Art. 13.

1.

Provinciale en lokale toezichthouders moeten beschikken over een bekwaamheidsbewijs ‘toezichthouder milieuhandhaving’.


Provinciale toezichthouders geluid en lokale toezichthouders geluid moeten beschikken over een bekwaamheidsbewijs ‘toezichthouder geluid’.

2.

Om met toepassing van artikel 15 een bekwaamheidsbewijs ‘toezichthouder milieuhandhaving’ of een bekwaamheidsbewijs ‘toezichthouder geluid’ te kunnen verkrijgen, moeten de provinciale en lokale toezichthouders de volgende vier certificaten behalen door de opleidingen te volgen en te slagen voor de bekwaamheidsproeven:

1 het certificaat algemene beginselen milieuregelgeving;
2 het certificaat theorie en praktijk milieuhandhaving;
3 het certificaat communicatievaardigheden en conflictbeheersing;
4 het certificaat kijkstage.

In afwijking van het eerste lid hoeven de toezichthouders van de politiezones en de toezichthouders geluid van de politiezones het certificaat communicatievaardigheden en conflictbeheersing, vermeld in het eerste lid, 3, niet te behalen.

3.

De opleidingen die gericht zijn op het behalen van de certificaten, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, hebben de volgende leerdoelen:

1 opleiding algemene beginselen milieuregelgeving:
a) onderscheid kunnen maken tussen de verschillende regelgevende niveaus en die kunnen situeren;
b) de essentie van de toepasselijke regelgeving begrijpen;
c) de instanties en hun bevoegdheden kennen;
d) nuttige bronnen kunnen raadplegen;
2 opleiding theorie en praktijk milieuhandhaving:
a) goede kennis hebben van titel XVI van het decreet, van dit besluit en de toepassing ervan:
1) de eigen bevoegdheden kennen;
2) weten welke rechten en verplichtingen er zijn en die correct en verantwoord kunnen toepassen;
3) weten welke handhavingsinstrumenten er ter beschikking zijn en kunnen afwegen welke wanneer ingezet
moeten worden;
4) handhavingsdocumenten correct en volledig kunnen opstellen;
b) goede kennis hebben van de regelgeving waarvoor de toezichthouder bevoegd is:
1) de regelgeving begrijpen en kunnen interpreteren;
2) vergunningen begrijpen en kunnen interpreteren;
3) monsternemingen, metingen, beproevingen en analyses kunnen uitvoeren;
4) meetresultaten correct kunnen interpreteren en aftoetsen aan de juiste normen;
3 opleiding communicatievaardigheden en conflictbeheersing:
a) beschikken over de vereiste schriftelijke en mondelinge communicatievaardigheden;
b) praktijksituaties correct kunnen inschatten en beheersen;
c) conflicten kunnen hanteren;
4 opleiding kijkstage: inzicht hebben in de vereiste kennis, competenties en attitudes van een toezichthouder.

4.

Het aantal uren van de opleidingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, bedraagt voor de gemeentelijke toezichthouders en de intergemeentelijke toezichthouders:

1 algemene beginselen milieuregelgeving: 18 uur;
2 theorie en praktijk milieuhandhaving: 90 uur;
3 communicatievaardigheden en conflictbeheersing: 12 uur;
4 kijkstage: 12 uur.

5.

Het aantal uren van de opleidingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, bedraagt voor de toezichthouders van de politiezones:

1 algemene beginselen milieuregelgeving: 18 uur;
2 theorie en praktijk milieuhandhaving: 90 uur;
3 kijkstage: 12 uur.

6.

Het aantal uren van de opleidingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, bedraagt voor de provinciale toezichthouders milieuhandhaving:

1 algemene beginselen milieuregelgeving: 18 uur;
2 theorie en praktijk milieuhandhaving: 42 uur;
3 communicatievaardigheden en conflictbeheersing: 6 uur;
4 kijkstage: 6 uur.

7.

Het aantal uren van de opleidingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, bedraagt voor de provinciale toezichthouders geluid, de gemeentelijke toezichthouders geluid en de intergemeentelijke toezichthouders geluid:

1 algemene beginselen milieuregelgeving: 18 uur;
2 theorie en praktijk milieuhandhaving: 30 uur;
3 communicatievaardigheden en conflictbeheersing: 6 uur;
4 kijkstage: 6 uur.

8.

Het aantal uren van de opleidingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, bedraagt voor de toezichthouders geluid van de politiezones:

1 algemene beginselen milieuregelgeving: 18 uur;
2 theorie en praktijk milieuhandhaving: 30 uur;
3 kijkstage: 6 uur.

9.

Om een certificaat te behalen, moeten de cursisten na het volgen van de toepasselijke opleiding slagen voor de bekwaamheidsproef door ten minste 50% van de punten te behalen.