METEN EN BEHEERSEN VAN FUGITIEVE VOS-EMISSIES

1° « fugitieve emissie » : emissie van vluchtige organische stoffen (exclusief methaan) door lekverliezen van apparaten en leiding(onderdelen);

2° « apparaten » : alle onderdelen van een inrichting (inclusief de randapparatuur van op- en overslaginstallaties) die fugitieve emissies kunnen veroorzaken. Het betreft onder meer :

a) spindeldoorvoeringen van afsluit- en regelorganen;
b) veiligheidskleppen die met de afblaas niet aangesloten zijn op een opvang- of verwerkingseenheid;
c) open - einden;
d) pompen, compressoren en roerwerken (asafdichting);
e) flenzen en andere verbindingen (inclusief flenzen en andere verbindingen van kleppen, pompen, compressoren, en roerwerken);
f) monsternamepunten;

3° « meetblok » : een verzameling apparaten die voorkomen in een duidelijk afgebakend onderdeel van de inrichting, zoals een productie-eenheid, een productstroom, een tankenpark...;

4° « meetwaarde » : het resultaat van een meting van een apparaat volgens de meetmethode van hoofdstuk II van bijlage 4.4.6;

5° « registratiecriterium » : concentratie die bepalend is voor opname van het apparaat in de inventaris; het registratiecriterium wordt vastgelegd op de bepalingslimiet, namelijk als de meetwaarde een concentratie van 9 ppm overschrijdt;

6° « lekkend apparaat » :

a) voor apparaten die in contact komen met product type 1 : een apparaat waarvan de meetwaarde een concentratie van 500 ppm overschrijdt;
b) voor apparaten die in contact komen met product type 2 : een apparaat waarvan de meetwaarde een concentratie van 1.000 ppm overschrijdt;

7° « herstelcriterium » : de meetwaarde vanaf wanneer het apparaat hersteld of vervangen moet worden;

8° “product type 1”:  product met een gemiddelde concentratie van 5 gew% of meer aan stoffen waaraan overeenkomstig de CLP-verordening , één of meer van de gevarenaanduidingen H340, H350, H350i, H360D of H360F zijn toegekend;

9° “product type 2”:  product met een gemiddelde concentratie van minder dan 5 gew% aan stoffen waaraan overeenkomstig de CLP-verordening , één of meer van de gevarenaanduidingen H340, H350, H350i, H360D of H360F zijn toegekend;”;

10° « steekproef » : het percentage van het totale aantal apparaten dat minstens jaarlijks gemeten moet worden;

11° « initiële steekproef » : steekproef die bij de start van het meet- en beheersprogramma toegepast moet worden zoals bepaald in hoofdstuk III van bijlage 4.4.6 van dit besluit;

12° « aangepaste steekproef » : steekproef die aangepast wordt afhankelijk van het aantal lekkende apparaten uit een vorige steekproef zoals bepaald in hoofdstuk III van bijlage 4.4.6 van dit besluit.