Art. 4.
In de zin van dit decreet wordt verstaan onder:
1.
[aangestelde: elk personeelslid van het Agentschap voor Natuur en Bos met een technische, administratieve of bewakingsopdracht;]
1bis.
[administratieve overheden: het Vlaamse Gewest, de openbare instellingen die ervan afhangen, de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke instellingen die belast zijn met taken van openbaar nut en de andere besturen die onderworpen zijn aan het administratief toezicht van het Vlaamse Gewest;]
1ter
[Agentschap: het Agentschap voor Natuur en Bos;]
2.
[ambtenaar: elk personeelslid van het Agentschap voor Natuur en Bos behorende tot het niveau A. [...];]
2bis.
[autochtone boom- of struiksoort: boom- of struiksoort die, sinds zijn spontane vestiging na de laatste ijstijd, zich ter plaatse altijd slechts natuurlijk heeft verjongd of kunstmatig verjongd is met strikt lokaal uitgangsmateriaal;]
3.
[bebossing: bezetting met bomen of houtachtige struikvegetaties, door menselijke ingreep of spontaan, van een oppervlakte die daardoor onder het toepassingsgebied van dit decreet komt te vallen;]
4.
beheersplan: document met het geheel van maatregelen om de functievervulling van een bos te verwezenlijken, uitgaande van de bestaande toestand, de vooruitzichten en de nagestreefde doelstellingen [en dat is vastgesteld met toepassing van dit decreet of met toepassing van artikel 16octies, § 2, van het Decreet Natuurbehoud];
5.
bestand: het kleinste onderdeel van het bos waarop een afzonderlijk [aangepast beheer] wordt toegepast;
5bis.
[bijzondere wachter: wachter aangesteld door bijzondere personen en gelijkgesteld met de veldwachters zoals bedoeld in artikel 61 van het Veldwetboek;]
6.
[...];
6bis.
[bosbeheerders: de boseigenaar of mede-eigenaar, de houder van andere zakelijk rechten of de houder van een persoonlijk recht aan wie het beheer van het bos toekomt;]
7.
[...];
8.
[bosgroep: een bosgroep zoals vermeld in artikel 54bis van decreet Natuurbehoud;]
9.
[...]
9bis.
[het Decreet Natuurbehoud: het decreet van 21 oktober 1997 inzake het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;]
10.
domeinbos: openbaar bos waarvan het volledige beheer werd toevertrouwd aan het [Agentschap];
11.
[herbebossing: bezetting met bomen of houtachtige struikvegetaties, door menselijke ingreep of spontaan, van een oppervlakte die reeds onder de toepassing van dit decreet viel;]
11bis.
[inheemse boom- of struiksoort: boom- of struiksoort, die van nature voorkomt in een bepaalde streek of regio;]
12.
[kaalslag: het kappen van het bosbestand zonder aan de grond een ander gebruik te geven;]
13.
[...];
14.
[...];
14bis.
[kavel: een bestand, deel van een bestand of een groep bestanden waarin de bomen al dan niet geveld en/of andere bosproducten dan hout te koop worden aangeboden;
14bis1.
[korte-omloop-houtteelt: teelt van snelgroeiende houtachtige gewassen waarbij de bovengrondse biomassa periodiek tot maximaal 8 jaar na de aanplanting of na de vorige oogst, in zijn totaliteit wordt geoogst;]
14ter.
lot: vastgelegde en gemerkte hoeveelheid te vellen of gevelde bomen in één of meerdere kavels, of opgestapeld in het bos, die gezamenlijk te koop worden aangeboden;
14quater.
natuurvereniging: erkende terreinbeherende vereniging, zoals bedoeld in artikel 2, 16° van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;]
15.
[ontbossen: iedere handeling waardoor een bos geheel of gedeeltelijk verdwijnt en aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven;]
16.
openbaar bos: elk bos waarvan een publiekrechtelijk rechtspersoon eigenaar of medeëigenaar is;
16bis
[pesticiden:
een gewasbeschermingsmiddel zoals omschreven in verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
een biocide zoals omschreven in richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden, waarin biociden gedefinieerd worden als werkzame stoffen en preparaten die, in de vorm waarin ze aan de gebruiker worden geleverd, een of meer werkzame stoffen bevatten en bestemd zijn om een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op een andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden;
]
17.
privé-bos: elk bos waarvan [uitsluitend] natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen eigenaar zijn;
18.
[...];
19.
[MiNa-Raad: de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen zoals opgericht bij artikel 11.1.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;]
20.
rooiing: het verwijderen van bomen en houtachtige gewassen, met inbegrip van hun wortelstelsel;
21.
[vertegenwoordiger van de bosgroep: afgevaardigde aangewezen door de Raad van Bestuur van de bosgroep;
22.
[...]]