Afdeling 1.
Vervoersvergunningen


Art. 3.
[Onverminderd de bepalingen van de wet van 18ájuli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas en de bepalingen van [hoofdstukáIV] van deze wet, zijn de bouw en de exploitatie van elke vervoerinstallatie onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning door de minister.
Wat de directe leidingen betreft, wordt, onverminderd de andere criteria bepaald met toepassing van artikelá4, 1░, de toekenning van een vervoervergunning onderworpen aan het ontbreken van een aanbod tot gebruik van het ge´nterconnecteerd net tegen redelijke economische en technische voorwaarden [na raadpleging van de aardgasvervoersnetbeheerder].]

Art. 4.
[Na advies van de Commissie bepaalt de Koning:
1░
de criteria voor de toekenning van de vervoervergunningen, die inzonderheid betrekking kunnen hebben op:
a)
de veiligheid en de bedrijfszekerheid van het ge´nterconnecteerd net en de directe leidingen;
b)
de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiŰle capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie;
c)
de interconnectie van het net, alsook het onderhoud en de verbetering van de interoperabiliteit van netten;
d)
de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikelá15/11, 1░;
2░
de procedure voor de toekenning van de vervoervergunningen, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier en de vergoeding die hiervoor moet worden betaald, [de redenen waarom een vergunning kan worden geweigerd] en de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager moet meedelen;
3░
de gevallen waarin de minister de vervoervergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
4░
wat er met de vervoervergunning gebeurt in geval van overdracht van de vervoerinstallatie of in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de vervoervergunning in deze gevallen;]
5░
[de handelingen en werken van minimaal belang die vrijgesteld zijn van een vervoervergunning of onderworpen zijn aan een verplichting tot verklaring.]
[De voorwaarden van de vervoersvergunningen, bedoeld in het eerste lid kunnen een onderscheid voorzien tussen de bouw en de exploitatie wanneer het gaat om aardgasvervoersinstallaties.]
[De toekenningsprocedure van de in het eerste lid bedoelde vervoervergunningen houdt, in voorkomend geval, rekening met het belang van het project voor de interne aardgasmarkt.
De redenen tot weigering van een vergunning moeten objectief en niet-discriminerend zijn. Zij worden aan de aanvrager meegedeeld. De motivering voor de weigering wordt ter informatie ter kennis gebracht aan de Europese Commissie overgemaakt.]

Art. 5.
[...]

Art. 6.
[...]

Art. 7.
[De vervoervergunning] wordt slechts verleend na voorafgaande raadpleging van de gemeente of van de provincie op wier openbaar domein de gasvervoerinstallaties komen. Komen die installaties op het openbaar domein van verschillende gemeenten, dan wordt bovendien de bestendige deputatie geraadpleegd. De Koning bepaalt de termijn binnen welke het advies moet worden gegeven.