Hoofdstuk VI.
Bijzondere bepalingen betreffende de openbare bossen


Afdeling I.
Algemeen


Art. 48.
[Om de bescherming, de ontwikkeling, het herstel, het behoud en de uitbreiding van het bosareaal te garanderen, kan de Vlaamse Regering onder de voorwaarden die ze zelf bepaalt, subsidies verlenen aan publiekrechtelijke rechtspersonen die eigenaar zijn van een openbaar bos of die een openbaar bos wensen aan te leggen.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de wijze van toekenning van genoemde subsidies, binnen de perken van de begrotingskredieten. [Voor zover het gaat om kapitaalsubsidies gericht op uitbreiding of ontwikkeling van het bosareaal, worden deze toegekend met het oog op bebossingen:
op percelen die gelegen zijn in gebieden aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen en sorterend onder de categorie van gebiedsaanduiding “bos”, “overig groen” of “reservaat en natuur”. Een bestemmingsvoorschrift van een plan van aanleg is alleszins vergelijkbaar met een categorie van gebiedsaanduiding, indien deze concordantie vermeld wordt in de tabel, opgenomen in artikel 7.4.13, eerste lid, van het Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of in de concordantielijst, bepaald krachtens voornoemd artikel 7.4.13, tweede lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
op percelen gelegen in een speciale beschermingszone zoals vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, voor zover de bebossing nodig is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen.
]
[Als de subsidie betrekking heeft op de aankoop van te bebossen percelen, kan ze maximaal 60 % van de aankoopsom bedragen of 80 % van de aankoopsom voor gronden in de gebiedsaanduiding “bos” en “reservaat en natuur”, tot maximaal 3,5 euro per vierkante meter. De subsidie kan gecumuleerd worden met subsidies van andere overheden, maar de gecumuleerde subsidies mogen niet meer bedragen dan 60 % van de aankoopsom of 80 % van de aankoopsom voor gronden in de gebiedsaanduiding “bos” en “reservaat en natuur”]
Indien de voorwaarden, die aan de subsidies verbonden werden, niet werden nageleefd, kan de subsidie teruggevorderd worden en toegewezen aan het Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur. Wanneer de teruggevorderde subsidie afkomstig is uit het Fonds voor de compenserende bebossing zoals bedoeld in artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt zij toegewezen aan dat Fonds.]

Art. 49.
De Vlaamse regering bepaalt het aandeel van de eigenaars van openbaar bos in de beheers- en bewakingskosten.

Art. 49bis.
Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden die eigendom zijn van publiekrechtelijke rechtspersonen en die gelegen zijn in agrarisch gebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.

Art. 50.
Met uitzondering van de kappingen bedoeld in artikel 55, § 2, punt 3 mag een kapping in andere dan domeinbossen die niet is opgenomen in het beheersplan slechts worden uitgevoerd en mag de verkoop of de exploitatie van het hout boven de door het beheersplan bepaalde gewone of bijkomende kappingen alleen plaatshebben met de machtiging van het [Agentschap].
[Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed.]
[Beroep tegen de beslissing van het Agentschap kan worden ingesteld overeenkomstig artikel 43.]
Bij overtreding van het bepaalde in het eerste lid, is de verkoop nietig. De kopers hebben een recht van verhaal tegen diegenen die zonder toestemming van [het [Agentschap]], de kappingen bevolen of toegelaten hebben.
[De Vlaamse Regering kan de kappingen bepalen die door hun geringe impact vrijgesteld worden van machtiging.]

Art. 51.
In de openbare bossen mogen geen gebruiksrechten, van welke aard ook worden verleend, behoudens machtiging van de Vlaamse regering.
Rechtshandelingen waarbij dergelijke rechten verleend worden zonder machtiging van de Vlaamse regering, zijn nietig.

Art. 52.
Het merk van de hamers waarvan de [door het hoofd van het Agentschap aangewezen personen] gebruik maken voor het merken van delicthout en windworp enerzijds, en voor het hameren of merken van te sparen of te kappen hout anderzijds, wordt neergelegd bij de rechtbanken van het ambtsgebied.
Het merk van de hamers, waarvan de [aangestelden] voorzien zijn, wordt neergelegd op de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg en van de Hoven van Beroep van het ambtsgebied.
Het merk van de bijzondere hamer, waarvan de [aangewezen ambtenaar] houder is, wordt neergelegd op de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg en van de Hoven van Beroep van het ambtsgebied.

Art. 53.
De eigenaar beslist of het hout bestemd is voor eigen gebruik, dan wel of het openbaar verkocht wordt volgens de bepalingen vervat in artikel 55.

Afdeling II.
Verkopingen


Art. 54.
De Vlaamse regering [...] bepaalt de werkwijze en de voorwaarden die moeten gevolgd worden bij de openbare verkopingen van hout en van andere bosprodukten [...] waarbij eigenaars van openbaar bos betrokken zijn.

Art. 55.

§ 1

Het hout bestemd voor de verkoop wordt openbaar verkocht.
Dag, uur en plaats worden tenminste veertien dagen tevoren aangekondigd [...] via publikatie in vakbladen en door andere gebruikelijke vormen van bekendmaking.
Elke verkoop die niet aan de gestelde voorwaarden voldoet is nietig.

§ 2

De Vlaamse regering bepaalt bij besluit de voorwaarden waarin, in de hierna opgesomde gevallen, uitzonderlijk een verkoop uit de hand toegelaten is:
1.
voor de [loten] waarvoor geen voldoende aanbod werd verkregen bij twee openbare verkopingen, die georganiseerd werden volgens de in § 1 hiervoor voorgeschreven procedure;
2.
voor de windworp in de reeds toegewezen [kavel]; deze windworp wordt in de eerste plaats aangeboden aan de kopers van de [loten];
3.
voor de bomen die dringend geëxploiteerd moeten worden om sanitaire of veiligheidsredenen;
4.
voor het delicthout;
5.
voor de bosprodukten andere dan het hout;
6.
voor de [loten] van gering belang.
De prijzen van de verkoop uit de hand in de [domeinbossen] worden vastgesteld door de Vlaamse regering of haar afgevaardigde. [Voor de anderen openbare bossen worden deze prijzen vastgesteld door de eigenaar, op voorstel van het [Agentschap].]
[...]
[...]

Art. 56.
[De openbare verkoping van hout en andere bosproducten uit de domeinbossen wordt georganiseerd en voorgezeten door het [Agentschap]. Op vraag van het openbaar bestuur of van een erkende bosgroep, overeenkomstig artikel 41ter, kan een afgevaardigde van het [Agentschap] als voorzitter optreden van de openbare verkoping van hout en andere bosproducten uit bossen van deze openbare boseigenaars of van bosbeheerders die lid zijn van deze erkende bosgroep.
Op vraag van het [Agentschap] of van andere openbare boseigenaars, kan de medewerking van de erkende bosgroep ingeroepen worden voor de organisatie van de houtverkoping, wat het hout uit deze openbare bossen betreft.]
Alle in de loop van de openbare verkoping gerezen geschillen over de geldigheid van een op- of afbod of van de inschrijvingen, alsmede over de solvabiliteit van de kandidaat-koper en borgen worden onmiddellijk beslecht door de Voorzitter van de openbare verkoping.

Art. 57.
Iedere koper moet, op het ogenblik van de koop, de in de verkoopsvoorwaarden voorgeschreven borgen en betalingswaarborgen stellen [...]. [Met uitzondering van kopen van gering belang, waarvan het maximumbedrag door de Vlaamse regering wordt vastgesteld, stelt de koper vóór de sluiting van de zitting een betalingswaarborg die de gehele aankoopsom dekt, wat ook de betalingswijze is, om aan de financiële en contractuele verplichtingen te voldoen.]
De koper die aan de verplichting van [borg en betalingswaarborg] niet voldoet, verliest zijn recht op het gekochte; er wordt onmiddellijk tot een nieuwe verkoop overgegaan.
De koper die aldus zijn recht heeft verloren, is verplicht het verschil te betalen tussen zijn prijs en de eventuele lagere prijs van het nieuwe bod; als de nieuwe prijs hoger is dan zijn prijs, kan hij het verschil niet opeisen.
[...]

Art. 58.
Een eventuele commandsverklaring moet onmiddellijk na de toewijzing bekend worden gemaakt.

Art. 59.
In de bossen waarin onverdeelde rechten bestaan ontvangt iedere medeëigenaar, na aftrek van de opmetings- en exploitatiekosten, zijn deel van de opbrengst van de verkopen.
In dit geval komen de beheers- en bewakingskosten ten laste van alle medeëigenaars in verhouding tot hun rechten.

Art. 60.
In geval van onverdeeldheid tussen de Staat, de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest en andere eigenaars van openbaar bos en indien er geen bijzondere overeenkomst bestaat, waarin bepaald wordt dat een afhouding op de opbrengst van de verkopen bestemd moet worden voor het Fonds voor Preventie en Sanering inzake milieu en natuur en aangewend voor beheer en onderhoud van de bossen, dient voor elke verdeling een afhouding te geschieden voor het beheer en het onderhoud van de bossen onder voorwaarden bepaald door de Vlaamse regering.

Art. 61.
[De verkopen in de openbare bossen, andere dan de domeinbossen, geschieden door de zorg van de eigenaar, in aanwezigheid van het [Agentschap] en met inachtneming van artikel 54.]

Afdeling III.
Exploitatie


Art. 62.
De koper mag het kappen niet beginnen zonder een voorafgaandelijke schriftelijke kapvergunning van de [aangewezen ambtenaar][...].
De Vlaamse regering bepaalt de vorm van de kapvergunning en de wijze waarop ze wordt afgeleverd.

Art. 63.
De koper moet alle te sparen bomen kunnen aanwijzen en is verplicht alle voorbehouden bomen, op welke manier ook aangewezen, onaangeroerd te laten [...].
Onverminderd de bepalingen van artikel 184 van het Strafwetboek mogen de kopers geen merken aanbrengen op voorbehouden bomen.
Wederrechtelijk gekapte bomen kunnen door de koper niet gecompenseerd worden door voor kapping gemerkte bomen te laten staan.
De waarde van de wederrechtelijk gekapte bomen dient vergoed te worden, alsmede de eventuele schade die hierdoor is ontstaan.
Wanneer te sparen bomen gebroken of omgeworpen zijn, moet de koper ze ter plaatse laten liggen en onmiddellijk de [aangestelde] waarschuwen [...].
Het merkteken van de hamer op de stam of op de stronk aangebracht is het enige middel waarmee de koper de exploitatie van de bomen kan rechtvaardigen.

Art. 64.
De koper dient de nodige voorzorgen te nemen om de te sparen bomen en het bosbestand niet te beschadigen.
Wanneer een gevelde boom is blijven hangen op een voorbehouden of te sparen boom, mag de koper de voorbehouden of te sparen boom alleen kappen mits machtiging van de [aangewezen ambtenaar] en na vaststelling op tegenspraak van de schade die voortspruit uit de noodzakelijkheid om de voorbehouden of te sparen boom te vellen.
Indien de schadeloosstelling in natura mogelijk is, kan men ter vervanging van de beschadigde bomen, gemerkte bomen van minstens gelijke waarde aanduiden, rekening houdend met de toekomstwaarde, of bomen van mindere waarde mits betaling van het verschil.
Indien de koper niet akkoord gaat met deze vervanging schat men de waarde van de beschadigde bomen; daaraan wordt de schade aan het bestand toegevoegd.
Indien de koper niet bewijst dat hij alle voorzorgen heeft genomen om beschadiging van de te sparen bomen te voorkomen, worden deze als delicthout beschouwd en overeenkomstig artikel 55 verkocht onverminderd de door de koper te betalen schadeloosstelling en in voorkomend geval, de krachtens de verkoopsvoorwaarden verschuldigde boeten.

Art. 65.
De koper mag geen hout hakken of weghalen op zon- en feestdagen, noch voor de officiële zonsopgang of na de officiële zonsondergang [...].
Alleen in bijzondere gevallen kan hem door de [aangewezen ambtenaar] machtiging gegeven worden om hiervan af te wijken.

Art. 66.
Het is de koper [...], verboden hout van zijn koop op stam te schillen of te ontschorsen, tenzij de verkoopsvoorwaarden dit uitdrukkelijk toestaan.

Art. 67.
Elke overtreding van de verkoopsvoorwaarden [is verboden].

Art. 68.
Ten behoeve van de exploitatie mag geen put of oven voor houtskool worden gemaakt; geen werkplaats of keet, woonwagen, caravan of tent worden geplaatst, behalve op de plaatsen aangewezen door de [aangewezen ambtenaar] of zijn afgevaardigde [...].

Art. 69.
Het is de koper en zijn arbeiders verboden elders vuur te maken dan op de in verkoopsvoorwaarden of door de [aangestelde] toegelaten plaatsen [...].

Art. 70.
Het hout wordt vervoerd langs de wegen, die daarvoor gewoonlijk gebruikt worden of op de wijze, die door de [aangewezen ambtenaar] of zijn gemachtigde wordt aangewezen. [...].
In geen geval mag de koper nieuwe doorgangen of wegen aanleggen.

Art. 71.
Alle voor kapping gemerkte bomen dienen gekapt en opgeruimd te worden binnen de door de verkoopsvoorwaarden gestelde termijn [...].
Voor zover in de verkoopsvoorwaarden een afwijkingsmogelijkheid wordt voorzien, kan alleen om gemotiveerde redenen aan de kopers een verlenging van deze termijn worden toegestaan.
Indien de kopers de door de verkoopsvoorwaarden opgelegde werkzaamheden niet verrichten binnen de gestelde termijn, komen de niet-gekapte en de niet-opgeruimde bomen, onverminderd de schadevergoeding opnieuw toe aan de eigenaar.

Art. 72.
De kopers mogen in hun kavels alleen hout leggen dat daarvan afkomstig is [...].

Art. 73.
De kopers en hun borgen zijn vanaf de uitreiking van de kapvergunning tot de schouwing aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door elk bosmisdrijf dat in hun kavels gepleegd wordt, tenzij zij binnen acht dagen na kennisname van het misdrijf hiervan aangifte doen aan de [aangewezen ambtenaar of aangestelde].
Deze mededeling ontslaat de koper geenszins van zijn aansprakelijkheid, tenzij hij de schuldige kan aanwijzen of bij ontstentenis daarvan kan bewijzen dat hij voldoende pogingen heeft gedaan om de schuldige te ontdekken.

Art. 74.
De kopers en hun borgen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de schadevergoedingen en teruggaven voor bosmisdrijven die in de kavel gepleegd zijn door de houthakkers, vervoerders en alle personen die voor rekening van de kopers werken.

Art. 75.
De kopers en hun borgen zijn vanaf de uitreiking van de kapvergunning tot de schouwing aansprakelijk voor de bomen die gekapt of beschadigd worden op minder dan honderd meter van de grenzen van de [kavel]. Zij betalen als teruggave een som die gelijk is aan tweemaal de waarde van die bomen en van de aangerichte schade.
Wanneer een koper geen mededeling doet aan [de aangewezen ambtenaar of de aangestelde] binnen acht dagen na de datum van kennisneming van het misdrijf, wordt dat als bedrog beschouwd.
De [aangewezen ambtenaar of aangestelde] [verleent in geen geval een machtiging voor deze feiten].

Afdeling IV.
Schouwing en controle


Art. 76.
Na de volledige kapping van de gemerkte bomen in een [kavel] en voor het begin van de ruiming van het hout, kan het [Agentschap] schouwing doen ter controle. Elke kap wordt door het [Agentschap] geschouwd binnen twee maanden te rekenen van de dag waarop de termijn voor de opruiming verstreken is.
[...]
Indien het [Agentschap] geen schouwing gedaan heeft binnen [deze twee maanden] na de betekening van de ingebrekestelling, is de koper bevrijd.

Art. 77.
Van de dag en het uur van de schouwing wordt aan de koper kennis gegeven bij een akte, die ten minste tien dagen tevoren aan de gekozen woonplaats betekend wordt.
Indien hij niet verschijnt en de [aangewezen ambtenaar] misdrijven vaststelt, wordt een tweede schouwing gehouden, waartoe hij wordt opgeroepen bij een akte, die hem tien dagen tevoren op zijn kosten betekend wordt aan de gekozen woonplaats en die dag en uur van de nieuwe schouwing vermeldt.
Indien hij niet verschijnt wordt het proces-verbaal van de tweede schouwing geacht op tegenspraak te zijn opgemaakt.
Indien er geen wetsovertreding vastgesteld wordt, ontslaat het [Agentschap] de koper ten aanzien van de exploitatie.
Wordt dit ontslag niet verleend binnen een maand na het proces-verbaal, dan is de koper van rechtswege bevrijd.

Art. 78.
De aannemers van de exploitatie dienen zich ten aanzien van de exploitatie, het werk en het opruimen van de kapping te gedragen naar hetgeen voor de kopers is voorgeschreven in de artikelen 62 tot en met 77.
In geval van misdrijven zijn zij met de koper hoofdelijk aansprakelijk.

Art. 79.
[Niemand kan zonder voorafgaande, schriftelijke erkenning beroepsmatig als koper of exploitant optreden in de openbare bossen.
De Vlaamse regering stelt de voorwaarden en de procedure van de erkenning [...] vast.
De bepalingen van dit artikel zijn ook van toepassing op natuurlijke personen of rechtspersonen van wie de zetel of de domicilie in het buitenland is gevestigd, ongeacht de nationaliteit en de verblijfplaats van het tewerkgestelde personeel.]