Art. 33.

§ 1.

De provinciale toezichthouders oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

artikel 3.2.1 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 2 en 3 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 2 en 3 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
[...]
artikelen 1.3.2.2, 1.7.3.3 en 1.7.5.4 van het gecoördineerd decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 2 en 3 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen. 
artikel 138 van het Bodemdecreet en titel III, hoofdstuk XIII, van het VLAREBO.

 

 

§ 2.

De provinciale toezichthouders geluid, vermeld in artikel 13, § 1, tweede lid, oefenen het toezicht uit op de toepassing van de milieuvoorschriften, vermeld in of vastgesteld krachtens de volgende regelgeving :

de wet Geluidshinder [...]; 
het Milieuvergunningendecreet, het decreet betreffende de omgevingsvergunningen titel V van het decreet, wat de geluidsaspecten betreft voor de inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 2 en 3.

 

Bij de inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 1, kunnen ze, binnen het kader van de milieuvoorschriften, vermeld in het eerste lid, wat de geluidsaspecten betreft, vaststellingen doen op basis van zintuiglijke waarneming en zaken onderzoeken als vermeld in artikel 16.3.14 van het decreet.