Art. 2.2.8.

1

De Vlaamse regering stelt een bijzondere regeling vast voor tijdelijke situaties van verhoogde luchtverontreiniging tengevolge van bijzondere meteorologische omstandigheden.

2

Deze bijzondere regeling omvat grenswaarden voor luchtverontreiniging waarvan de overschrijding naargelang van het geval aanleiding geeft tot het in werking stellen van de waarschuwingsfase of de alarmfase.

3

Gedurende de waarschuwingsfase worden de betrokken overheden en de exploitanten van belangrijke bronnen van verontreiniging in kennis gesteld van het feit dat afhankelijk van de verdere evolutie van de toestand in de nabije toekomst de alarmfase kan worden ingesteld.

4

Gedurende de alarmfase nemen de exploitanten en de daartoe bevoegde overheden, met betrekking tot de betekenisvolle bronnen van verontreiniging, de veiligheidsmaatregelen zoals die door de Vlaamse regering zijn bepaald met inachtneming van de ernst van de situatie.

5

De Vlaamse regering bepaalt tevens de wijze waarop het publiek wordt ingelicht en de maatregelen die ten opzichte van het publiek kunnen worden getroffen door de daartoe bevoegde overheden.