Art. 3.2.1.

§ 1

De exploitanten van inrichtingen of activiteiten van eerste klasse dienen een milieucoördinator aan te stellen.

 

De Vlaamse regering kan vrijstelling verlenen voor bepaalde categorieën van inrichtingen of activiteiten.

 

§ 2

De Vlaamse Regering wijst de inrichtingen of activiteiten van de tweede klasse aan waarvoor de exploitant een milieucoördinator moet aanstellen.

 

§ 3

De vergunningverlenende overheid kan exploitanten van niet in § 1 of § 2 bedoelde inrichtingen of activiteiten de verplichting opleggen een milieucoördinator aan te stellen indien de aard van de inrichting of activiteit, de aard van de milieueffecten die ervan uitgaan of de plaats waar ze gelegen is of uitgeoefend wordt, dit verantwoordt.

 

§ 4

De milieucoördinator kan een werknemer zijn van de exploitant of een persoon die geen werknemer is van de exploitant.

 

Wanneer dit geen afbreuk doet aan een goede taakvervulling kan, met instemming van de bevoegde afdeling, voor twee of meer inrichtingen of activiteiten gezamenlijk een milieucoördinator worden aangesteld of kan een beroep worden gedaan op de diensten van een persoon die geen werknemer is van de exploitant.

 

Dergelijke instemming is evenwel niet vereist wanneer het de aanstelling betreft van een milieucoördinator voor verschillende inrichtingen of activiteiten tegelijk die samen een bedrijfslocatie vormen onder controle van eenzelfde persoon of rechtspersoon. Deze instemming is evenmin vereist indien het de gezamenlijke aanstelling betreft van een persoon die erkend is als milieucoördinator. [...]

 

§ 5

Wanneer verschillende inrichtingen of activiteiten samen naar het oordeel van de vergunningverlenende overheid een milieutechnische eenheid vormen, kan zij de aanstelling van een gezamenlijke milieucoördinator verplicht stellen.

 

Het feit dat verschillende inrichtingen een verschillend eigendomsstatuut hebben, belet niet dat zij een milieutechnische eenheid vormen.

 

§ 6.

De instemming wordt verleend als voldaan is aan de voorwaarden die door de Vlaamse Regering zijn vastgesteld en die voorafgaand aan de instemmingsaanvraag zijn bekendgemaakt.

 

§ 7.

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de aanvraag, weigering of verlening en bekendmaking van de instemmingen. Op zijn verzoek wordt de aanvrager van een instemming gehoord door de door de Vlaamse Regering aangewezen overheid. De voormelde overheid kan eveneens de aanvrager horen.

 

§ 8.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat de instemming wordt geacht stilzwijgend te zijn verkregen als door de overheid geen beslissing aan de aanvrager wordt betekend binnen de door haar vastgestelde termijn.

 

De Vlaamse Regering kan daartoe alleen besluiten nadat ze tot de vaststelling is gekomen dat een belangenafweging door de overheid, vermeld in § 4, bij haar beslissingen over aanvragen tot instemming met de meervoudige aanstelling van milieucoördinatoren, niet in alle gevallen noodzakelijk is om dwingende reden van algemeen belang, met inbegrip van een rechtmatig belang van een derde partij.

 

§ 9.

De Vlaamse Regering kan voor het gebruik van de instemmingen gebruikseisen vaststellen.

 

§ 10.

Met behoud van de toepassing van de bepalingen van titel XVI kan de door de Vlaamse Regering aangewezen overheid de instemming schorsen of opheffen.

 

De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen tot schorsing of opheffing kan worden overgegaan. De exploitanten en de milieucoördinator worden gehoord op hun verzoek. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de bij schorsing of opheffing van de instemming te volgen procedure.

 

§ 11.

Een persoon die geen werknemer is van de exploitant en met toepassing van § 4 in twee of meer inrichtingen of activiteiten die samen geen milieutechnische eenheid vormen, als milieucoördinator wil worden aangesteld, moet voorafgaand aan de aanstelling als milieucoördinator zijn erkend.

 

Op de erkenning als milieucoördinator zijn de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6 van toepassing.