Art. 4.
[De Vlaamse regering bepaalt [...], na advies van de MiNa-Raad, voor het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Vlaamse Gewest, voor elke categorie, soort, type of geslacht van wild en voor elke jachtwijze de data van opening en van de sluiting van de jacht.]
[De Vlaamse Regering kan bepalen dat ten aanzien van bepaalde wildsoorten bijzondere jacht kan worden uitgeoefend in de gevallen waarbij dat noodzakelijk is één of meerdere van de volgende gevallen:
ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
ter voorkoming van belangrijke schade aan andere goederen in eigendom of gebruik;
ter bescherming van de wilde fauna of flora, of ter instandhouding van de natuurlijke habitats;
voor de veiligheid van het luchtverkeer.
Ten aanzien van de vogelsoorten vermeld in artikel 3 bestaat de mogelijkheid voor het uitoefenen van bijzondere jacht niet voor het geval vermeld in punt 2° van het tweede lid.
Bijzondere jacht als vermeld in het tweede lid kan worden uitgeoefend als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan;
er mag geen afbreuk worden gedaan aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor het uitoefenen van bijzondere jacht als vermeld in het tweede lid.]