Afdeling III.
Exploitatie


Art. 62.
De koper mag het kappen niet beginnen zonder een voorafgaandelijke schriftelijke kapvergunning van de [aangewezen ambtenaar][...].
De Vlaamse regering bepaalt de vorm van de kapvergunning en de wijze waarop ze wordt afgeleverd.

Art. 63.
De koper moet alle te sparen bomen kunnen aanwijzen en is verplicht alle voorbehouden bomen, op welke manier ook aangewezen, onaangeroerd te laten [...].
Onverminderd de bepalingen van artikel 184 van het Strafwetboek mogen de kopers geen merken aanbrengen op voorbehouden bomen.
Wederrechtelijk gekapte bomen kunnen door de koper niet gecompenseerd worden door voor kapping gemerkte bomen te laten staan.
De waarde van de wederrechtelijk gekapte bomen dient vergoed te worden, alsmede de eventuele schade die hierdoor is ontstaan.
Wanneer te sparen bomen gebroken of omgeworpen zijn, moet de koper ze ter plaatse laten liggen en onmiddellijk de [aangestelde] waarschuwen [...].
Het merkteken van de hamer op de stam of op de stronk aangebracht is het enige middel waarmee de koper de exploitatie van de bomen kan rechtvaardigen.

Art. 64.
De koper dient de nodige voorzorgen te nemen om de te sparen bomen en het bosbestand niet te beschadigen.
Wanneer een gevelde boom is blijven hangen op een voorbehouden of te sparen boom, mag de koper de voorbehouden of te sparen boom alleen kappen mits machtiging van de [aangewezen ambtenaar] en na vaststelling op tegenspraak van de schade die voortspruit uit de noodzakelijkheid om de voorbehouden of te sparen boom te vellen.
Indien de schadeloosstelling in natura mogelijk is, kan men ter vervanging van de beschadigde bomen, gemerkte bomen van minstens gelijke waarde aanduiden, rekening houdend met de toekomstwaarde, of bomen van mindere waarde mits betaling van het verschil.
Indien de koper niet akkoord gaat met deze vervanging schat men de waarde van de beschadigde bomen; daaraan wordt de schade aan het bestand toegevoegd.
Indien de koper niet bewijst dat hij alle voorzorgen heeft genomen om beschadiging van de te sparen bomen te voorkomen, worden deze als delicthout beschouwd en overeenkomstig artikel 55 verkocht onverminderd de door de koper te betalen schadeloosstelling en in voorkomend geval, de krachtens de verkoopsvoorwaarden verschuldigde boeten.

Art. 65.
De koper mag geen hout hakken of weghalen op zon- en feestdagen, noch voor de officiŽle zonsopgang of na de officiŽle zonsondergang [...].
Alleen in bijzondere gevallen kan hem door de [aangewezen ambtenaar] machtiging gegeven worden om hiervan af te wijken.

Art. 66.
Het is de koper [...], verboden hout van zijn koop op stam te schillen of te ontschorsen, tenzij de verkoopsvoorwaarden dit uitdrukkelijk toestaan.

Art. 67.
Elke overtreding van de verkoopsvoorwaarden [is verboden].

Art. 68.
Ten behoeve van de exploitatie mag geen put of oven voor houtskool worden gemaakt; geen werkplaats of keet, woonwagen, caravan of tent worden geplaatst, behalve op de plaatsen aangewezen door de [aangewezen ambtenaar] of zijn afgevaardigde [...].

Art. 69.
Het is de koper en zijn arbeiders verboden elders vuur te maken dan op de in verkoopsvoorwaarden of door de [aangestelde] toegelaten plaatsen [...].

Art. 70.
Het hout wordt vervoerd langs de wegen, die daarvoor gewoonlijk gebruikt worden of op de wijze, die door de [aangewezen ambtenaar] of zijn gemachtigde wordt aangewezen. [...].
In geen geval mag de koper nieuwe doorgangen of wegen aanleggen.

Art. 71.
Alle voor kapping gemerkte bomen dienen gekapt en opgeruimd te worden binnen de door de verkoopsvoorwaarden gestelde termijn [...].
Voor zover in de verkoopsvoorwaarden een afwijkingsmogelijkheid wordt voorzien, kan alleen om gemotiveerde redenen aan de kopers een verlenging van deze termijn worden toegestaan.
Indien de kopers de door de verkoopsvoorwaarden opgelegde werkzaamheden niet verrichten binnen de gestelde termijn, komen de niet-gekapte en de niet-opgeruimde bomen, onverminderd de schadevergoeding opnieuw toe aan de eigenaar.

Art. 72.
De kopers mogen in hun kavels alleen hout leggen dat daarvan afkomstig is [...].

Art. 73.
De kopers en hun borgen zijn vanaf de uitreiking van de kapvergunning tot de schouwing aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door elk bosmisdrijf dat in hun kavels gepleegd wordt, tenzij zij binnen acht dagen na kennisname van het misdrijf hiervan aangifte doen aan de [aangewezen ambtenaar of aangestelde].
Deze mededeling ontslaat de koper geenszins van zijn aansprakelijkheid, tenzij hij de schuldige kan aanwijzen of bij ontstentenis daarvan kan bewijzen dat hij voldoende pogingen heeft gedaan om de schuldige te ontdekken.

Art. 74.
De kopers en hun borgen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de schadevergoedingen en teruggaven voor bosmisdrijven die in de kavel gepleegd zijn door de houthakkers, vervoerders en alle personen die voor rekening van de kopers werken.

Art. 75.
De kopers en hun borgen zijn vanaf de uitreiking van de kapvergunning tot de schouwing aansprakelijk voor de bomen die gekapt of beschadigd worden op minder dan honderd meter van de grenzen van de [kavel]. Zij betalen als teruggave een som die gelijk is aan tweemaal de waarde van die bomen en van de aangerichte schade.
Wanneer een koper geen mededeling doet aan [de aangewezen ambtenaar of de aangestelde] binnen acht dagen na de datum van kennisneming van het misdrijf, wordt dat als bedrog beschouwd.
De [aangewezen ambtenaar of aangestelde] [verleent in geen geval een machtiging voor deze feiten].