Art. 8/1.

§ 1

In afwijking van artikel 8 wordt de aardgasonderneming die op 1 juli 2004 houder is van één of meer aardgasvervoersvergunningen met toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, of van vergunningen voor de aardgasopslag, met inbegrip van de vergunningen afgeleverd met toepassing van de wet van 18 juli 1975 en de uitvoeringsbesluiten ervan, van rechtswege benoemd vanaf de datum van inwerkingtreding van dit artikel, tot, naargelang van het geval:
beheerder van het aardgasvervoersnet;
beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;
beheerder van de LNG-installatie.
Elk van deze drie benoemingen geldt tot de definitieve aanwijzing van de betrokken beheerder, overeenkomstig artikel 8, of tot de weigering van de minister deze benoeming te aanvaarden.

§ 2

Elke in § 1 bedoelde beheerder kan de functie van gecombineerd netbeheerder vervullen.]