Hoofdstuk VII.
Meldings- en waarschuwingsplicht bij accidentele emissies en storingen.


Art. 3.7.1.

1

De exploitant van een inrichting of activiteit neemt de nodige maatregelen om in geval van accidentele emissies die verontreiniging kunnen veroorzaken :

- de bevoegde toezichthouder daarvan onverwijld in kennis te stellen;
- derden die ten gevolge van de emissie schade kunnen lijden onverwijld te waarschuwen met opgave van de maatregelen die zij kunnen treffen om het gevaar af te wenden dan wel te beperken; deze bepaling is evenwel niet van toepassing wanneer de voorschriften, vastgesteld door de federale overheid in het kader van de civiele bescherming, van toepassing zijn;
- de gevolgen voor mens en milieu zoveel mogelijk te beperken.

2

Als de emissie gevaar kan opleveren voor beschadiging van een afvalwaterzuiveringsinstallatie, waarschuwt de exploitant bovendien onmiddellijk de beheerder van de betrokken installatie.

3

Wanneer de zuiveringstechnische voorzieningen van een inrichting of activiteit wegens storing of enige andere oorzaak uitvallen, of wanneer om enige andere reden de emissie of immissienormen worden overschreden, stelt de exploitant de bevoegde toezichthouder daarvan onverwijld in kennis.