Art. 11.
[Het jagen op de domeinen van openbare besturen is alleen geoorloofd ingevolge jachtrecht toegekend volgens de principes van mededinging en transparantie.]
De zittende jager en een wildbeheerseenheid zoals bedoeld in artikel 12, hebben het recht bij een aanbesteding voor zover zij deelgenomen hebben aan de aanbesteding een hoger bod te doen. [Voor een wildbeheereenheid geldt de voorwaarde dat het domein in kwestie binnen het werkingsgebied van die wildbeheereenheid gelegen moet zijn of aan het werkingsgebied ervan moet grenzen.] Het jachtrecht moet worden toegekend aan de hoogst biedende zo dit hoger bod, gedaan binnen de tien dagen volgend op de aanbesteding meer dan één tiende hoger ligt dan de bij de openbare aanbesteding verkregen prijs. Bij gelijk hoger bod geniet de zittende jager de voorkeur zo hij geen inbreuk heeft gepleegd op de vroegere verpachtingsvoorwaarden.
Het recht tot jagen in het Zoniënbos is voorbehouden aan de Kroon.