Hoofdstuk IX.
Het toezicht


Art. 30.
[...]

Art. 31.
Op aanvraag van de aansteller, met akkoord van de aansteller van de andere bijzondere wachters en van de provinciegouverneur [...], mag de bijzondere wachter zich laten bijstaan door één of twee bijzondere wachters van omliggende gebieden.
De identiteit en hoedanigheid van de bijzondere wachters die bijstand mogen verlenen en de aard en de ligging van de goederen die in groepen van ten hoogste drie wachters mogen worden bewaakt, dienen op de aanstellingsakte te worden vermeld en te worden goedgekeurd door de provinciegouverneur.
Bijzondere wachters zijn wachters aangesteld door bijzondere personen zoals bedoeld in de artikelen 61 tot 63 van het Veldwetboek en in artikel 110 van het Bosdecreet.

Art. 32.
De jagers mogen niet worden ontwapend, behalve in de volgende gevallen:
1.
wanneer de verdachte verkleed of gemaskerd is, of weigert zijn naam kenbaar te maken of geen bekende woonplaats heeft;
2.
wanneer het misdrijf bij nacht wordt gepleegd;
3.
wanneer de verdachte bedreigingen, smaad of geweld pleegt tegen de agenten van het openbaar gezag of van de openbare macht.