Art. 31.

[§ 1]

De toepassing van [dit decreet] op alle bossen en het toezicht op het beheer behoren tot de opdrachten van het [Agentschap], behoudens andersluidende beslissing van de Vlaamse regering.

[§ 2

Volgens de voorwaarden door de Vlaamse regering vast te leggen, kunnen personeelsleden van de administratieve overheden specifieke taken met betrekking tot het beheer en/of toezicht op bossen in uitvoering van dit decreet uitoefenen.
Zij volgen, wat de in het eerste lid vermelde opdrachten betreft, de algemene richtlijnen van het [Agentschap]. In die hoedanigheid worden zij buitengewone leden van het [Agentschap] genoemd.
]

[§ 3 [

Met uitzondering van domeinbossen en bossen gelegen in speciale beschermingszones, kan de Vlaamse Regering voor privébossen en openbare bossen, die gelegen zijn in zones met de bestemming woongebied, industriegebied, dienstverleningsgebied, gebied voor verblijfsrecreatie of een met voormelde gebieden gelijk te stellen bestemming, volgens de geldende plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen die overeenkomstig de wetgeving op de ruimtelijke ordening werden opgemaakt en in goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, volgens de nadere regels die ze zelf bepaalt, op verzoek van de gemeente de bevoegdheid van het Agentschap met betrekking tot artikelen 43, 44, 81, 83, 90, 91, 94 tot en met 97, 99, 104 tot en met 106 van dit decreet toewijzen aan de gemeente, op wiens grondgebied voormelde bossen gelegen zijn.
]]