Hoofdstuk VI.
Bestrijding van wild


Art. 22.
Het is [...] verboden op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Vlaamse Regering bepaalde tijden onverminderd het recht van de eigenaar of de grondgebruiker om jaagbaar wild dat schade toebrengt aan zijn gewassen, teelten, bossen of eigendommen terug te drijven. De eigenaar of de grondgebruiker mag zijn inwonende familieleden daarmede belasten.
Indien de eigenaar of de grondgebruiker kan aantonen dat geen andere bevredigende oplossing bestaat kan hij het jaagbaar wild eveneens doden of laten doden onder de in het voorgaande lid vermelde voorwaarden. Het doden mag alleen gebeuren:
door personen die voldoen aan de voorwaarden opgelegd door de Vlaamse Regering tot het verkrijgen van een jachtverlof [of, in geval dat het doden gebeurt met vuurwapens, door personen die in het bezit zijn van een jachtverlof];
met vuurwapens en andere door de Vlaamse Regering te bepalen middelen [...]. [...]
tussen het officiŽle uur van zonsopgang en het officiŽle uur van zonsondergang;
na voorafgaande schriftelijke ingebrekestelling van de houder van het jachtrecht op de grond waarop de bestrijding gebeurt en na voorafgaande schriftelijke verwittiging van de ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering is aangewezen. Deze laatste kan, bij gemotiveerde beslissing, de bestrijding zo nodig beperken of verbieden.
[...]
[De Vlaamse Regering stelt een code van goede praktijk vast met het oog op specificering van andere bevredigende oplossingen ter voorkoming van schade door wild.]

Art. 23.
[...]
[...]
Elk beding dat strijdig is met de door dit decreet aan de grondgebruiker toegekende rechten is nietig.
De houder van het jachtrecht of zijn gemachtigde mag, indien hij voorzien is van een jachtverlof, te allen tijde, ťťn uur voor de officiŽle zonsopgang en ťťn uur na de officiŽle zonsondergang konijnen op de loer schieten.
Het is verboden, behoudens machtiging van de Vlaamse Regering, levende wilde konijnen of vossen uit te zetten, te verkopen, te kopen, te koop te stellen, te vervoeren of te venten met welk middel ook [...].
[Het is verboden om afsluitingen, die geplaatst zijn om het in- en uitgaan van [wild] te beletten, kwaadwillig te vernielen of te beschadigen. Het is ook verboden om kwaadwillig in die afsluitingen een opening te maken of het doorgaan van [wild] door, onder of boven de afsluitingen op enigerlei wijze te vergemakkelijken.]