Art. 76.
Na de volledige kapping van de gemerkte bomen in een [kavel] en voor het begin van de ruiming van het hout, kan het [Agentschap] schouwing doen ter controle. Elke kap wordt door het [Agentschap] geschouwd binnen twee maanden te rekenen van de dag waarop de termijn voor de opruiming verstreken is.
[...]
Indien het [Agentschap] geen schouwing gedaan heeft binnen [deze twee maanden] na de betekening van de ingebrekestelling, is de koper bevrijd.