mechanische molen (geïntegreerd in een navulbaar recipiënt, bijv. navulbare pepermolen).

 

Voorbeelden ter illustratie van criterium ii)

Verpakking, indien ontworpen en bedoeld om op het verkooppunt te worden gevuld :

- Draagtassen van papier of kunststof;
- Wegwerpborden en -bekers;
- Krimpfolie;
- Broodzakjes;
- Aluminiumfolie;
- Kunststoffolie ter bescherming van gereinigde kleren in wasserijen.

Geen verpakking :

- Roerstaafjes; 
- Wegwerpbestek; 
- Inpakpapier (apart verkocht); 
- Papieren bakvormen voor grotere cakes en andere voedingsmiddelen (verkocht zonder inhoud);
- Papieren bakvormpjes voor muffins of andere kleine cakes, verkocht zonder inhoud.


Voorbeelden ter illustratie van criterium iii)
Verpakking :

- Labels die aan het product hangen of eraan bevestigd zijn.

Deel van de verpakking :

- Mascaraborstel die deel uitmaakt van de dop van een mascarahouder;
- Kleefetiketten die op een ander verpakkingsartikel bevestigd zijn;
- Nieten;
- Kunststoffolie;
- Sluitdoppen van detergentenverpakkingen die als doseringsdop dienen;
- Mechanische molen (geïntegreerd in een niet-navulbaar recipiënt, gevuld met een product, bijv. pepermolen gevuld met peper).

Geen verpakking :

- Radiofrequentie-identificatielabels (RFID)