Art. 2.

[§ 1

De bouw en de exploitatie van vervoerinstallaties zijn aan de voorschriften van deze wet onderworpen indien deze installaties zijn bestemd of worden gebruikt:
voor de bevoorrading in gas van [distributienetbeheerders];
voor één van de hierna vermelde doeleinden:
a)
de bevoorrading in gas van eindafnemers van wie de gasafname aan iedere leveringsaansluiting bestendig minimum één miljoen m3 per jaar bedraagt;
b)
het vervoer van gas zonder distributie of levering van gas op het Belgisch grondgebied;
c)
de bevoorrading van een onderneming in gas waarvan de chemische samenstelling of de fysische eigenschappen (met uitzondering van het stikstofgehalte) verschillen van die van het gas geleverd door de [distributienetbeheerder] die de betrokken gemeente bevoorraadt;
d)
de bevoorrading in gas van een eindafnemer aan wie de [distributienetbeheerder] die de betrokken gemeente bevoorraadt, niet een voldoende hoeveelheid gas levert overeenkomstig de algemene voorwaarden van het abonnement of van het bevoorradings- of leveringscontract, inzonderheid binnen de termijn die voor de uitvoering van de leveringen in voornoemde algemene voorwaarden is gesteld;
e)
de bevordering van het meest economische verbruik van onvermijdelijke gassen;
f)
de bevoorrading in gas van een onderneming in moeilijkheden door middel van tijdelijke installaties en gedurende de tijd die strikt nodig is voor het uitvoeren van de noodzakelijke herstellingen;
g)
de verbinding tussen installaties voor gasproductie en de verschillende exploitatiezetels van eenzelfde onderneming;
h)
de verbinding tussen productie-, vervoer- of distributie-installaties met het oog op uitwisseling, wederzijdse hulp of een beter benutten van deze installaties;
i)
de verbinding tussen gasvelden, tussen gasfabrieken, tussen gasvelden of gasfabrieken en samendrukkings- of ontspanningsstations, tussen samendrukkingsstations, tussen ontspanningsstations of tussen samendrukkings- en ontspanningsstations.]

[§ 2

De levering van [aardgas] is aan de voorschriften van deze wet onderworpen indien zij gebeurt ter bevoorrading van distributieondernemingen, enerzijds, of van eindafnemers van wie de [aardgasafname] aan iedere leveringsaansluiting bestendig minimum één miljoen m3 per jaar bedraagt, anderzijds.]

[§ 3

De Koning kan het toepassingsgebied van deze wet of van sommige bepalingen ervan bij een in Ministerraad overlegd besluit uitbreiden:
tot de bouw en de exploitatie van andere installaties voor gasvervoer dan deze bedoeld in § 1, of tot andere leveringen van gas dan deze bedoeld in § 2;
tot de bouw en de exploitatie van leidingen voor het vervoer van andere producten dan gas.]

[§ 4

De door deze wet opgestelde regels voor aardgas, met inbegrip van LNG, zijn eveneens van toepassing, op niet-discriminerende wijze, op biogas en gas uit biomassa of andere gassoorten, in de mate dat het technisch mogelijk is om deze veilig te injecteren en te vervoeren over het aardgasvervoersnet en in de mate dat deze gassoorten in overeenstemming zijn met de toepassing van artikel 15/5undecies aangenomen gedragscode, en ook verenigbaar zijn met de kwaliteitsnormen die op het aardgasvervoersnet vereist worden.]