Art. 103.
Elke kapping die moet uitgevoerd worden om te voldoen aan de bescherming van de bossen tegen brand wordt beschouwd als een noodgedwongen kapping tot opruiming en kan in geen geval aangezien worden als een ongeoorloofde kaalslag, een afwijking van het goedgekeurd beheersplan of een afwijking van het vastgestelde kapquantum.