Hoofdstuk III.
Bepalingen betreffende de vervoersvergunningen en de beheerders


Afdeling 1.
Vervoersvergunningen


Art. 3.
[Onverminderd de bepalingen van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas en de bepalingen van [hoofdstuk IV] van deze wet, zijn de bouw en de exploitatie van elke vervoerinstallatie onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning door de minister.
Wat de directe leidingen betreft, wordt, onverminderd de andere criteria bepaald met toepassing van artikel 4, 1°, de toekenning van een vervoervergunning onderworpen aan het ontbreken van een aanbod tot gebruik van het geïnterconnecteerd net tegen redelijke economische en technische voorwaarden [na raadpleging van de aardgasvervoersnetbeheerder].]

Art. 4.
[Na advies van de Commissie bepaalt de Koning:
de criteria voor de toekenning van de vervoervergunningen, die inzonderheid betrekking kunnen hebben op:
a)
de veiligheid en de bedrijfszekerheid van het geïnterconnecteerd net en de directe leidingen;
b)
de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie;
c)
de interconnectie van het net, alsook het onderhoud en de verbetering van de interoperabiliteit van netten;
d)
de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11, 1°;
de procedure voor de toekenning van de vervoervergunningen, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier en de vergoeding die hiervoor moet worden betaald, [de redenen waarom een vergunning kan worden geweigerd] en de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager moet meedelen;
de gevallen waarin de minister de vervoervergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
wat er met de vervoervergunning gebeurt in geval van overdracht van de vervoerinstallatie of in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de vervoervergunning in deze gevallen;]
[de handelingen en werken van minimaal belang die vrijgesteld zijn van een vervoervergunning of onderworpen zijn aan een verplichting tot verklaring.]
[De voorwaarden van de vervoersvergunningen, bedoeld in het eerste lid kunnen een onderscheid voorzien tussen de bouw en de exploitatie wanneer het gaat om aardgasvervoersinstallaties.]
[De toekenningsprocedure van de in het eerste lid bedoelde vervoervergunningen houdt, in voorkomend geval, rekening met het belang van het project voor de interne aardgasmarkt.
De redenen tot weigering van een vergunning moeten objectief en niet-discriminerend zijn. Zij worden aan de aanvrager meegedeeld. De motivering voor de weigering wordt ter informatie ter kennis gebracht aan de Europese Commissie overgemaakt.]

Art. 5.
[...]

Art. 6.
[...]

Art. 7.
[De vervoervergunning] wordt slechts verleend na voorafgaande raadpleging van de gemeente of van de provincie op wier openbaar domein de gasvervoerinstallaties komen. Komen die installaties op het openbaar domein van verschillende gemeenten, dan wordt bovendien de bestendige deputatie geraadpleegd. De Koning bepaalt de termijn binnen welke het advies moet worden gegeven.

Afdeling 2.
Certificering en aanwijzing van de beheerders


Onderafdeling 1.
Certificerings- en aanwijzingsprocedure van de beheerders ? Definitief stelsel


Art. 8.

[§ 1

Het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie wordt verzekerd, overeenkomstig deze Afdeling, respectievelijk en alleen door de volgende beheerders:
de beheerder van het aardgasvervoersnet;
de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
de beheerder van de LNG-installatie.

§ 2

De minister maakt een bericht bekend in het Belgisch Staatsblad waarbij elke houder van één of meer vergunningen voor aardgasvervoer, aardgasopslag met inbegrip van de vergunningen die zijn afgeleverd met toepassing van de wet van 18 juli 1975 en de uitvoeringsbesluiten ervan of LNG-installatie, wordt uitgenodigd om bij de minister zijn kandidatuur in te dienen binnen een termijn van drie maanden teneinde, naargelang van het geval, te worden aangesteld als beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas of beheerder van de LNG-installatie.
De houder van een aardgasvervoersvergunning, die kandidaat is voor het beheer van het aardgasvervoersnet dient alleen, of samen met andere houders van een aardgasvervoersvergunning, een deel van het bedoelde vervoersnet te bezitten dat ten minste 75 % van het nationaal grondgebied bestrijkt.
De minister deelt de kandidaturen mee aan de [Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten] en de Commissie, die een advies uitbrengen binnen veertig dagen, vanaf de ontvangst van de mededeling van de kandidatuurstelling.

§ 3

[De kandidaat dient aan te tonen dat hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidseisen van de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2.
Indien de onafhankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2 door de moedermaatschappij, die zelf beheerder is, worden vervuld dan moet de dochtermaatschappij, die zelf beheerder is, zich daar eveneens naar schikken.]

§ 4

Na advies van de [Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten] inzake de in § 3 bedoelde criteria, na advies van de Commissie inzake de overige criteria, en na beraadslaging in Ministerraad, wijst de minister, uiterlijk negen maanden na de bekendmaking van het in § 2 bedoelde bericht, na voorstel van één of meer houders van een aardgasvervoersvergunning aan:
1
de beheerder die belast is met het beheer van het aardgasvervoersnet;
2
de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar.
De benoeming van de beheerder vervalt in geval van faillissement of ontbinding.

[§ 4bis

Vooraleer een onderneming tot aardgasvervoersnetbeheerder wordt aangewezen, wordt ze gecertificeerd overeenkomstig de procedure bedoeld in § 4ter.
De identiteit van de aangewezen netbeheerder wordt aan de Europese Commissie meegedeeld.
De vervoersnetbeheerder die definitief werd aangewezen vóór de bekendmaking van de wet van [8 januari 2012] tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen wordt geacht gecertificeerd te zijn. De commissie kan op ieder ogenblik een certificeringsprocedure openen overeenkomstig § 4ter.
Voorafgaand aan elke transactie die een nieuwe evaluatie van de manier waarop hij zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, kan verantwoorden, geeft de aardgasvervoersnetbeheerder aan de commissie kennis van zijn voornemen om deze transactie te ondernemen. Dergelijke transacties kunnen slechts worden voortgezet mits voorafgaande certificering volgens de procedure die bepaald wordt in § 4ter. Ingeval van sluiting van een transactie die een nieuwe evaluatie zou kunnen verantwoorden van de manier waarop de aardgasvervoersnetbeheerder zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, zonder voorafgaande certificering, stelt de commissie de aardgasvervoersnetbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten krachtens § 4ter. De aanwijzing van de aardgasvervoersnetbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
De kennisgeving op ieder ogenblik aan de commissie van de afstand van de betrokken transactie doet de certificeringsprocedure bedoeld in § 4ter vervallen.]

[§ 4ter

De commissie ziet erop toe dat de vereisten voorzien in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, steeds door de aardgasvervoersnetbeheerder worden nageleefd. Hiertoe opent zij een certificeringprocedure:
a)
wanneer een kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder de commissie hierom verzoekt;
b)
in geval van kennisgeving vanwege de aardgasvervoersnetbeheerder met toepassing van § 4bis;
c)
op eigen initiatief, wanneer zij kennis heeft van het feit dat een voorziene wijziging in de bevoegdheden of invloed uitgeoefend op de aardgasvervoersnetbeheerder een overtreding zou kunnen uitmaken van de bepalingen van de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, of wanneer zij redenen heeft om te geloven dat een dergelijke overtreding kan gepleegd zijn; of
d)
op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
De commissie brengt de minister op de hoogte van het openen van een certificeringsprocedure evenals de aardgasvervoernetbeheerder wanneer zij op eigen initiatief handelt of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
Het verzoek tot certificering van een kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder evenals de kennisgeving van een aardgasvervoersnetbeheerder bedoeld in het eerste lid, b) geschiedt via aangetekende brief met ontvangstbewijs en vermeldt alle nuttige en noodzakelijke informatie. Desgevallend vraagt de commissie aan de kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder of aan de aardgasvervoersnetbeheerder om aanvullende informatie over te zenden binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de aanvraag.
Wanneer zij op eigen initiatief of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie handelt, vermeldt de commissie in haar schrijven de vermoede gebreken op de bepalingen voorzien bij artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, of maakt zij de motivering van de Europese Commissie over.
Na desgevallend de aardgasvervoersnetbeheerder ertoe te hebben uitgenodigd binnen een termijn van dertig werkdagen tegemoet te komen aan de tekortkomingen vermoedt of aan de motivering van de Europese Commissie, besluit de commissie tot een ontwerpbeslissing over de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de aanvraag van de kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder, de datum van de kennisgeving van de aardgasvervoersnetbeheerder, de datum waarop zij de minister op de hoogte heeft gebracht, wanneer zij op eigen initiatief handelt, of de datum van het verzoek van de Europese Commissie. De certificering wordt geacht te zijn toegekend bij het verstrijken van deze periode. De uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing van de commissie wordt pas definitief na het afsluiten van de procedure die bepaald wordt in het zesde tot het negende lid.
De commissie geeft onverwijld kennis aan de Europese Commissie van haar uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing betreffende de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder, vergezeld van alle nuttige informatie betreffende deze ontwerpbeslissing. De Europese Commissie geeft een advies overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009.
Nadat ze het uitdrukkelijk of stilzwijgend advies van de Europese Commissie heeft ontvangen, wijst de commissie en deelt deze aan de minister onverwijld en ten laatste binnen de maand na het advies van de Europese Commissie, haar definitieve beslissing van certificering mede, met motivering met betrekking tot het naleven van de vereisten van artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2. De commissie houdt bij haar beslissing zo veel mogelijk rekening met het advies van de Europese Commissie. De beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Bovenvermelde certificeringprocedure vervalt wanneer:
a)
er afstand werd gedaan van de transactie die ter kennis werd gebracht aan de commissie met toepassing van § 4bis; of
b)
de commissie beslist, op basis van de door de aardgasvervoernetbeheerder aangebrachte verbeteringen, de certificeringsprocedure op te heffen.
[Indien de procedure wordt opgestart op gemotiveerde beslissing van de Europese Commissie, informeert de commissie, desgevallend, de Europese Commissie over het vervallen van de certificeringsprocedure voorzien in het achtste lid.]
De commissie en de Europese Commissie kunnen bij de aardgasvervoersnetbeheerder en bij de bedrijven die werkzaam zijn in de productie en/of de levering van aardgas, alle nuttige informatie opvragen voor de vervulling van hun taken met toepassing van deze paragraaf. Zij zorgen voor de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie.]

[§ 4quater

Wanneer de certificering wordt aangevraagd door een eigenaar of een beheerder van een aardgasvervoersnet waarop een of meer personen van een of meer derde landen zeggenschap uitoefenen, brengt de commissie de Europese Commissie hiervan op de hoogte.
De commissie brengt de Europese Commissie ook onmiddellijk op de hoogte van elke situatie die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle verwerven over een aardgasvervoersnet of over een aardgasvervoersnetbeheerder.
Vóór de sluiting ervan brengt de aardgasvervoersnetbeheerder de commissie op de hoogte van elke [omstandigheid] die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle over het aardgasvervoersnet of de aardgasvervoersnetbeheerder verwerven. [Dergelijke omstandigheden kunnen] slechts worden voortgezet middels de certificering volgens deze paragraaf. In geval van [het voortbestaan van deze omstandigheden] zonder certificering stelt de commissie de aardgasvervoersnetbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten van artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, krachtens deze paragraaf. De aanwijzing van de aardgasvervoersnetbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
De kennisgeving op elk ogenblik aan de commissie van de afstand van het ontwerp van transactie [of het verdwijnen van elke situatie zoals bedoeld in het tweede lid] doet de certificeringsprocedure van deze paragraaf vervallen.
De commissie neemt een ontwerp van beslissing aan betreffende de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de kennisgeving waartoe deze laatste is overgegaan. Zij weigert om de certificering toe te kennen indien niet is aangetoond:
a)
dat de betrokken entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2; en
b)
dat de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of van de Europese Gemeenschap niet in gevaar brengt. Wanneer zij deze kwestie onderzoekt, houdt de commissie rekening met:
de rechten en plichten van de Europese Gemeenschap die voortvloeien uit het internationaal recht ten aanzien van dit derde land, met inbegrip van alle akkoorden afgesloten met een of meer derde landen waarbij de Europese Gemeenschap partij is en die het probleem van de bevoorradingszekerheid inzake energie behandelt;
de rechten en plichten van België ten aanzien van dit derde land die voortvloeien uit de met dit land afgesloten akkoorden, voor zover zij in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving; en
andere bijzondere feiten en omstandigheden van dit geval alsook van het betrokken derde land.
De commissie geeft de Europese Commissie onverwijld kennis van haar ontwerp van beslissing, evenals van alle nuttige informatie in verband hiermee.
Alvorens haar definitieve beslissing te nemen, vraagt de commissie het advies van de Europese Commissie om te vernemen of:
a)
de betreffende entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2; en
b)
de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van de Europese Gemeenschap niet in gevaar brengt.
De Europese Commissie onderzoekt de vraag zodra zij deze ontvangt en brengt haar advies aan de commissie uit binnen twee maanden na ontvangst van de vraag.
Voor de opstelling van haar advies, kan de Europese Commissie de mening vragen van het ACER, van de Belgische Staat en van de belanghebbende partijen. Indien de Europese Commissie een dergelijk verzoek doet, wordt de termijn van twee maanden met twee bijkomende maanden verlengd.
Indien de Europese Commissie geen advies verleent binnen de periode bepaald in het achtste en het negende lid, wordt zij geacht geen bezwaren te hebben opgeworpen tegen het ontwerp van beslissing van de commissie.
De commissie beschikt over een termijn van twee maanden na verloop van de in het achtste en het negende lid bedoelde termijn om haar definitieve beslissing aangaande de certificering te nemen. Hiertoe houdt de commissie maximaal rekening met het advies van de Europese Commissie. In elk geval heeft de commissie het recht om de certificering te weigeren indien dit de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of de bevoorradingszekerheid inzake energie van een andere Lidstaat in gevaar brengt.
De definitieve beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen gepubliceerd. Wanneer de definitieve beslissing van het advies van de Europese Commissie verschilt, geeft en publiceert de commissie, samen met de beslissing, de motivering van deze beslissing.]

[§ 4quinquies

De in §§ 4bis, 4ter en 4quater bedoelde certificeringprocedures worden op identieke wijze toegepast en volgens dezelfde vormen voor de beheerders van opslaginstallaties voor aardgas en LNG installaties.
De beheerders van de aardgasopslaginstallatie en van de LNG installatie die definitief werden aangewezen vóór de bekendmaking van de wet van [8 januari 2012] tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen worden geacht gecertificeerd te zijn. De commissie kan op ieder ogenblik een certificeringsprocedure openen overeenkomstig artikel 8, § 4bis.
De identiteit van de aangewezen beheerders voor aardgasopslaginstallaties en LNG installaties wordt aan de Europese Commissie medegedeeld.]

§ 5

Bij gebrek aan een kandidatuur binnen drie maanden na de datum van bekendmaking van een bericht van de minister in het Belgisch Staatsblad of in geval de kandidaturen niet overeenkomstig de wet zijn, wijst de minister de betrokken beheerder(s) aan na beraadslaging in de Ministerraad [en na certificering door de commissie, in overeenstemming met de procedure bedoeld in §§ 4bis, 4ter en 4quater. De identiteit van de aangewezen beheerders wordt aan de Europese Commissie medegedeeld.]

§ 6

De kandidaten die worden aangewezen overeenkomstig § 4 of, in voorkomend geval, overeenkomstig § 5, krijgen respectievelijk de volgende benaming:
beheerder van het aardgasvervoersnet;
beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
beheerder van de LNG-installatie.

§ 7

[Na de betrokken netbeheerder gehoord te hebben, na beraadslaging in de Ministerraad, en na advies van de commissie, kan de minister de aanwijzing van elke in § 6 bedoelde beheerder herroepen indien:
de beheerder ernstig tekortschiet in de verplichtingen die hem krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgelegd;
de voorwaarden voor de onafhankelijkheid van de beheerder, zoals bedoeld in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, niet zijn vervuld en, in het geval van de beheerder van het aardgasvervoersnet, in voorkomend geval, heeft geleid tot de afwezigheid van de certificering met toepassing van de procedure bedoeld in §§ 4bis, 4ter en 4quater;
de onafhankelijkheid van deze beheerder door fusie, splitsing of significante wijzigingen in het aandeelhouderschap in het gedrang zou kunnen komen en, in voorkomend geval, heeft geleid tot de weigering van de certificering met toepassing, van §§ 4bis en 4ter.]

§ 8

Elke in § 1 bedoelde beheerder kan de functie van gecombineerd netbeheerder vervullen.]

Onderafdeling 2.
Niet-definitief stelsel


Art. 8/1.

§ 1

In afwijking van artikel 8 wordt de aardgasonderneming die op 1 juli 2004 houder is van één of meer aardgasvervoersvergunningen met toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, of van vergunningen voor de aardgasopslag, met inbegrip van de vergunningen afgeleverd met toepassing van de wet van 18 juli 1975 en de uitvoeringsbesluiten ervan, van rechtswege benoemd vanaf de datum van inwerkingtreding van dit artikel, tot, naargelang van het geval:
beheerder van het aardgasvervoersnet;
beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
beheerder van de LNG-installatie.
Elk van deze drie benoemingen geldt tot de definitieve aanwijzing van de betrokken beheerder, overeenkomstig artikel 8, of tot de weigering van de minister deze benoeming te aanvaarden.

§ 2

Elke in § 1 bedoelde beheerder kan de functie van gecombineerd netbeheerder vervullen.]

Art. 8/1bis.
Vooraleer een natuurlijke of rechtspersoon tot beheerder van een interconnector wordt aangewezen, wordt ze gecertificeerd overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 8, § 4ter.

Onderafdeling 3.
Voorwaarden die de beheerders dienen na te leven


Art. 8/2.
De hiernavolgende voorwaarden zijn van toepassing voor elk van de drie in de artikelen 8 en 8/1 bedoelde beheerders, ongeacht of deze een beursgenoteerde onderneming is of niet:
ze zijn opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel en centrale administratie in een staat die behoort tot de Europese Economische Ruimte;
zij dienen te voldoen aan alle voorwaarden die bepaald zijn bij de wet van 2 augustus 2002 houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen.]

Art. 8/3.

§ 1 [

De raad van bestuur is uitsluitend samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders, met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, en minstens voor een derde uit onafhankelijke bestuurders.
Deze laatsten worden gekozen ten dele om hun kennis inzake financieel beheer en ten dele om hun nuttige technische kennis en in het bijzonder, om hun relevante kennis van de energiesector.
De commissie geeft een eensluidend advies betreffende de onafhankelijkheid van de onafhankelijke bestuurders, en wel ten laatste binnen dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van deze onafhankelijke bestuurders door het bevoegd orgaan van de beheerder.
De raad van bestuur is minstens voor een derde samengesteld uit leden van een ander geslacht dan dat van de overige leden.
De beheerders mogen, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen vennootsrechten hebben, onder welke vorm dan ook, in een onderneming die gas of elektriciteit levert of produceert. De aardgasvervoersnetbeheerder kan een deelname voor zijn rekening nemen in een onderneming die een buitenlands aardgasvervoersnet beheert van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap voor zover deze onderneming overeenstemt met een van de juridische vormen die bepaald is bij Richtlijn 2009/73/EG en een dergelijke participatie dezelfde waarborgen verschaft als de waarborgen die aanwezig zijn bij de netbeheerder voor aardgas krachtens deze wet. De vervoersnetbeheerder deelt zulke participatie mee aan de commissie alsook iedere ermee verband houdende wijziging.
]

[§ 1/1

[De ondernemingen die aardgas leveren, ondernemingen die aardgas produceren, producenten van elektriciteit, leveranciers van elektriciteit of de tussenpersonen mogen, alleen of gezamenlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen deel van het kapitaal van de maatschappij en geen aandelen van de maatschappij aanhouden. Aan de aandelen van deze ondernemingen kan geen stemrecht worden verbonden.]
[De in de productie en/of de levering van gas of elektriciteit, rechtstreeks of onrechtstreeks, actieve ondernemingen mogen de leden van de raad van bestuur, van de comités die binnen de raad van bestuur worden opgericht van het directiecomité van de beheerder van het aardgasvervoersnet en van elke andere wettelijke vertegenwoordiger van de maatschappij niet benoemen.
Het is eenzelfde [...] persoon niet toegelaten om lid te zijn van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die wettelijk de onderneming vertegenwoordigen en tegelijkertijd van een onderneming die werkzaam is in de productie of levering van aardgas en van de aardgasvervoersnetbeheerder.]
De statuten van de vennootschap en de aandeelhoudersovereenkomsten mogen geen bijzondere rechten toekennen aan producenten, houders van een leveringsvergunning of tussenpersonen of de met die ondernemingen verbonden ondernemingen.
De commissie gaat na of de eventuele overeenkomst die tussen de aandeelhouders van de beheerder werd gesloten de, in artikel 8/5 bepaalde, minimumcriteria inzake onafhankelijkheid, en de in overeenstemming met artikel 15/5undecies, § 1, tweede lid, 3° en 5°, bepaalde maatregelen inzake vertrouwelijkheid en non-discriminatie in acht neemt.]

[§ 1/2

Dezelfde persoon of personen zijn niet gemachtigd om:
a)
rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap te hebben in een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks een van de volgende functies waarneemt: productie of levering van aardgas of van elektriciteit, en rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of bevoegdheden te hebben in de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van een opslaginstallatie van aardgas en/of de beheerder van een LNG installatie;
b)
rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap te hebben op de beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van een opslaginstallatie van aardgas en/of beheerder van LNG installatie en rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of bevoegdheden te hebben in een bedrijf dat rechtstreeks of onrechtstreeks een van de volgende functies uitoefent: productie of levering van aardgas of elektriciteit.
De in het eerste lid, a) en b), bedoelde bevoegdheden omvatten met name:
(i)
het recht om stemrechten uit te oefenen, of
(ii)
de bevoegdheid om leden van de raad van bestuur, van het directiecomité of van wettelijke vertegenwoordigers van de bedrijf aan te wijzen, of
(iii)
het bezitten van een meerderheidsaandeel.]

[§ 1/3

De aangewezen beheerders tellen in hun raad van bestuur en directiecomités twee regeringscommissarissen waarvan de bevoegdheden bepaald zijn bij het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys. Deze twee commissarissen komen voort uit twee verschillende taalrollen. In afwijking van het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en van de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys worden de commissarissen die worden benoemd in toepassing van deze bepalingen benoemd door de Ministerraad. De bijzondere rechten bij bedoelde beheerders worden uitgeoefend door de minister die bevoegd is voor energie.]

[§ 1/4

Het bijzondere aandeel ten voordele van de Staat in de NV Distrigas, zoals vermeld in § 1/3 en in de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de N.V. Distrigas en de NV Fluxys, wordt opgeheven, enkel voor wat betreft de NV Distrigas.]

§ 2

De raad van bestuur richt uit zijn midden minstens een auditcomité, een vergoedingscomité en een corporate governance comité op. De comités zijn samengesteld uit minstens drie leden.
Het auditcomité, het vergoedingscomité en elk ander comité dat binnen de raad van bestuur wordt opgericht, zijn uitsluitend samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders en minstens voor één derde uit onafhankelijke bestuurders.
Het corporate governance comité is minstens voor twee derde samengesteld uit onafhankelijke bestuurders. Het voorzitterschap wordt waargenomen door een onafhankelijke bestuurder.

§ 3

Het auditcomité is belast met de volgende taken:
de rekeningen onderzoeken en de budgetcontrole waarnemen;
de auditwerkzaamheden opvolgen;
de betrouwbaarheid van de financiële informatie evalueren;
het organiseren en toezicht houden op de interne controle;
de efficiëntie van de interne risicobeheersingssystemen controleren.
Het auditcomité is bevoegd om onderzoek in te stellen in elke aangelegenheid die onder zijn bevoegdheiden valt, mits inachtneming van de wettelijke beperkingen inzake de toegang tot commerciële gegevens en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de gebruikers van het aardgasvervoersnetwerk, de aardgas stockage-installatie en de LNG-installatie. Te dien einde beschikt het over de nodige werkmiddelen, heeft het toegang tot alle informatie, met uitzondering van commerciële gegevens betreffende de netgebruikers, en kan het interne en externe deskundigen om advies vragen.

§ 4

Het vergoedingscomité is desgevallend belast met het opstellen van aanbevelingen ter attentie van de raad van bestuur inzake de bezoldiging van de leden van het directiecomité en van de gedelegeerd bestuurder, rekening houdend met artikel 8/5, 4°.

§ 5

Het corporate governance comité is desgevallend belast met de volgende taken:
aan de raad van bestuur advies verlenen inzake de onafhankelijkheid van de kandidaten voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder en inzake de benoeming van de gedelegeerd bestuurder en, in voorkomend geval, van de leden van het directiecomité;
Indien de raad van bestuur het advies van het corporate governance comité inzake de benoeming van de onafhankelijke bestuurders niet volgt, motiveert de raad zijn beslissing na voorafgaandelijk overleg met de voorzitter van de [Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten], die het advies van de Commissie vraagt indien het ingeroepen gebrek aan onafhankelijkheid de producteurs en de leveranciers van aardgas betreft;
Indien de raad van bestuur, bij het voorstellen van kandidaten voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder, van gedelegeerd bestuurder en, in voorkomend geval, van de leden van het directiecomité aan de algemene vergadering van aandeelhouders, het advies van het corporate governance comité niet volgt, moet de raad zijn beslissing motiveren na overleg te hebben gepleegd met de voorzitter van de [Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten];
zich uitspreken over de gevallen van onverenigbaarheid in hoofde van de directieleden en van de personeelsleden;
toezien op de toepassing van de bepalingen van dit artikel, door de doeltreffendheid ervan te evalueren ten aanzien van de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de beheerders zoals bepaald in de gedragscode en elk jaar een verslag hierover aan de Commissie voorleggen.

§ 6

Na advies van het corporate governance comité benoemt de raad van bestuur een gedelegeerd bestuurder of een voorzitter van het directiecomité overeenkomstig artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen.

§ 7

Na advies van de het corporate governance comité stelt de gedelegeerd bestuurder of de voorzitter van het directiecomité aan de raad van bestuur de benoeming voor van de leden van het directiecomité.
De bepalingen van deze paragraaf zijn voor de eerste maal van toepassing op de benoemingen en hernieuwingen van de mandaten na de inwerkingtreding van dit artikel.

§ 8

De raad van bestuur oefent met name de volgende bevoegdheden uit:
hij bepaalt het algemeen beleid van de vennootschap;
hij oefent de bevoegdheden uit die hem door of krachtens het Wetboek van vennootschappen worden toegekend of die hem gedelegeerd worden zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden die respectievelijk worden gedelegeerd of toegekend aan de gedelegeerd bestuurder of desgevallend het directiecomité;
hij houdt een algemeen toezicht op de gedelegeerd bestuurder en het directiecomité, met inachtneming van de wettelijke beperkingen inzake de toegang tot de commerciële en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en de verwerking ervan;

§ 9

De gedelegeerd bestuurder of de voorzitter van het directiecomité en diens directiecomité, oefenen onder andere de volgende bevoegdheden uit:
het dagelijks bestuur van de beheerders;
de andere bevoegdheden gedelegeerd door de raad van bestuur;
de bevoegdheden die hun door de statuten worden toegewezen.]

Art. 8/4.
Indien de beheerder van het aardgasvervoersnet tot een verticaal geïntegreerde onderneming behoort, moet hij onafhankelijk zijn, tenminste wat zijn rechtsvorm, zijn organisatie en zijn beslissingsproces betreft, van andere activiteiten die niet gebonden zijn aan de vervoersactiviteit.]

Art. 8/5.
Teneinde de onafhankelijkheid van de in artikel 8/4 bedoelde beheerder van het aardgasvervoersnet te waarborgen, gelden de volgende minimumcriteria:
De personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer mogen geen deel uitmaken van de structuren van de geïntegreerde aardgasonderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks belast zijn met het dagelijks beheer van de productie-, de distributie- en de leveringsactiviteiten van aardgas.
Er worden passende maatregelen genomen om er voor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de in 1 bedoelde personen, op zodanige wijze dat gewaarborgd is dat zij in alle onafhankelijkheid kunnen functioneren.
De beheerder van het aardgasvervoersnet beschikt over effectieve bevoegdheden om, onafhankelijk van zijn aandeelhouders, besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het vervoersnet.
De beheerder van het aardgasvervoersnet mag van zijn moedermaatschappij geen instructies ontvangen betreffende het dagelijks beheer, noch wat betreft de individuele beslissingen met betrekking tot de bouw of de modernisering van de aardgasvervoersleidingen die de grenzen van het jaarlijkse globale budget of van gelijk welk gelijkaardig document dat deze heeft goedgekeurd, niet overschrijden.]

Art. 8/5bis.
De beheerders behandelen de commercieel gevoelige informatie waarvan zij kennis krijgen bij de uitoefening van hun activiteiten vertrouwelijk en zorgen ervoor dat geen informatie over deze activiteiten, die commercieel gunstig kan zijn, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven.
De beheerders bezorgen geen van de bovengenoemde informatiegegevens aan ondernemingen die werkzaam zijn in de productie en de levering van gas.
Zij zullen ook hun eigen personeel niet aan die ondernemingen overdragen.
Wanneer de beheerders aardgas verkopen aan, of aankopen van een verbonden of geassocieerde onderneming, maken zij geen misbruik van de commercieel gevoelige informatie die zij van derden hebben verkregen in het kader van de verlening van of de onderhandelingen over toegang tot het aardgasvervoersnet.
De informatie die noodzakelijk is voor een efficiënte concurrentie en voor een goede marktwerking wordt openbaar gemaakt. Deze verplichting doet geen afbreuk aan de bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.]

Art. 8/6.
[De artikelen 8, 8/1, 8/2, 8/3, 8/4, 8/5 en 8/5bis zijn van toepassing op de gecombineerde netbeheerder.]]