Hoofdstuk IV.
Het jachtverlof


Art. 13.
[Wie met een geweer jaagt, moet het jachtverlof bij zich dragen.
Het jachtverlof is persoonlijk; het is maar geldig voor een jaar, te rekenen vanaf 1 juli.
De Vlaamse Regering regelt de wijze, de vorm en de voorwaarden van de afgifte van het jachtverlof. Zolang de Vlaamse Regering daarvoor geen nieuwe regelen heeft opgesteld, blijven de bestaande regelen geldig.
De Vlaamse Regering kan het deelnemen aan het jachtexamen of aan een gedeelte ervan afhankelijk stellen van de betaling van een inschrijvingsgeld waarvan zij het bedrag en de wijze van betaling vaststelt, en waarvoor ze de betalingsplichtige aanwijst.]

Art. 14.

§ 1

Het jachtverlof bedoeld in artikel 13 wordt afgegeven door de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar.

§ 2

De in het Waalse Gewest en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geldig afgegeven jachtverloven kunnen door de Vlaamse Regering onder de door haar te bepalen voorwaarden gelijkgesteld worden met de in het Vlaamse Gewest geldige jachtverloven mits ook de in het Vlaamse Gewest geldig afgegeven jachtverloven door het Waalse Gewest respectievelijk het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gelijkgesteld worden met de door hen afgegeven geldige jachtverloven.

[§ 3

De Vlaamse Regering legt aan de hoofden van de parketten een informatieplicht op ten aanzien van de ambtenaar, vermeld in paragraaf 1. Het doel van die informatieplicht is om de ambtenaar op de hoogte te brengen van veroordelingen wegens een jachtmisdrijf of wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd door personen die een jachtverlof hebben aangevraagd.
]

Art. 15.

§ 1

De houders van een jachtverlof afgegeven in het Vlaamse Gewest kunnen als gastheer een jachtvergunning verkrijgen voor hun niet in het Vlaamse Gewest wonende genodigden. De jachtvergunning, die wordt afgegeven door de ambtenaar bedoeld in artikel 14, § 1, is slechts geldig voor de vijf vooraf bepaalde data van het jachtseizoen vermeld op de jachtvergunning.
De Vlaamse Regering regelt de wijze, de vorm en de voorwaarden van de afgifte van de jachtvergunningen.

§ 2

De genodigde die jagend wordt aangetroffen, evenals de gastheer die samen met de genodigde jagend wordt aangetroffen zonder dat een voor de genodigde geldige jachtvergunning kan worden voorgelegd [worden gestraft op grond van artikel 37].

Art. 16.
De belasting op de afgifte van de jachtverloven en de jachtvergunningen wordt vanaf het jachtseizoen 1992-1993 als volgt vastgesteld:
1.
voor het jachtverlof dat elke dag van het jachtseizoen geldig is: [150 euro];
2.
voor het jachtverlof dat elke zondag van het jachtseizoen geldig is: [105 euro];
3.
voor de jachtvergunning die vijf vooraf bepaalde dagen in het jachtseizoen geldig is: [40 euro].

Art. 17.
De vastgestelde belasting wordt betaald door storting of overschrijving van het verschuldigde bedrag op het daartoe bestemde rekeningnummer van de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering. De opbrengsten hiervan worden rechtstreeks en integraal toegewezen aan de gewestdienst met afzonderlijk beheer Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur.

Art. 18.
De op grond van artikel 16 geďnde belasting wordt niet terugbetaald.