Hoofdstuk VII.
Bijzondere bepalingen betreffende de privé-bossen


Art. 80.
[...]

Art. 81.
Kappingen voorzien in een goedgekeurd beheersplan mogen onmiddellijk worden uitgevoerd en zijn niet meldingsplichtig.
[Indien onverwijld moet worden overgegaan tot kapping om veiligheidsredenen moet de kapping en de motivering ervan ten laatste 24 uur na het aanvangen van de kapping schriftelijk worden medegedeeld aan het [Agentschap][...].
Indien dringend moet worden overgegaan tot kapping om sanitaire redenen, moet de kapping en de motivering ervan minstens veertien dagen voor het aanvangen van de kapping aan het [Agentschap] schriftelijk worden meegedeeld.]
[Voor alle andere kappingen moet een machtiging gevraagd worden aan het Agentschap. Kappingen andere dan vermeld in het eerste tot en met het derde lid waarvoor geen machtiging is verleend, alsook het niet naleven van de voorwaarden van een machtiging, zijn verboden.]
[Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het vierde lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed.]
Het [Agentschap] beslist binnen de zestig dagen na de datum van indiening van het verzoek of de kapping kan worden uitgevoerd, waarvan onverwijld mededeling wordt gegeven aan de betrokken gemeentebesturen. Na verloop van deze termijn wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd.
[Beroep tegen de beslissing van het Agentschap vermeld in het vorige lid kan worden ingesteld overeenkomstig artikel 43.]
[De Vlaamse Regering kan de kappingen bepalen die door hun geringe impact vrijgesteld worden van machtiging.]
[Binnen een termijn van zes maanden na het uitvoeren van de voormelde kappingen dient de bosbeheerder een voorstel van herstelmaatregelen, gaande van de herbebossing van de gekapte of beschadigde percelen tot een gelijkwaardige oppervlakte, met inbegrip van spontane herbebossing, ter goedkeuring aan het [Agentschap] voor te leggen. Wanneer de bosbeheerder geen herstelmaatregelen voorlegt binnen die termijn of wanneer hij in gebreke blijft om de goedgekeurde herstelmaatregelen uit te voeren binnen een termijn van één jaar na de goedkeuring van het al dan niet gewijzigde voorstel of wanneer binnen deze termijn de spontane herbebossing geen of onvoldoende resultaten opgeleverd heeft, kan het [Agentschap] de werken op kosten van de bosbeheerders laten uitvoeren. De kosten worden verhaald door toezending via een aangetekende zending van de kostenstaat aan de bosbeheerder.]

Art. 82.
De voorschriften van dit decreet heffen de ermede strijdige bepalingen van de gemeentelijke en provinciale verordeningen van rechtswege op.
De besluiten van de gemeenteraad en de provincieraad tot aanneming of wijziging van de gemeentelijke en provinciale verordeningen, voor zover zij betrekking hebben op aangelegenheden die in dit decreet of haar uitvoeringsbesluiten worden geregeld, worden aan het advies van het [Agentschap] en aan de goedkeuring van de Vlaamse regering onderworpen.

Art. 83.
Het [Agentschap] kan toezicht uitoefenen op het merken, het kappen en de aflevering van de gevelde bomen, de werkzaamheden tot verjonging, de herbebossing en bebossing.

Art. 84.
[De bosbeheerder van privé-bossen kan een beroep doen op het [Agentschap] om hem advies te verlenen. Onder de voorwaarden die door de Vlaamse regering worden bepaald, kan desgevallend een kostendekkende vergoeding worden gevraagd.]
[Het Vlaamse Gewest kan met de eigenaar van een privébos een niet-verlengbare overeenkomst, met een maximumlooptijd van vijf jaar, afsluiten voor het beheer van het privébos door het Agentschap, voor zover dit gebeurt als een overgangsregeling, ter voorbereiding van een aankoop met het oog op omzetting tot domeinbos. In afwijking van artikel 37 worden deze bossen in dat geval volledig beheerd door het Agentschap, overeenkomstig de bepalingen geldend voor domeinbossen. In de vermelde overeenkomst wordt bepaald dat de op grond van deze overeenkomst gemaakte beheerkosten dienen te worden terugbetaald, indien de voorziene aankoop binnen de vijf jaar na het afsluiten van de overeenkomst geen doorgang gevonden heeft.]

Art. 85.
[...]

Art. 86.
[...]

Art. 87.
Voor elke beplanting met houtachtige gewassen van minstens een halve hectare volgens een plan, goedgekeurd door het [Agentschap], kunnen door de Vlaamse regering subsidies verleend worden. [De Vlaamse Regering kan tevens subsidies verlenen met het oog op de bescherming, de ontwikkeling, het herstel, het behoud en de uitbreiding van het bosareaal, voor zover deze activiteiten beantwoorden aan de criteria [, vermeld in artikel 16septies, zevende lid, van het decreet Natuurbehoud]. [Als de subsidie betrekking heeft op de aankoop van te bebossen percelen, kan ze maximaal 60 % van de aankoopsom bedragen of 80 % van de aankoopsom voor gronden in de gebiedsaanduiding “bos” en “reservaat en natuur”, tot maximaal 3,5 euro per vierkante meter. De subsidie kan gecumuleerd worden met subsidies van andere overheden, maar de gecumuleerde subsidies mogen niet meer bedragen dan 60 % van de aankoopsom of 80 % van de aankoopsom voor gronden in de gebiedsaanduiding “bos” en “reservaat en natuur”.]]
De Vlaamse regering bepaalt de nadere voorwaarden en de wijze van toekenning voor genoemde subsidies, binnen de perken van de begrotingskredieten. [Voor zover het gaat om kapitaalsubsidies gericht op uitbreiding of ontwikkeling van het bosareaal, worden deze toegekend met het oog op bebossingen:
op percelen die gelegen zijn in gebieden aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen en sorterend onder de categorie van gebiedsaanduiding “bos”, “overig groen” of “reservaat en natuur”. Een bestemmingsvoorschrift van een plan van aanleg is alleszins vergelijkbaar met een categorie van gebiedsaanduiding, indien deze concordantie vermeld wordt in de tabel, opgenomen in artikel 7.4.13, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of in de concordantielijst, bepaald krachtens voornoemd artikel 7.4.13, tweede lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Deze bebossingen of herbebossingen gebeuren bij voorkeur in het kader van de te realiseren instandhoudingsdoelstellingen;
op percelen gelegen in een speciale beschermingszone zoals vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, voor zover de bebossing nodig is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen.
]
Indien de voorwaarden, die aan de subsidies verbonden werden, niet werden nageleefd, kan de subsidie teruggevorderd worden en toegewezen aan het [Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur dat is ingeschreven in de begroting van het Vlaamse Gewest] overeenkomstig de bepalingen van artikel 13. [Wanneer de teruggevorderde subsidie afkomstig is uit het Fonds voor Compenserende Bebossing zoals bedoeld in artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt zij toegewezen aan dat Fonds.]
[Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.]
[Voor de rooiing binnen een termijn van 22 jaar na de aanplanting of na spontane bebossing, is in afwijking van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing, zoals bepaald in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, enkel een voorafgaande eenvoudige melding van de rooiing aan de landbouwkundig ingenieur van de Dienst Landbouw en de ambtenaar vereist. In het geval van exploitatie van de houtachtige gewassen, vermeld in het vierde lid, bedraagt deze termijn evenwel drie jaar na de laatste exploitatie. Van deze melding stelt de ambtenaar onverwijld het college van burgemeester en schepenen en het [Departement Omgeving] in kennis. De hiervoor bedoelde termijnen kunnen door de Vlaamse Regering worden aangepast.]
[[...]
De Vlaamse regering bepaalt criteria voor ecologisch verantwoorde bebossing en bosuitbreiding.]

Art. 88.
Op basis van de goedgekeurde lange-termijnplanning zoals bepaald in artikel 6 kan de Vlaamse regering subsidiëringsstelsels instellen volgens de voorwaarden en de normen door haar te bepalen, binnen de perken van de begrotingskredieten.

Art. 89.
[...]