Art. 14.

§ 1.

De opleidingen, vermeld in artikel 13, § 2, eerste lid, mogen alleen gegeven worden door de instellingen die daartoe erkend zijn door de minister, na gemotiveerd advies van de afdeling, bevoegd voor erkenningen.

 

§ 2.

Met het oog op hun erkenning richten deze instellingen per brief een aanvraag tot de minister waarin ze aantonen dat ze :

over gekwalificeerde medewerkers beschikken die, hetzij houder zijn van een diploma van master in de ingenieurswetenschappen, master in de bio-ingenieurswetenschappen, master in de industriële wetenschappen of master in de wetenschappen en ten minste één jaar praktijkervaring hebben met de leerdoelen, vermeld in artikel 13, § 3, hetzij minstens vijf jaar praktijkervaring hebben met die leerdoelen;
over de nodige lokalen en materiële uitrusting beschikken.
over leerplannen beschikken die invulling geven aan de leerdoelen, vermeld in artikel 13, § 3;
over een evaluatiemethode beschikken waarbij wordt nagegaan in hoeverre de in de leerplannen geformuleerde doelstellingen met betrekking tot kennis en vaardigheden behaald zijn.

 

 

§ 2/1.

De instellingen, vermeld in paragraaf 1, moeten zich richten naar de instructies van de afdeling, bevoegd voor erkenningen.

 

§ 3.

Wijzigingen van de leerplannen en de evaluatiemethode, vermeld in paragraaf 2, punten 3° en 4°, worden voorafgaand ter goedkeuring voorgelegd aan de afdeling, bevoegd voor erkenningen.

 

De instellingen moeten zich onderwerpen aan de controle die wordt uitgevoerd door de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor erkenningen. Die personeelsleden worden uitgenodigd om de bekwaamheidsproef bij te wonen.

 

§ 4.

Als de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor erkenningen, vaststellen dat een erkende instelling niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in § 2, dan doen zij hiervan kennisgeving aan deze instelling. Als de instelling binnen dertig dagen na die kennisgeving niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in § 2, kan de minister, op gemotiveerd advies van de afdeling, bevoegd voor erkenningen, de erkenning opheffen.

 

§ 5.

De besluiten van de minister houdende erkenning of houdende opheffing van de erkenning van de instellingen worden bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

 

§ 6

De erkenning, vermeld in paragraaf 1, vervalt van rechtswege op de dag dat de instelling aan de minister de stopzetting van het gebruik van de erkenning meedeelt.