Hoofdstuk II.
De bosfuncties


Art. 5.
Het bos kan gelijktijdig verschillende functies vervullen, onder meer economische, sociale, educatieve, wetenschappelijke, ecologische, [organismebeschermende] evenals [milieubeschermende functies].

Art. 6.
[[De Vlaamse regering stelt langetermijnplannen vast, na advies van de MiNa-Raad.
Het agentschap voor Natuur en Bos bereidt de plannen voor die uitvoering geven aan deze langetermijnplannen. De Vlaamse regering stelt deze uitvoeringsplannen vast. Zij houdt daarbij rekening met de ruimtelijke plannen, het ruimtelijk beleid, en het algemeen milieu- en natuurbeleid.]
De langetermijnplannen en de uitvoeringsplannen worden voor zij worden goedgekeurd door de Vlaamse regering, meegedeeld aan het Vlaams Parlement.]

Art. 6bis.
In uitvoering van de in artikel 6 voorziene uitvoeringsplannen, kan de Vlaamse regering ondersteunende maatregelen nemen ter bevordering van de gebiedsgerichte uitbreiding van het bosareaal die gericht is op duurzaam bosbeheer. Daartoe kan het Vlaamse Gewest, op voorstel van het [Agentschap], onder meer overeenkomsten afsluiten met gemeenten, provincies en andere openbare besturen om bebossingprojecten voor te bereiden en uit te voeren.
De Vlaamse regering neemt de nodige maatregelen om zoveel mogelijk doelgroepen te betrekken bij de voorbereiding en bij de uitvoering van deze bebossingprojecten, om het draagvlak van die projecten te vergroten.]

Art. 7.
[Om beter te voldoen aan de aan het bos toebedeelde functies kan de Vlaamse regering, [na advies van de MiNa-Raad], volgens de voorwaarden en de normen die ze zelf bepaalt, de uitvoeringsmaatregelen die overeenkomstig dit decreet worden genomen, afstemmen op de door het natuurbeleid en/of ruimtelijk beleid vooropgestelde gebiedscategorieŽn evenals op de gebiedsgerichte werking van andere beleidssectoren zoals, onder meer, het algemene milieubeleid en de werkgelegenheid.]

Afdeling I.
De economische functie


Art. 8.
Een bos heeft een economische functie als vermeld in artikel†12quinquies van het decreet Natuurbehoud.

Art. 9.

ß 1

Het [Agentschap] is belast met het vastleggen van het na te streven voorraadpeil en van het jaarlijks gemiddeld kapquantum in alle openbare bossen en dit in overeenstemming met de lange-termijnplanning bepaald in artikel 6.

ß 2

Elke overschrijding van het in het beheersplan vastgelegd kapquantum, ongeacht deze overschrijding het gevolg is van een vergissing, verleende machtiging, inbreuk, ongeoorloofde toeŽigening of een geval van overmacht, dient te worden gecompenseerd door het uitvoeren van kappingen beneden het peil dat werd bepaald, om de voorraad opnieuw op een behoorlijk peil te brengen.
Met dit doel zal een aanvulling van het beheersplan worden opgesteld en dit binnen het jaar na de overschrijding [...].
De aanvullingen van het beheersplan zijn aan dezelfde bepalingen inzake uitwerking, goedkeuring en uitvoering onderworpen als die welke voor het beheersplan zelf gelden.

Afdeling II.
De sociale en educatieve functie


Art. 10.
Een bos heeft een sociale en educatieve functie als vermeld in artikel†12sexies van het decreet Natuurbehoud.

Art. 11.
[...]

Art. 12.
De toegankelijkheid van een bos wordt geregeld met toepassing van artikel†12septies, 12octies en 12novies van het decreet Natuurbehoud.

Art. 13.
[...]

Art. 13bis.
[De erfbelasting die] verschuldigd zou zijn geweest over het bij toepassing van [artikel†2.7.6.0.3 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13†december 2013] vrijgesteld bedrag, wordt geacht als subsidie te zijn verleend. De subsidie wordt geacht te zijn verleend gedurende 30 jaar ŗ rato van 1/30 per jaar, te rekenen van het openvallen van de nalatenschap waarvoor de vrijstelling werd bekomen.
Deze subsidie wordt geacht te zijn toegekend onder de volgende voorwaarden die moeten vervuld worden gedurende de in het eerste lid vermelde termijn van 30 jaar:
1)
de goederen moeten hun aard van bos, zoals bedoeld in artikel 3 van dit decreet, blijven behouden;
2)
de goederen moeten blijven voldoen aan de voorwaarden gesteld [in artikel†2.7.6.0.3, tweede lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13†december 2013];
3)
het effectief gevoerde beheer moet overeenstemmen met het goedgekeurde beheersplan.
Bij niet-naleving van deze voorwaarden is de eigenaar of vruchtgebruiker van het bos gehouden tot terugbetaling van de subsidie voor de resterende duur van de periode waarvoor ze geacht wordt te zijn toegekend. De rechtsvoorganger van de eigenaar of vruchtgebruiker is gehouden de eigenaar of vruchtgebruiker schadeloos te stellen voor de terugbetaling van de subsidie, indien hij nagelaten heeft zijn rechtsopvolger op de in het vierde lid bepaalde wijze kennis te geven van het bestaan van de subsidie. Een tot schadeloosstelling gehouden persoon heeft op zijn beurt verhaal op zijn rechtsvoorganger, indien laatstbedoelde nagelaten heeft eerstbedoelde op de in het vierde lid bepaalde wijze kennis te geven van het bestaan van de subsidie. Het tweede en derde lid van artikel 13 zijn op deze subsidie van toepassing.
De genieter van het voordeel van de vrijstelling is gehouden in de akte van overdracht van de eigendom of het vruchtgebruik van het bos de verkrijger in te lichten over het bestaan van deze subsidie, met verwijzing naar onderhavig artikel. Iedere verkrijger is op zijn beurt gehouden een verdere verkrijger op dezelfde wijze in te lichten.]

Art. 14.
[...]

Art. 15.
[...]

Afdeling III.
De milieubeschermende functie


Art. 16.
Een bos heeft een milieubeschermende functie als vermeld in artikel†12ter van het decreet Natuurbehoud.

Art. 17.
[...]

Afdeling IV.
De ecologische functie


Art. 18.
De zorg voor de ecologische functie van een bos moet worden begrepen overeenkomstig artikel†12quater van het decreet Natuurbehoud.

Art. 19.
[...]

Art. 19bis.
[...]

Art. 20.
Onverminderd [de verbodsbepalingen opgenomen in wetten, decreten, reglementen en de ontheffingen opgenomen in het beheersplan] is het zonder machtiging van het [Agentschap], in de openbare bossen verboden:
1.
planten of onderdelen van planten te verwijderen;
2.
opgravingen of extracties van materiaal uit de bodem of uit de ondergrond te verrichten;
3.
werkzaamheden uit te voeren die niet in het beheersplan zijn opgenomen en die van aard zijn wijzigingen aan te brengen in de mineralogische en paleontologische sites, de archeologische grondvesten, het landschap, het reliŽf, de natuurlijke [waterhuishouding], de bodemvruchtbaarheid, de zuiverheid en het regime van de waterlopen, de vegetatie en de inheemse [organismen];
4.
dieren en planten te introduceren;
5.
vuur te maken behalve wanneer zulks nodig is als beheersmaatregel, als fytosanitaire maatregel bij wet verplicht of als onderdeel van een wetenschappelijk experiment:
6.
bronnen, veen- of turflagen te wijzigen;
7.
dieren en planten te verdelgen, dieren te verplaatsen of te vangen, hun jongen, eieren, nesten of schuilplaatsen te storen;
8.
[[pesticiden] te gebruiken;
9.
meststoffen te gebruiken, behalve het opbrengen van stalmest in het kader van de bemesting van de plantput bij bosaanplanting.]
[Overeenkomstig artikel†6.4.4, ߆3, van het decreet van 12†juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed.]

Art. 21.
De Vlaamse regering kan in alle bossen het gebruik van [pesticiden] regelen.
[...]

Afdeling V.


Art. 22.
[...]

Art. 23.
[...]

Art. 24.
[...]

Art. 25.
[...]

Art. 26.
[...]

Art. 27.
[...]

Art. 28.
[...]

Art. 29.
[...]

Art. 30.
[...]