Art. 4.4.6.2.1.

1.

De exploitant past jaarlijks een meet- en beheersprogramma toe om de fugitieve emissies van de inrichting te bepalen en te beperken.

2.

Indien de inrichting opgedeeld wordt in meetblokken, wordt het meet- en beheersprogramma toegepast per individueel meetblok.

3.

Het meet- en beheersprogramma omvat alleen de in de inrichting aanwezige apparaten voor zover die in contact komen met :

1 gasvormige productstromen die bestaan uit meer dan 10 vol% organische stoffen (exclusief methaan) met een dampspanning groter dan 0,3 kPa bij 20 C;
2 vloeibare productstromen die bestaan uit organische stoffen waarvan de som van de concentraties van de individuele componenten (exclusief methaan), met een dampdruk groter dan 0,3 kPa bij 20 C, groter of gelijk is aan 20gew%.

4.

Het programma, vermeld in 1, bestaat uit de volgende onderdelen :

1 een beschrijving van de inrichting die bestaat uit :
a) een opdeling van de inrichting in meetblokken;
b) een kwantificering van het aantal apparaten per type zoals vermeld in hoofdstuk III van bijlage 4.4.6, op verifieerbare manier gedocumenteerd (bijvoorbeeld per processchema);
2 een inventaris van apparaten;
3 een meet- en herstelprogramma;
4 een berekening van de emissies;
5 een rapportering.