Hoofdstuk I.
Algemene bepalingen


Artikel 1.
Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet.

Art. 2.
Dit decreet heeft tot doel het behoud, de bescherming, [het beheer, het herstel van de bossen en van hun natuurlijk milieu en] de aanleg [...] van de bossen te regelen. Het is van toepassing zowel op de openbare bossen als op de privé-bossen.

Art. 3.

§ 1

Onder de voorschriften van dit decreet vallen:
de bossen, zijnde grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die één of meer functies vervullen.

§ 2

Onder de voorschriften van dit decreet vallen eveneens:
1.
de kaalvlakten, voorheen met bos bezet, die tot het bos blijven behoren;
2.
niet-beboste oppervlakten die nodig zijn voor het behoud van het bos, zoals de boswegen, de brandwegen, de aanpalende of binnen het bos gelegen stapelplaatsen, dienstterreinen en ambtswoningen;
3.
bestendig bosvrije oppervlakten of stroken en recreatieve uitrustingen binnen het bos;
4.
de aanplantingen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de houtvoortbrengst, onder meer die van populier en wilg[, uitgezonderd de korte-omloop-houtteelt waarvan de aanplant plaatsgevonden heeft op gronden die op dat ogenblik gelegen zijn buiten de ruimtelijk kwetsbare gebieden [zoals bepaald in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.];]
5.
de grienden.

§ 3

Onder de voorschriften van dit decreet vallen niet:
1.
de fruitboomgaarden en fruitaanplantingen;
2.
de tuinen, plantsoenen en parken;
3.
de lijnbeplantingen en houtkanten, onder meer langs wegen, rivieren en kanalen;
4.
de boom- en sierstruikkwekerijen en arboreta die buiten het bos zijn gelegen;
5.
de sierbeplantingen;
6.
[de aanplantingen met naaldbomen die uitsluitend bestemd zijn voor de verkoop als kerstboom. Een aanplanting wordt geacht niet langer aan deze voorwaarde te voldoen wanneer de gemiddelde hoogte van het bestand 4 meter heeft bereikt;]
7.
alle tijdelijke aanplantingen met houtachtige gewassen in uitvoering van de verordeningen van de Europese Gemeenschap voor wat betreft het uit produktie nemen van bouwland;
8.
[de wissenteelt waarvan de bovengrondse massa periodiek tot maximaal drie jaar na de aanplanting of na de vorige oogst, in zijn totaliteit wordt geoogst.]
9.
[[systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond, toegepast op een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwer, exploitatie en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en het landbouwbeleid en waarvan de aanmelding via de verzamelaanvraag en het aanplanten van de bomen gebeurde na het inwerking treden van het decreet van 20 april 2012 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur.]]

Art. 4.
In de zin van dit decreet wordt verstaan onder:
1.
[aangestelde: elk personeelslid van het Agentschap voor Natuur en Bos met een technische, administratieve of bewakingsopdracht;]
1bis.
[administratieve overheden: het Vlaamse Gewest, de openbare instellingen die ervan afhangen, de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke instellingen die belast zijn met taken van openbaar nut en de andere besturen die onderworpen zijn aan het administratief toezicht van het Vlaamse Gewest;]
1ter
[Agentschap: het Agentschap voor Natuur en Bos;]
2.
[ambtenaar: elk personeelslid van het Agentschap voor Natuur en Bos behorende tot het niveau A. [...];]
2bis.
[autochtone boom- of struiksoort: boom- of struiksoort die, sinds zijn spontane vestiging na de laatste ijstijd, zich ter plaatse altijd slechts natuurlijk heeft verjongd of kunstmatig verjongd is met strikt lokaal uitgangsmateriaal;]
3.
[bebossing: bezetting met bomen of houtachtige struikvegetaties, door menselijke ingreep of spontaan, van een oppervlakte die daardoor onder het toepassingsgebied van dit decreet komt te vallen;]
4.
beheersplan: document met het geheel van maatregelen om de functievervulling van een bos te verwezenlijken, uitgaande van de bestaande toestand, de vooruitzichten en de nagestreefde doelstellingen [en dat is vastgesteld met toepassing van dit decreet of met toepassing van artikel 16octies, § 2, van het Decreet Natuurbehoud];
5.
bestand: het kleinste onderdeel van het bos waarop een afzonderlijk [aangepast beheer] wordt toegepast;
5bis.
[bijzondere wachter: wachter aangesteld door bijzondere personen en gelijkgesteld met de veldwachters zoals bedoeld in artikel 61 van het Veldwetboek;]
6.
[...];
6bis.
[bosbeheerders: de boseigenaar of mede-eigenaar, de houder van andere zakelijk rechten of de houder van een persoonlijk recht aan wie het beheer van het bos toekomt;]
7.
[...];
8.
[bosgroep: een bosgroep zoals vermeld in artikel 54bis van decreet Natuurbehoud;]
9.
[...]
9bis.
[het Decreet Natuurbehoud: het decreet van 21 oktober 1997 inzake het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;]
10.
domeinbos: openbaar bos waarvan het volledige beheer werd toevertrouwd aan het [Agentschap];
11.
[herbebossing: bezetting met bomen of houtachtige struikvegetaties, door menselijke ingreep of spontaan, van een oppervlakte die reeds onder de toepassing van dit decreet viel;]
11bis.
[inheemse boom- of struiksoort: boom- of struiksoort, die van nature voorkomt in een bepaalde streek of regio;]
12.
[kaalslag: het kappen van het bosbestand zonder aan de grond een ander gebruik te geven;]
13.
[...];
14.
[...];
14bis.
[kavel: een bestand, deel van een bestand of een groep bestanden waarin de bomen al dan niet geveld en/of andere bosproducten dan hout te koop worden aangeboden;
14bis1.
[korte-omloop-houtteelt: teelt van snelgroeiende houtachtige gewassen waarbij de bovengrondse biomassa periodiek tot maximaal 8 jaar na de aanplanting of na de vorige oogst, in zijn totaliteit wordt geoogst;]
14ter.
lot: vastgelegde en gemerkte hoeveelheid te vellen of gevelde bomen in één of meerdere kavels, of opgestapeld in het bos, die gezamenlijk te koop worden aangeboden;
14quater.
natuurvereniging: erkende terreinbeherende vereniging, zoals bedoeld in artikel 2, 16° van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;]
15.
[ontbossen: iedere handeling waardoor een bos geheel of gedeeltelijk verdwijnt en aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven;]
16.
openbaar bos: elk bos waarvan een publiekrechtelijk rechtspersoon eigenaar of medeëigenaar is;
16bis
[pesticiden:
een gewasbeschermingsmiddel zoals omschreven in verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
een biocide zoals omschreven in richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden, waarin biociden gedefinieerd worden als werkzame stoffen en preparaten die, in de vorm waarin ze aan de gebruiker worden geleverd, een of meer werkzame stoffen bevatten en bestemd zijn om een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op een andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden;
]
17.
privé-bos: elk bos waarvan [uitsluitend] natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen eigenaar zijn;
18.
[...];
19.
[MiNa-Raad: de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen zoals opgericht bij artikel 11.1.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;]
20.
rooiing: het verwijderen van bomen en houtachtige gewassen, met inbegrip van hun wortelstelsel;
21.
[vertegenwoordiger van de bosgroep: afgevaardigde aangewezen door de Raad van Bestuur van de bosgroep;
22.
[...]]

Art. 4bis.
[...]