Art. 102.
Bij bosbrand of bij acute dreiging van bosbrand in het privé-bos mag de [bosbeheerder], op eigen verantwoordelijkheid, een tegenvuur aanleggen maar uitsluitend op zijn eigendom.
Bij bosbrand of bij acute dreiging van bosbrand in het openbaar bos mag een tegenvuur alleen aangelegd worden mits machtiging van de [aangewezen ambtenaar] of zijn afgevaardigde en dit uitsluitend op het terrein van het openbaar bos, waarvoor de machtiging wordt gevraagd.
Aanleg van tegenvuur onder de wettelijke voorwaarden en de opruiming die er naderhand op kan volgen, worden niet beschouwd als kaalslag en evenmin als een onrechtmatige afwijking van de bepalingen van het goedgekeurd beheersplan.