Onderafdeling I.
Bepaling


Art. 21.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 1°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving:

titel III, titel IV, titel V en titel XV van het decreet;
de wet Luchtverontreiniging;
Titel III, hoofdstuk 2 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid;
de wet Geluidshinder;
4°/1 de wet betreffende de schadelijke effecten en de hinder van niet-ioniserende stralingen, infrasonen en ultrasonen;
het Materialendecreet;
het Grondwaterdecreet;
het Milieuvergunningendecreet en het decreet betreffende de omgevingsvergunning;
[...]
Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen;
10° Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002
11° verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de persistente organische verontreinigde stoffen en tot wijziging van richtlijn 97/117/EEG;
12° verordening (EG) nr. 166/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de richtlijn 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad;
13° verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006;
14° verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen;
15° verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijn 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie;
16° verordening (EG) nr. 1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde afvalstoffen, vermeld in bijlage III of III A bij verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad, naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is;
17° het Mestdecreet [...]. 
18° het Oppervlaktedelfstoffendecreet [...]. 
19°  het decreet Diepe Ondergrond [...].
20° Verordening (EU) nr. 333/2011 van de raad van 31 maart 2011 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer bepaalde soorten metaalschroot niet langer als afval worden aangemerkt overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad. 
21° het Pesticidendecreet [...], als het van toepassing is op hinderlijke inrichtingen vermeld in artikel 5.2.1 van het decreet.
22° verordening EG nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik;
22°/1 verordening (EU) 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008;
23° verordening (EU) nr. 1179/2012 van de Commissie van 10 december 2012 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer kringloopglas overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt;
24° verordening (EU) nr. 715/2013 van de Commissie van 25 juli 2013 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer koperschroot overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt.
25° verordening (EG) nr. 1497/2007 van de Commissie van 18 december 2007 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) Nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van basisvoorschriften inzake controle op lekkage van stationaire brandbeveiligingssystemen die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevatten;
26° verordening (EG) nr. 1516/2007 van de Commissie van 19 december 2007 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van basisvoorschriften inzake controle op lekkage van stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevat;
27° verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn;
28° verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
29° verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG.

Art. 22.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 3°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving:

titel V, hoofdstuk 6, van het decreet [...], voor wat betreft de verplichtingen inzake erkenning als milieucoördinator en als opleidingscentrum voor milieucoördinatoren, en het gebruik van die erkenningen;
2°  hoofdstuk II - Milieucoördinatoren als vermeld titel III van het decreet.

Art. 23.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 3°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving en dat enkel op het vlak van de verplichtingen inzake erkenning van personen en het gebruik van de erkenning, met uitzondering van de verplichtingen, vermeld in artikel 22, artikel 26, § 1, derde lid, artikel 27, tweede lid, artikel 28/2 en artikel 29, 5° :

titel III, met uitzondering van hoofdstukken II en III, titel IV en titel V van het decreet;
de wet Luchtverontreiniging;
de wet Geluidshinder;
het Grondwaterdecreet;
[...]
Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen;
verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006.

Art. 23/1.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 3°/1, van dit besluit, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving:

het Milieuvergunningendecreet, het decreet betreffende de omgevingsvergunning en titel V van het decreet, wat het gevaar voor stabiliteitsproblemen betreft bij inrichtingen die vergund zijn in het kader van de subrubrieken 2.3.11, 18.1 en 18.7 van de indelingslijst en bij inrichtingen die vergund zijn in het kader van rubriek 60 van de indelingslijst als het een opvulling van een eerdere ontginning betreft, met uitzondering van de inrichtingen, vermeld in artikel 24, 1°, van dit besluit;
het Oppervlaktedelfstoffendecreet, met uitzondering wat betreft de verplichtingen, vermeld in artikel 24, 2°, van dit besluit.

 

 


Art. 24.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 4°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

het Milieuvergunningendecreet, het decreet betreffende de omgevingsvergunning en titel V van het decreet, wat het gevaar voor stabiliteitsproblemen betreft bij grindontginningen, die vergund zijn in het kader van de subrubriek 18.1 van de indelingslijst en bij inrichtingen die vergund zijn in het kader van rubriek 60 van de indelingslijst als het een opvulling van een eerdere grindontginning betreft;
het Oppervlaktedelfstoffendecreet wat betreft de verplichtingen voor de voortgangsrapporten, vermeld in artikel 24 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004 houdende regels tot uitvoering van het oppervlaktedelfstoffendecreet;
het decreet Diepe Ondergrond [...].

Art. 25.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12,5°, [...] oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

1°  titel XV van het decreet;
het Boswetboek; 
de Riviervisserijwet; 
de Jachtwet;
de Natuurbehoudswet; 
artikel 12, § 1, van het Materialendecreet voor wat betreft de ruimtelijk kwetsbare gebieden, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;
de CITES-wet; 
het Bosdecreet; 
het Jachtdecreet; 
10° het Natuurdecreet; 
11° [...]
12° Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer;
12°/1 Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer; 
12°/2 Verordening (EG) nr. 359/2009 van de Commissie van 30 april 2009 tot schorsing van het binnenbrengen in de Gemeenschap van specimens van bepaalde in het wild levende dier- en plantensoorten. 
13° Verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de gemeenschap en op het binnenbrengen in de gemeenschap van pelzen en producten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen.
14° het Pesticidendecreet [...] in speciale beschermingszones vermeld in artikel 36bis van het Natuurdecreet, de bermen langs wegen en spoorwegen en alle terreinen, inclusief de bermen op minder dan zes meter van het talud van het oppervlaktewater.
15° artikel 21 van het Mestdecreet, voor wat betreft de ruimtelijk kwetsbare gebieden, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en voor wat betreft de speciale beschermingszones afgebakend op grond van artikel 36bis van het Natuurdecreet.
16° verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten.
17° verordening (EU) nr. 511/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende voor gebruikers bestemde nalevingsmaatregelen uit het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit hun gebruik in de Unie;
18° artikel 1.3.2.2, §1, 1°, 2° en 3°, van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, voor wat betreft de ruimtelijk kwetsbare gebieden, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en voor wat betreft de speciale beschermingszones afgebakend op grond van artikel 36bis van het Natuurdecreet.

Art. 26.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 6°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving:

het Materialendecreet, wat de volgende aspecten betreft:
a) de inzameling en het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door de particulier, zoals dat door de gemeentelijke overheden georganiseerd wordt; 
b)  het verloop van de afvalstromen die onder de toepassing vallen van een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, met uitsluiting van het toezicht op de bepalingen ter uitvoering van titel V van het decreet en de bepalingen over het vervoer van of het inzamelen of handelen of makelen in afvalstoffen;
c) de bepalingen over afvalpreventie- en recyclagedoelstellingen waaronder de bepalingen over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, het opstellen van milieubeleidsovereenkomsten, en afvalpreventie- en afvalbeheerplannen voor bepaalde afvalstromen; 
d) de afgifte van scheepsafvalstoffen; 
e) de rapportering over geproduceerde, ingezamelde en verwerkte afvalstoffen in het kader van beleidsevaluatie; 
f) het afvalstoffen- en materialenregister; 
g) de naleving van sectorale uitvoeringsplannen als vermeld in artikel 18 van het Materialendecreet; 
h) de toepassing van artikel 12 van het Materialendecreet in het kader van het ambtshalve inzamelen, vervoeren en verwerken van afvalstoffen; 
het Bodemdecreet van 27 oktober 2006;  
titel V, hoofdstuk VI, van het decreet, wat betreft:  
a) de verplichtingen inzake de erkenning als laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen, en het gebruik van die erkenning; 
b) de verplichtingen inzake de erkenning als opleidingscentrum voor de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen, de erkenning als bodemsaneringsdeskundige en inzake de erkenning als laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bodemsanering, en het gebruik van die erkenningen; 
[...] het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend in Straatsburg op 9 september 1996.  

Art. 27. [...]

Art. 28.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 9°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

artikel 3.2.1 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 1 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 1 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
[...]
artikelen 1.3.2.2, 1.7.3.3 en 1.7.5.4 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 1 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen. 

 


Art. 28/1.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 9°/1 en artikel 12, 9°/3, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

titel III, hoofdstuk 2 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid
het Milieuvergunningendecreet, het decreet betreffende de omgevingsvergunning en titel V van het decreet, wat de oppervlaktewaterverontreiniging betreft;
3°  [...]
artikel 1.7.3.3. en 1.7.5.4. van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid

Art. 28/2.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 9°/2, van dit besluit, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens titel V, hoofdstuk VI, van het decreet, wat betreft de verplichtingen inzake de erkenning als boorbedrijf, en het gebruik van die erkenning.


Art. 29.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 10°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

het Mestdecreet [...];
het Materialendecreet, wat de aanwending van grondstoffen, als meststof, als bodemverbeterend middel of als bodem betreft;
Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002
Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, voor de in-, door- en uitvoer van dierlijke mest. 
titel V, hoofdstuk VI, van het decreet [...], wat betreft de verplichtingen inzake erkenning als laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bemesting, de discipline mest en de discipline diervoeder, en het gebruik van die erkenning.
artikel 5.9.2.1, 5.9.2.2, 5.9.2.3, 5.9.2.4, 5.9.8.5, 5.28.2.2 en 5.28.2.3 van titel II van het VLAREM.
artikel 1.3.2.2, §1, 1° en 3°, van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid

 


Art. 30.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 11°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

het Materialendecreet, wat betreft onderafdeling 5.2.3. « Medisch afval » van afdeling 5.2 van het VLAREMA;
het Milieuvergunningendecreet, het decreet betreffende de omgevingsvergunning en titel V van het decreet, wat betreft de gezondheidsaspecten bij inrichtingen van klasse 1 en 2 waarvoor de afdeling, bevoegd voor het toezicht volksgezondheid adviesbevoegdheid heeft volgens artikel 20 van titel I van het Vlarem of volgens artikel 37 van het Omgevingsvergunningenbesluit
[...]

Art. 31.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 12°, van dit besluit oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving:

artikel 3.2.1. van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de grachten en kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater langs de openbare wegen, en hun aanhorigheden;
artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de openbare wegen en hun aanhorigheden.

Art. 32.

De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 13°, 14°en 15° oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving:

artikel 3.2.1 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de bevaarbare waterlopen, de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden;
artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden;
artikelen 1.3.2.2, 1.7.3.3 en 1.7.5.4 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de bevaarbare waterlopen, de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden.

 


Art. 33.

§ 1.

De provinciale toezichthouders oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

artikel 3.2.1 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 2 en 3 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 2 en 3 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
[...]
artikelen 1.3.2.2, 1.7.3.3 en 1.7.5.4 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 2 en 3 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen. 
artikel 138 van het Bodemdecreet en titel III, hoofdstuk XIII, van het VLAREBO.

 

 

§ 2.

De provinciale toezichthouders geluid, vermeld in artikel 13, § 1, tweede lid, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

de wet Geluidshinder [...]; 
het Milieuvergunningendecreet, het decreet betreffende de omgevingsvergunningen titel V van het decreet, wat de geluidsaspecten betreft voor de inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 2 en 3.

 

Bij de inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 1, kunnen ze, binnen het kader van de milieuvoorschriften, vermeld in het eerste lid, wat de geluidsaspecten betreft, vaststellingen doen op basis van zintuiglijke waarneming en zaken onderzoeken als vermeld in artikel 16.3.14 van het decreet.


Art. 34.

§ 1.

De lokale toezichthouders oefenen, voor de inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 2 en 3, voor de niet-ingedeelde inrichtingen en voor de vrijevelddelicten, het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

titel III van het decreet;
de wet Luchtverontreiniging;
titel III, hoofdstuk 2, van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat de lozing van afvalwater en de opsporing van elke vorm van waterverontreiniging betreft;
de wet Geluidshinder;
artikel 11, 12, 13, 23, 25, § 1, artikel 39 en 40 van het Materialendecreet;
het Grondwaterdecreet;
het Milieuvergunningendecreet, het decreet betreffende de omgevingsvergunning en titel V van het decreet;
7°/1 het Mestdecreet [...]; 
[...]
8°/1: Hoofdstuk 6.3 van deel 6 van titel II van het VLAREM;
Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen;
10° Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002
11° verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de persistente organische verontreinigde stoffen en tot wijziging van richtlijn 97/117/EEG;
12° verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen.
13° het Pesticidendecreet [...]. 
14° verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006.
15° artikel 138 van het Bodemdecreet en titel III, hoofdstuk XIII, van het VLAREBO.

 

Bij de inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 1 kunnen zij, binnen het kader van de milieuvoorschriften, vermeld in het eerste lid, vaststellingen doen op basis van zintuiglijke waarneming en zaken onderzoeken als vermeld in artikel 16.3.14 van het decreet.

 

§ 2.

De in artikel 13, § 1, tweede lid, vermelde lokale toezichthouders geluid oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

1°  de wet Geluidshinder [...]; 
2°  het Milieuvergunningendecreet, het decreet betreffende de omgevingsvergunning en titel V van het decreet, wat de geluidsaspecten betreft voor de inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 2 en 3.

 

Bij de inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 1 [...], kunnen ze, binnen het kader van de milieuvoorschriften, vermeld in het eerste lid, wat de geluidsaspecten betreft, vaststellingen doen op basis van zintuiglijke waarneming en zaken onderzoeken als vermeld in artikel 16.3.14 van het decreet.