Art. 8.

[§ 1

Het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie wordt verzekerd, overeenkomstig deze Afdeling, respectievelijk en alleen door de volgende beheerders:
de beheerder van het aardgasvervoersnet;
de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
de beheerder van de LNG-installatie.

§ 2

De minister maakt een bericht bekend in het Belgisch Staatsblad waarbij elke houder van één of meer vergunningen voor aardgasvervoer, aardgasopslag met inbegrip van de vergunningen die zijn afgeleverd met toepassing van de wet van 18 juli 1975 en de uitvoeringsbesluiten ervan of LNG-installatie, wordt uitgenodigd om bij de minister zijn kandidatuur in te dienen binnen een termijn van drie maanden teneinde, naargelang van het geval, te worden aangesteld als beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas of beheerder van de LNG-installatie.
De houder van een aardgasvervoersvergunning, die kandidaat is voor het beheer van het aardgasvervoersnet dient alleen, of samen met andere houders van een aardgasvervoersvergunning, een deel van het bedoelde vervoersnet te bezitten dat ten minste 75 % van het nationaal grondgebied bestrijkt.
De minister deelt de kandidaturen mee aan de [Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten] en de Commissie, die een advies uitbrengen binnen veertig dagen, vanaf de ontvangst van de mededeling van de kandidatuurstelling.

§ 3

[De kandidaat dient aan te tonen dat hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidseisen van de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2.
Indien de onafhankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2 door de moedermaatschappij, die zelf beheerder is, worden vervuld dan moet de dochtermaatschappij, die zelf beheerder is, zich daar eveneens naar schikken.]

§ 4

Na advies van de [Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten] inzake de in § 3 bedoelde criteria, na advies van de Commissie inzake de overige criteria, en na beraadslaging in Ministerraad, wijst de minister, uiterlijk negen maanden na de bekendmaking van het in § 2 bedoelde bericht, na voorstel van één of meer houders van een aardgasvervoersvergunning aan:
1
de beheerder die belast is met het beheer van het aardgasvervoersnet;
2
de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar.
De benoeming van de beheerder vervalt in geval van faillissement of ontbinding.

[§ 4bis

Vooraleer een onderneming tot aardgasvervoersnetbeheerder wordt aangewezen, wordt ze gecertificeerd overeenkomstig de procedure bedoeld in § 4ter.
De identiteit van de aangewezen netbeheerder wordt aan de Europese Commissie meegedeeld.
De vervoersnetbeheerder die definitief werd aangewezen vóór de bekendmaking van de wet van [8 januari 2012] tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen wordt geacht gecertificeerd te zijn. De commissie kan op ieder ogenblik een certificeringsprocedure openen overeenkomstig § 4ter.
Voorafgaand aan elke transactie die een nieuwe evaluatie van de manier waarop hij zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, kan verantwoorden, geeft de aardgasvervoersnetbeheerder aan de commissie kennis van zijn voornemen om deze transactie te ondernemen. Dergelijke transacties kunnen slechts worden voortgezet mits voorafgaande certificering volgens de procedure die bepaald wordt in § 4ter. Ingeval van sluiting van een transactie die een nieuwe evaluatie zou kunnen verantwoorden van de manier waarop de aardgasvervoersnetbeheerder zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, zonder voorafgaande certificering, stelt de commissie de aardgasvervoersnetbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten krachtens § 4ter. De aanwijzing van de aardgasvervoersnetbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
De kennisgeving op ieder ogenblik aan de commissie van de afstand van de betrokken transactie doet de certificeringsprocedure bedoeld in § 4ter vervallen.]

[§ 4ter

De commissie ziet erop toe dat de vereisten voorzien in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, steeds door de aardgasvervoersnetbeheerder worden nageleefd. Hiertoe opent zij een certificeringprocedure:
a)
wanneer een kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder de commissie hierom verzoekt;
b)
in geval van kennisgeving vanwege de aardgasvervoersnetbeheerder met toepassing van § 4bis;
c)
op eigen initiatief, wanneer zij kennis heeft van het feit dat een voorziene wijziging in de bevoegdheden of invloed uitgeoefend op de aardgasvervoersnetbeheerder een overtreding zou kunnen uitmaken van de bepalingen van de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, of wanneer zij redenen heeft om te geloven dat een dergelijke overtreding kan gepleegd zijn; of
d)
op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
De commissie brengt de minister op de hoogte van het openen van een certificeringsprocedure evenals de aardgasvervoernetbeheerder wanneer zij op eigen initiatief handelt of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
Het verzoek tot certificering van een kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder evenals de kennisgeving van een aardgasvervoersnetbeheerder bedoeld in het eerste lid, b) geschiedt via aangetekende brief met ontvangstbewijs en vermeldt alle nuttige en noodzakelijke informatie. Desgevallend vraagt de commissie aan de kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder of aan de aardgasvervoersnetbeheerder om aanvullende informatie over te zenden binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de aanvraag.
Wanneer zij op eigen initiatief of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie handelt, vermeldt de commissie in haar schrijven de vermoede gebreken op de bepalingen voorzien bij artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, of maakt zij de motivering van de Europese Commissie over.
Na desgevallend de aardgasvervoersnetbeheerder ertoe te hebben uitgenodigd binnen een termijn van dertig werkdagen tegemoet te komen aan de tekortkomingen vermoedt of aan de motivering van de Europese Commissie, besluit de commissie tot een ontwerpbeslissing over de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de aanvraag van de kandidaat-aardgasvervoersnetbeheerder, de datum van de kennisgeving van de aardgasvervoersnetbeheerder, de datum waarop zij de minister op de hoogte heeft gebracht, wanneer zij op eigen initiatief handelt, of de datum van het verzoek van de Europese Commissie. De certificering wordt geacht te zijn toegekend bij het verstrijken van deze periode. De uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing van de commissie wordt pas definitief na het afsluiten van de procedure die bepaald wordt in het zesde tot het negende lid.
De commissie geeft onverwijld kennis aan de Europese Commissie van haar uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing betreffende de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder, vergezeld van alle nuttige informatie betreffende deze ontwerpbeslissing. De Europese Commissie geeft een advies overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009.
Nadat ze het uitdrukkelijk of stilzwijgend advies van de Europese Commissie heeft ontvangen, wijst de commissie en deelt deze aan de minister onverwijld en ten laatste binnen de maand na het advies van de Europese Commissie, haar definitieve beslissing van certificering mede, met motivering met betrekking tot het naleven van de vereisten van artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2. De commissie houdt bij haar beslissing zo veel mogelijk rekening met het advies van de Europese Commissie. De beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Bovenvermelde certificeringprocedure vervalt wanneer:
a)
er afstand werd gedaan van de transactie die ter kennis werd gebracht aan de commissie met toepassing van § 4bis; of
b)
de commissie beslist, op basis van de door de aardgasvervoernetbeheerder aangebrachte verbeteringen, de certificeringsprocedure op te heffen.
[Indien de procedure wordt opgestart op gemotiveerde beslissing van de Europese Commissie, informeert de commissie, desgevallend, de Europese Commissie over het vervallen van de certificeringsprocedure voorzien in het achtste lid.]
De commissie en de Europese Commissie kunnen bij de aardgasvervoersnetbeheerder en bij de bedrijven die werkzaam zijn in de productie en/of de levering van aardgas, alle nuttige informatie opvragen voor de vervulling van hun taken met toepassing van deze paragraaf. Zij zorgen voor de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie.]

[§ 4quater

Wanneer de certificering wordt aangevraagd door een eigenaar of een beheerder van een aardgasvervoersnet waarop een of meer personen van een of meer derde landen zeggenschap uitoefenen, brengt de commissie de Europese Commissie hiervan op de hoogte.
De commissie brengt de Europese Commissie ook onmiddellijk op de hoogte van elke situatie die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle verwerven over een aardgasvervoersnet of over een aardgasvervoersnetbeheerder.
Vóór de sluiting ervan brengt de aardgasvervoersnetbeheerder de commissie op de hoogte van elke [omstandigheid] die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle over het aardgasvervoersnet of de aardgasvervoersnetbeheerder verwerven. [Dergelijke omstandigheden kunnen] slechts worden voortgezet middels de certificering volgens deze paragraaf. In geval van [het voortbestaan van deze omstandigheden] zonder certificering stelt de commissie de aardgasvervoersnetbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten van artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, krachtens deze paragraaf. De aanwijzing van de aardgasvervoersnetbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
De kennisgeving op elk ogenblik aan de commissie van de afstand van het ontwerp van transactie [of het verdwijnen van elke situatie zoals bedoeld in het tweede lid] doet de certificeringsprocedure van deze paragraaf vervallen.
De commissie neemt een ontwerp van beslissing aan betreffende de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de kennisgeving waartoe deze laatste is overgegaan. Zij weigert om de certificering toe te kennen indien niet is aangetoond:
a)
dat de betrokken entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2; en
b)
dat de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of van de Europese Gemeenschap niet in gevaar brengt. Wanneer zij deze kwestie onderzoekt, houdt de commissie rekening met:
de rechten en plichten van de Europese Gemeenschap die voortvloeien uit het internationaal recht ten aanzien van dit derde land, met inbegrip van alle akkoorden afgesloten met een of meer derde landen waarbij de Europese Gemeenschap partij is en die het probleem van de bevoorradingszekerheid inzake energie behandelt;
de rechten en plichten van België ten aanzien van dit derde land die voortvloeien uit de met dit land afgesloten akkoorden, voor zover zij in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving; en
andere bijzondere feiten en omstandigheden van dit geval alsook van het betrokken derde land.
De commissie geeft de Europese Commissie onverwijld kennis van haar ontwerp van beslissing, evenals van alle nuttige informatie in verband hiermee.
Alvorens haar definitieve beslissing te nemen, vraagt de commissie het advies van de Europese Commissie om te vernemen of:
a)
de betreffende entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2; en
b)
de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van de Europese Gemeenschap niet in gevaar brengt.
De Europese Commissie onderzoekt de vraag zodra zij deze ontvangt en brengt haar advies aan de commissie uit binnen twee maanden na ontvangst van de vraag.
Voor de opstelling van haar advies, kan de Europese Commissie de mening vragen van het ACER, van de Belgische Staat en van de belanghebbende partijen. Indien de Europese Commissie een dergelijk verzoek doet, wordt de termijn van twee maanden met twee bijkomende maanden verlengd.
Indien de Europese Commissie geen advies verleent binnen de periode bepaald in het achtste en het negende lid, wordt zij geacht geen bezwaren te hebben opgeworpen tegen het ontwerp van beslissing van de commissie.
De commissie beschikt over een termijn van twee maanden na verloop van de in het achtste en het negende lid bedoelde termijn om haar definitieve beslissing aangaande de certificering te nemen. Hiertoe houdt de commissie maximaal rekening met het advies van de Europese Commissie. In elk geval heeft de commissie het recht om de certificering te weigeren indien dit de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of de bevoorradingszekerheid inzake energie van een andere Lidstaat in gevaar brengt.
De definitieve beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen gepubliceerd. Wanneer de definitieve beslissing van het advies van de Europese Commissie verschilt, geeft en publiceert de commissie, samen met de beslissing, de motivering van deze beslissing.]

[§ 4quinquies

De in §§ 4bis, 4ter en 4quater bedoelde certificeringprocedures worden op identieke wijze toegepast en volgens dezelfde vormen voor de beheerders van opslaginstallaties voor aardgas en LNG installaties.
De beheerders van de aardgasopslaginstallatie en van de LNG installatie die definitief werden aangewezen vóór de bekendmaking van de wet van [8 januari 2012] tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen worden geacht gecertificeerd te zijn. De commissie kan op ieder ogenblik een certificeringsprocedure openen overeenkomstig artikel 8, § 4bis.
De identiteit van de aangewezen beheerders voor aardgasopslaginstallaties en LNG installaties wordt aan de Europese Commissie medegedeeld.]

§ 5

Bij gebrek aan een kandidatuur binnen drie maanden na de datum van bekendmaking van een bericht van de minister in het Belgisch Staatsblad of in geval de kandidaturen niet overeenkomstig de wet zijn, wijst de minister de betrokken beheerder(s) aan na beraadslaging in de Ministerraad [en na certificering door de commissie, in overeenstemming met de procedure bedoeld in §§ 4bis, 4ter en 4quater. De identiteit van de aangewezen beheerders wordt aan de Europese Commissie medegedeeld.]

§ 6

De kandidaten die worden aangewezen overeenkomstig § 4 of, in voorkomend geval, overeenkomstig § 5, krijgen respectievelijk de volgende benaming:
beheerder van het aardgasvervoersnet;
beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
beheerder van de LNG-installatie.

§ 7

[Na de betrokken netbeheerder gehoord te hebben, na beraadslaging in de Ministerraad, en na advies van de commissie, kan de minister de aanwijzing van elke in § 6 bedoelde beheerder herroepen indien:
de beheerder ernstig tekortschiet in de verplichtingen die hem krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgelegd;
de voorwaarden voor de onafhankelijkheid van de beheerder, zoals bedoeld in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, niet zijn vervuld en, in het geval van de beheerder van het aardgasvervoersnet, in voorkomend geval, heeft geleid tot de afwezigheid van de certificering met toepassing van de procedure bedoeld in §§ 4bis, 4ter en 4quater;
de onafhankelijkheid van deze beheerder door fusie, splitsing of significante wijzigingen in het aandeelhouderschap in het gedrang zou kunnen komen en, in voorkomend geval, heeft geleid tot de weigering van de certificering met toepassing, van §§ 4bis en 4ter.]

§ 8

Elke in § 1 bedoelde beheerder kan de functie van gecombineerd netbeheerder vervullen.]