Hoofdstuk IV.
Rechten en verplichtingen van de houder van een vervoersvergunning en van de beheerders


Afdeling I.
Vervoersvergunning


Art. 8/7.
Onder voorbehoud van artikel 4 worden alle vervoerinstallaties, ongeacht de begunstigde ervan, en alle werken uitgevoerd voor de aanleg en de uitbating van deze installaties, op onweerlegbare wijze geacht van openbaar nut te zijn.
De Koning bepaalt de nadere regels van het eerste lid van dit artikel.

Art. 9.
De [houder van een vervoervergunning] heeft het recht alle werken uit te voeren, onder, op of boven het openbaar domein, die nodig zijn voor de oprichting, de werking en het onderhoud in goede staat van de gasvervoerinstallaties. Deze werken moeten worden uitgevoerd overeenkomstig [de voorwaarden die in de vervoervergunning zijn vermeld], en met inachtneming van alle ter zake geldende wets- en verordeningsbepalingen.
Wanneer 's lands belang het vereist, heeft de Koning het recht de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallatie en de desbetreffende werken te doen wijzigen. De kosten van deze wijzigingen komen ten laste van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert. Ditzelfde recht bezitten ook de Staat, de provincie en de gemeente ten aanzien van de gasvervoerinstallaties op hun openbaar domein opgericht. De aldus verrichte wijzigingen geschieden op kosten van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert, indien zij zijn opgelegd hetzij terwille van de openbare veiligheid, hetzij terwille van de vrijwaring van het landschapsschoon, hetzij in het belang van een openbare dienst of van de waterlopen, kanalen en openbare wegen, hetzij wegens verandering in de toegangen tot de eigendommen gelegen langs de openbare weg. In de andere gevallen komen de kosten ten laste van de Staat, de provincie of de gemeente; deze laatste kunnen dan een voorafgaande prijsberekening vragen; als er onenigheid is over de prijs van de uit te voeren werken, kunnen zij ze zelf uitvoeren.

Art. 10.
Na onderzoek kan de Koning van openbaar nut verklaren het oprichten van een gasvervoerinstallatie onder, op of boven [het geheel of een deel van de private niet bebouwde gronden en die niet volledig omsloten zijn met een ondoordringbare muur of omheining].
Deze verklaring van openbaar nut verleent aan [de houder van een vervoervergunning], ten voordele van wie zij wordt gedaan, het recht gasvervoerinstallaties op te richten onder, op of boven deze private gronden, het toezicht op deze installaties te houden en de werken uit te voeren die nodig zijn voor de werking en het onderhoud ervan, onder de voorwaarden welke in die verklaring zijn genoemd.
[Met de uitvoering van de werken van aanleg van de vervoersinstallatie mag slechts een aanvang worden genomen] twee maanden nadat de belanghebbende eigenaars en huurders op de hoogte zijn gebracht bij ter post aangetekend schrijven.

Art. 11.
[Het gebruik waartoe het openbaar domein of privéterreinen die gedeeltelijk worden bezet, is bestemd, moet worden geëerbiedigd.] Deze bezetting brengt generlei bezitsberoving mee, maar vormt een wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut die elke daad verbiedt welke de gasvervoerinstallatie of de exploitatie ervan kan schaden.
[...]

Art. 12.
De eigenaar van het private erf dat met de erfdienstbaarheid zoals voorzien in artikel 11 is bezwaard, kan binnen de termijn door de Koning bepaald, aan de minister laten weten dat hij aan de gerechtigde van die erfdienstbaarheid vraagt het bezette gedeelte van het terrein aan te kopen.
Wanneer tussen de eigenaar van het bezwaarde erf en de houder van een vervoervergunning geen overeenstemming wordt bereikt over een verkoop in der minne, is het hiernavolgende artikel 14 van toepassing.
De vervoerinstallaties moeten worden verplaatst of, zo nodig, weggenomen op verzoek van de eigenaar van het bezwaarde erf of van degene die het recht heeft om er bouwwerken op uit te voeren of om het te omsluiten met een ondoordringbare muur of omheining.
Indien de betrokkenen waarvan sprake in het derde lid dit recht uitoefenen zonder de verplaatsing of het wegnemen van de vervoerinstallaties te eisen, behoudt de gerechtigde op de erfdienstbaarheid het recht om het toezicht op deze installaties uit te oefenen en om de werken uit te voeren die nodig zijn voor hun werking, hun onderhoud en hun herstelling.
De kosten veroorzaakt door het verplaatsen of wegnemen van de vervoerinstallaties komen ten laste van de gerechtigde op de erfdienstbaarheid; echter, de in het derde lid vermelde personen moeten minstens zes maanden voor zij de voorgenomen werken aanvangen, de gerechtigde op de erfdienstbaarheid hiervan schriftelijk verwittigen.

Art. 13.
De gerechtigde op de erfdienstbaarheid, bepaald in artikel 11, is verplicht een vergoeding te betalen aan de eigenaar van het erf dat met deze erfdienstbaarheid bezwaard is of aan hen die de werkelijke rechten bezitten welke aan dit erf verbonden zijn.
Deze vergoeding kan ineens uitbetaald worden, en geldt dan als een forfaitaire vergoeding; zij kan ook worden uitbetaald in de vorm van een jaarlijkse vooruit te betalen uitkering.
De [houder van een vervoervergunning] moet bovendien de schade vergoeden die berokkend wordt door de werken welke hij uitvoert voor de oprichting of gedurende de exploitatie van zijn gasvervoerinstallaties, alsook de schade aan derden berokkend, hetzij uit hoofde van de werken, hetzij door de benuttiging van het erf dat met de erfdienstbaarheid bezwaard is; de vergoedingen voor de berokkende schade komen volledig ten laste van deze houder; zij zijn verschuldigd aan de personen aan wie de schade berokkend wordt; hun bedrag wordt vastgesteld hetzij in der minne, hetzij door de rechtbanken.

Art. 14.
De [houder van een vervoervergunning], ten voordele van wie een koninklijk besluit van verklaring van openbaar nut is vastgesteld, kan, wanneer hij het vraagt en binnen de perken van dit laatste besluit door de Koning worden gemachtigd in naam van de Staat maar op eigen kosten de nodige onteigeningen te verrichten. De spoedprocedure bepaald in artikel 5 van de wet van 26 juli 1962 betreffende de onteigeningen ten algemenen nutte en de concessies voor de bouw van de autosnelwegen is van toepassing op deze onteigeningen.

Art. 15.
De [houder van een vervoervergunning] is verplicht zonder verwijl gevolg te geven aan elk met redenen omkleed verzoek van de bevoegde overheid om binnen de termijn van achtenveertig uur een einde te maken aan de stoornissen of schadelijke gevolgen die uit zijn gasvervoerexploitatie voortvloeien. Wanneer aan deze stoornissen of schadelijke gevolgen geen einde is gemaakt binnen de gestelde termijn, neemt de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort zelf de nodige maatregelen; zo nodig, geeft hij bevel tot wijziging of tot verplaatsing van de gasvervoerinstallaties. De bevelen van de Minister worden uitgevoerd op kosten en risico van de betrokken [vervoeronderneming].
[De houder van een vervoersvergunning met betrekking tot andere producten dan aardgas dient zijn vervoerinstallaties te onderhouden en te ontwikkelen tegen economisch aanvaardbare voorwaarden en met eerbiediging van het leefmilieu.]

Afdeling II.
Beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en beheerder van de LNG-installatie


Art. 15/1.

[§ 1

De beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie zijn respectievelijk gehouden:
de installaties, waarvan zij van rechtswege eigenaar zijn of waarop zij een recht hebben dat hun het genot garandeert van de infrastructuren en toestellen, te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze [en de gepaste middelen te verzekeren om aan de verplichtingen inzake de ondersteunende diensten te beantwoorden];
de installaties, rechtstreeks verbonden aan het aardgasvervoersnetwerk en waarvan zij geen eigenaar zijn of waarop zij geen recht hebben als bedoeld in 1, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een vervoersvergunning na de aanstelling van de beheerders, te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze overeenkomstig deze wet en die niet bedoeld worden in 1 [en de gepaste middelen te verzekeren om aan de verplichtingen inzake de ondersteunende diensten te beantwoorden];
te beschikken over een organisatie die hen toelaat hun respectievelijke taken redelijkerwijze te vervullen;
alle vereiste aandacht te besteden aan het respecteren van het milieu bij de vervulling van hun taken;
zich te onthouden van alle discriminatie tussen de gebruikers of de categorieën van gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas of de LNG-installatie, onder andere ten gunste van verwante ondernemingen;
aan de andere beheerders van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas, de LNG-installatie en/of de aardgasdistributie, voldoende informatie te verstrekken om te waarborgen dat het aardgasvervoer, de aardgasopslag en de LNG-activiteiten kunnen geschieden op een wijze die verenigbaar is met een veilige en efficiënte werking van de geïnterconnecteerde netten;
aan de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie de informatie te verstrekken die ze nodig hebben voor een efficiënte toegang tot het net en deze installaties, overeenkomstig de gedragscode;
zich te onthouden van activiteiten van productie of verkoop van aardgas of van bemiddeling inzake aardgas andere dan de verkopen of aankopen die genoodzaakt zijn door hun activiteiten om het evenwicht te verzekeren als beheerder van het aardgasvervoersnet, als beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas of als beheerder van de LNG-installatie, overeenkomstig de gedragscode;
alle redelijke middelen aan te wenden om een belangrijk en accidenteel onevenwicht van de respectievelijke gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te compenseren;
[9°bis
de secundaire markt te organiseren waarop netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen en waarop de beheerders eveneens capaciteit en flexibiliteit kunnen kopen;]
10°
erop toe te zien om een taalevenwicht te bereiken en te behouden bij de hernieuwing van de mandaten van de leden van de raad van bestuur, de leden van het directiecomité;
11°
[de commissie en de Algemene Directie Energie op de hoogte te brengen van elk incident dat op hun net en/of installaties voorvalt;
12°
te beschikken over een elektronisch platform voor de organisatie van de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en te zorgen voor de toegang van de commissie en de Algemene Directie Energie tot die elektronische platforms.]
De houders van een vervoersvergunning die niet vallen binnen het toepassingsgebied beoogd in punten 1° en 2°, exploiteren zelf hun leidingen zonder tussenkomst van de beheerders.

§ 2

De beheerder van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie mag, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks aan aandelen verbonden rechten hebben in ondernemingen voor de exploratie, de productie of de levering van aardgas of voor bemiddeling inzake aardgas.

§ 3

De beheerder van het aardgasvervoersnet is gehouden:
het technisch beheer van de aardgasstromen op zijn net te organiseren, om het mogelijk te maken dat het aardgasnet in evenwicht wordt gehouden, en waarbij hij over het evenwicht waakt, het in stand houdt en desgevallend herstelt met alle redelijke middelen waarover hij beschikt;
alle middelen aan te wenden om alle redelijke acties te ondernemen om de effecten te vermijden of te verhelpen die worden teweeggebracht door een noodsituatie die te maken heeft met de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net en waaraan de beheerder het hoofd moet bieden of die wordt ingeroepen door een gebruiker of gelijk welke betrokken persoon;
zich de energie aan te schaffen die hij gebruikt in het raam van de vervulling van zijn taken [volgens transparante, niet-discriminerende regels en op basis van de regels van de markt];
[voldoende grensoverschrijdende capaciteit te voorzien om de Europese vervoersinfrastructuur te integreren en tegemoet te komen aan alle economisch redelijke en technisch realiseerbare vragen, en rekening te houden met de bevoorradingszekerheid inzake aardgas;
te beschikken over een of meer regionaal geïntegreerde netten, zoals bedoeld in artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009, die twee of meer lidstaten dekken, om de capaciteit te verdelen en de veiligheid van het net te controleren;
in geval van weigering tot toegang tot het aardgasvervoersnet omwille van een te lage capaciteit of het ontbreken van een verbinding, over te gaan tot de nodige verbeteringen, in de mate dat dit economisch verantwoord is of wanneer een mogelijke afnemer aangeeft dat hij bereid is om deze ten laste te nemen;
een ontwerp van regels voor het beheer van de congestie op te stellen dat hij aan de commissie en de Algemene Directie Energie betekent. De commissie keurt dit ontwerp goed en kan hem op gemotiveerde wijze verzoeken deze regels te wijzigen mits het naleven van de regels voor de congestie die bepaald zijn door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in overleg met het ACER. De commissie publiceert op haar internetsite de regels voor het beheer van de congestie. De implementering van de regels wordt gemonitord door de commissie [...];
erop toezien dat, wanneer de afnemers die op het aardgasvervoersnet zijn aangesloten van leverancier willen veranderen, in overeenstemming met de duur en de modaliteiten van hun contracten en zonder deze op de helling te zetten, deze overstap binnen een maximumtermijn van drie wekenwordt uitgevoerd.]

§ 4

De on- en offshore installaties van [...] de Zeepipe Terminal (ZPT) die gelegen zijn op het Belgische grondgebied, worden beheerd samen met de upstream-installaties waarvan zij integraal deel uitmaken overeenkomstig de internationale verdragen. Zij worden niet beheerd door de beheerders beoogd in deze wet.]]

[§ 5

De beheerders van een aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas en van de LNG-installatie stellen elk jaar een investeringsplan voor de volgende tien jaar op en zenden dit over aan de commissie en de Algemene Directie Energie.
De beheerders duiden in hun investeringsplannen de investeringen aan die onderworpen zijn aan een open-seasonprocedure. De commissie en de Algemene Directie Energie kunnen ieder afzonderlijk, maar mits de andere op de hoogte wordt gehouden, aan de beheerders in een met redenen omkleed verzoek vragen om een open-seasonprocedure te organiseren voor investeringen die ze niet hadden voorzien.
De minister kan bovendien de commissie vragen om zich uit te spreken over de noodzaak om al dan niet de met toepassing van artikel 15/5bis vastgestelde tariefmethodologie om de financieringsmiddelen van de overwogen investeringen te waarborgen te herzien.

§ 6

De beheerders van het aardgasvervoersnet, van een opslaginstallatie voor aardgas en van een LNG-installatie streven naar het bevorderen van energie-efficiëntie op hun net of installatie [overeenkomstig de in de Gewesten geldende wet- en regelgeving].
[...]
[...]

§ 7

De beheerders van het aardgasvervoersnet, van opslaginstallatie voor aardgas en van een LNG-installatie werken bij de uitoefening van hun opdrachten samen met het ACER, op vraag van deze laatste, alsook met het Europees netwerk van aardgasvervoersnetbeheerders, om de verenigbaarheid van de reglementaire kaders tussen de regio's van de Europese Gemeenschap te garanderen, zoals bepaald door artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009.

§ 8

De beheerders van het vervoersnet voor aardgas, van de opslaginstallatie van aardgas en van een LNG installatie zenden aan de Algemene Directie Energie een afschrift over met het geheel van de informatie die zij gehouden zijn aan de commissie over te zenden in het kader van de gedragscode bedoeld bij artikel 15/5undecies.]

Art. 15/2.
Na advies van de Commissie kan de minister elke vervoeronderneming verplichten om de verbindingen of verbeteringen die hij nodig acht, uit te voeren, voorzover deze economisch verantwoord zijn of zo een afnemer zich ertoe verbindt de betreffende meerkost op zich te nemen.]

Afdeling III.
Gemeenschappelijke balancerings-onderneming


Art. 15/2bis.

§ 1

Onverminderd artikel 15/2quater kan de beheerder van het aardgasvervoersnet het beheer voor het in evenwicht houden van het aardgasvervoersnet aan een gemeenschappelijke onderneming, opgericht met één of meerdere beheerders van aardgasvervoersnetten van andere lidstaten, overdragen. Enkel de beheerder van het aardgasvervoersnet en de beheerders van de aardgasvervoersnetten van één of meerdere lidstaten, die gecertificeerd zijn overeenkomstig de artikelen 9 en 10, van de Richtlijn 2009/73/EG of die ontheven zijn van certificering overeenkomstig artikel 49, (6), van de Richtlijn 2009/73/EG, kunnen deelnemen aan de bedoelde gemeenschappelijke onderneming.

§ 2

De gemeenschappelijke onderneming wordt opgericht onder de vorm van een naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
De artikelen 8/3, § 1/1, derde tot vijfde lid, 8/4 en 8/5 zijn van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming.

§ 3

De gemeenschappelijke onderneming ontwerpt en implementeert een nalevingsprogramma met de maatregelen die moeten worden genomen om discriminerend en concurrentieverstorend gedrag uit te sluiten. Dit nalevingsprogramma noemt de specifieke verplichtingen op, die opgelegd zijn aan de werknemers, opdat de doelstelling van uitsluiting van discriminerend en concurrentieverstorend gedrag behaald wordt.
Het nalevingsprogramma bepaalt eveneens de te nemen voorzorgen door de gemeenschappelijke onderneming teneinde de vertrouwelijkheid te bewaren van de commerciële gegevens betreffende de netgebruikers actief in de balanceringszone waarvoor de gemeenschappelijke onderneming de verantwoordelijkheid draagt.
Het nalevingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het ACER na advies van de Commissie.
Elke wijziging van het nalevingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het ACER na advies van de Commissie.

Art. 15/2ter.

§ 1

De gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 15/2bis benoemt, na goedkeuring van de Commissie, een natuurlijke of rechtspersoon, “nalevingsfunctionaris” genoemd.
De Commissie kan de goedkeuring, als bedoeld in het eerste lid, weigeren vanwege een gebrek aan onafhankelijkheid of aan beroepsbekwaamheid.
Indien een aandeelhouder van de gemeenschappelijke onderneming een beheerder van een aardgasvervoersnet in een andere lidstaat is, die deel uitmaakt van een verticaal geïntegreerd bedrijf, mag de nalevings-functionaris in het jaar voor zijn benoeming door de gemeenschappelijke onderneming, direct noch indirect, een professionele activiteit of verantwoordelijkheid uitgeoefend hebben, geen belang of zakelijke betrekkingen gehad hebben met een vestiging van het verticaal geïntegreerd bedrijf dat functies van productie of levering verricht of een onderdeel daarvan en/of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen, andere dan de beheerder van een aardgasvervoersnet. Dit verbod geldt ook na beëindiging van de benoeming gedurende ten minste achttien maanden.
De voorwaarden betreffende het mandaat of de arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van de duur van zijn mandaat, van de nalevingsfunctionaris worden voor goedkeuring voorgelegd aan de Commissie. Deze voorwaarden waarborgen de onafhankelijkheid van de nalevingsfunc-tionaris, onder meer door hem te voorzien van alle middelen die nodig zijn om zijn taken te vervullen. Het mandaat van de nalevingsfunctionaris kan drie jaar niet overschrijden en mag hernieuwd worden.
Tijdens de volledige duur van zijn mandaat mag de nalevingsfunctionaris – direct noch indirect – een professionele positie, verantwoordelijkheid of belang hebben in de aandeelhouders van de gemeenschappelijke onderneming of in de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen.
De Commissie geeft instructie aan de gemeenschappelijke onderneming om de nalevingsfunctionaris in geval van gebrek aan onafhankelijkheid of beroepsbekwaamheid te ontheffen van zijn functie.

§ 2

De nalevingsfunctionaris woont alle relevante vergaderingen van de gemeenschappelijke onderneming bij, in het bijzonder wanneer het balanceringsmodel wordt behandeld, specifiek betreffende de tarieven, het balanceringscontract, de transparantie, de balancering, aankoop en verkoop van energie die nodig is voor het netevenwicht van de balanceringszone waarvoor de gemeenschappelijke onderneming verantwoordelijk is.
De nalevingsfunctionaris heeft zonder voorafgaande aankondiging toegang tot alle relevante gegevens, tot de kantoren van de gemeenschappelijke onderneming en tot alle informatie die voor de uitvoering van zijn taken noodzakelijk is.

§ 3

De nalevingsfunctionaris wordt belast met de volgende taken:
toezien op de tenuitvoerlegging van het nalevingsprogramma door de gemeenschappelijke onderneming;
opstellen van een verslag over de commerciële en financiële betrekkingen tussen de gemeenschappelijke onderneming en het verticaal geïntegreerde bedrijf of een onderdeel ervan en/of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen, anders dan de vervoersnetbeheerder. Zo nodig formuleert de nalevings-functionaris aanbevelingen over het nalevingsprogramma en somt de maatregelen op die zijn genomen in uitvoering van het nalevingsprogramma. Dit verslag wordt uiterlijk op 1 maart van elk jaar aan de Commissie meegedeeld;
de Commissie onverwijld in kennis stellen van elke inbreuk bij de uitvoering van het nalevingsprogramma.

Art. 15/2quater.

§ 1

In het geval dat de beheerder van het aardgasvervoersnet het beheer voor het in evenwicht houden van het aardgasvervoersnet aan een gemeenschappelijke onderneming overdraagt, overeenkomstig artikel 15/2bis, blijft de beheerder van het aardgasvervoersnet verantwoordelijk voor de systeemintegriteit en het operationeel beheer van zijn net inbegrepen de incidenten en de noodsituaties, waarvoor hij de specifieke maatregelen ten uitvoer legt die voorzien zijn in deze wet, de Verordening (EU) nr. 994/2010 en de uitvoeringsbesluiten.

§ 2

Elke wijziging of uitbreiding van de balanceringszone waarvan het beheer voor het behoud van het evenwicht van het aardgasvervoersnet aan een gemeenschappelijke onderneming wordt overgedragen overeenkomstig artikel 15/2bis, eerste lid, is slechts effectief als ze door de beheerder van het aardgasvervoersnet genotificeerd is bij de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake aardgas bedoeld in artikel 15/13, § 6, uiterlijk binnen een periode van zes maanden voor haar inwerkingtreding.
Deze kennisgeving omvat ten minste de volgende elementen:
een volledige beschrijving van de wijziging of uitbreiding van de voorgestelde balanceringszone;
het detail van de impact van deze wijziging op de rol, de taken en verantwoordelijkheden van de beheerder van het aardgasvervoersnet; en
een volledige beoordeling van de gevolgen van deze wijziging voor de bevoorradingszekerheid van het land en het werk van monitoring hiervan dat continu moet kunnen worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit.
De tenuitvoerlegging door de gemeenschappelijke onderneming van een balanceringszone die de grenzen van België overschrijdt, alsook elke wijziging of uitbreiding van een dergelijke grensoverschrijdende balanceringszone, mag de bevoorradingszekerheid van België op geen enkele wijze negatief beïnvloeden, geen afbreuk doen aan de ter beschikking stelling door de beheerder van het aardgasvervoersnet van real-time data, die het de bevoegde overheid mogelijk maken om een constante monitoring van de bevoorradingszekerheid te garanderen, noch de soevereine uitoefening door de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake aardgas bepaald in artikel 15/13, § 6, van zijn bevoegdheden beperken in de domeinen als bedoeld in deze wet en de Verordening (EU) nr. 994/2010.

Art. 15/2quinquies.

§ 1

Op de gemeenschappelijke onderneming zijn van toepassing de Verordening (EU) nr. 312/2014, evenals alle bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten die verband houden met balanceringsactiviteiten van de gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 15/2bis, voor zover deze niet strijdig zijn met de Verordening (EU) nr. 312/2014.
Op de gemeenschappelijke onderneming zijn in het bijzonder van toepassing de artikelen 15/16, 15/18, 15/18bis, 15/20, 15/20bis, 15/21, 15/22, 18, 19, 19bis, 20, 20/1, 20/1bis, 20/2 en 23.

§ 2

De Commissie is, ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming, als bedoeld in artikel 15/2bis, bevoegd voor de uitvoering van de taken opgenoemd in artikel 15/14, § 2, tweede lid, met uitzondering van punten 26°, 30°, 31°, 32° en 33°, voor zover zij verband houden met balanceringsactiviteiten uit te voeren door de gemeenschappelijke onderneming.
De Commissie bekrachtigt, op voorstel van de gemeenschappelijke onderneming:
het balanceringscontract en, in voorkomend geval, de balanceringscode die de rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming en de netgebruikers in het kader van de balanceringsactiviteit beheerst.
Het balanceringscontract en, in voorkomend geval, de balanceringscode bevatten in elk geval op gedetailleerde wijze:
a)
de definities van de in het balanceringscontract gebruikte terminologie;
b)
het voorwerp van het balanceringscontract;
c)
de voorwaarden waaraan de balanceringsactiviteit door de gemeenschappelijke onderneming geleverd wordt;
d)
de rechten en plichten verbonden aan de geleverde balanceringsactiviteit;
e)
de facturatie en betalingsmodaliteiten;
f)
de financiële garanties en andere waarborgen;
g)
de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming en de netgebruikers;
h)
de impact van situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen;
i)
de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van het balanceringscontract;
j)
de duur van het balanceringscontract;
k)
de bepalingen inzake opschorting en opzeg van het balanceringscontract, met uitzondering van uitdrukkelijk ontbindende bedingen in hoofde van de gemeenschappelijke onderneming;
l)
overeengekomen vormen inzake kennisgevingen tussen partijen;
m)
de bepalingen die van toepassing zijn wanneer de netgebruiker foutieve en onvolledige informatie geeft;
n)
het stelsel van geschillenregeling;
o)
het toepasselijke recht;
p)
de regels en procedures die van toepassing zijn op de geïntegreerde balanceringszone en het balanceringsmodel.
het balanceringsprogramma, dat het balanceringsmodel beschrijft;
de balanceringstarieven.
Het voorstel van het balanceringscontract, van het balanceringsprogramma en van de balanceringscode, evenals de eventuele wijzigingen ervan, worden door de gemeenschappelijke onderneming opgesteld na raadpleging door deze laatste van de netgebruikers. Daartoe richt de gemeenschappelijke onderneming een overlegstructuur op binnen dewelke zij de netgebruikers kan ontmoeten. De gemeenschappelijke onderneming stelt een verslag op over de raadpleging dat zij toevoegt aan de documenten die ter goedkeuring worden voorgelegd. Voor zover dat de gemeenschappelijke onderneming nog niet zou zijn opgericht ten tijde van de eerste raadpleging van de netgebruikers inzake het balanceringscontract, het balanceringsprogramma en de balanceringscode, zal deze raadpleging worden uitgevoerd door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De Commissie kan, rekening houdend met gewijzigde marktomstandigheden, met inbegrip van nieuwe of gewijzigde wet- of regelgeving, en/of met haar evaluatie van de marktwerking, de gemeenschappelijke onderneming de opdracht geven het goedgekeurde balanceringscontract, het balanceringsprogramma en de balanceringscode aan te passen en daartoe een voorstel tot wijziging ter goedkeuring voor te leggen aan haar.
Artikel 15/5bis, §§ 1, 7 en 8, 10 en 11, 13 en 14, is mutatis mutandis van toepassing op het tariefvoorstel ingediend door de gemeenschappelijke onderneming, op de balanceringstarieven en op hun goedkeuring door de Commissie.

§ 3

Wanneer een balanceringszone de grenzen van België overschrijdt, werkt de Commissie onderling samen met ACER en met de regulerende instanties van de betrokken lidstaten om toezicht te houden op het in evenwicht houden van deze balanceringszone.
De Commissie en de bevoegde regulerende instanties van de andere betrokken lidstaten kunnen een akkoord afsluiten in toepassing van artikel 15/14quater, § 1, vierde lid, met het oog op de regulering van de voornoemde gemeenschappelijke onderneming.

Afdeling IV.
Toegang tot niet-actieve infrastructuur met het oog op de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid en coördinatie van civieltechnische werken


Art. 15/2sexies.

§ 1

Elke beheerder van niet-actieve infrastructuur heeft het recht ondernemingen die elektronische communicatienetwerken aanbieden of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, toegang te geven tot zijn niet-actieve infrastructuur met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.

§ 2

Op schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, willigt de beheerder van niet-actieve infrastructuur de redelijke verzoeken om toegang tot zijn niet-actieve infrastructuur in onder billijke en redelijke eisen en voorwaarden met inbegrip van de prijs, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid. Dat schriftelijke verzoek bevat een nadere omschrijving van de elementen van het project waarvoor om toegang wordt verzocht, met inbegrip van een tijdschema.

§ 3

Elke weigering om toegang te verlenen, is gebaseerd op objectieve, transparante en evenredige criteria, zoals:
de technische geschiktheid van de niet-actieve infrastructuur waarvoor om toegang wordt verzocht voor het onderbrengen van de in paragraaf 2 bedoelde elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid;
de beschikbaarheid van ruimte om andere elementen van het vervoernet, van het gesloten industrieel net of van de directe leiding van de beheerder van niet-actieve infrastructuur te huisvesten, de toekomstige behoeften aan ruimte van de beheerder inbegrepen, of om de in paragraaf 2 bedoelde elementen van de elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid te huisvesten, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de toekomstige behoeften aan ruimte, die afdoende moeten worden aangetoond, van de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, die het verzoek heeft ingediend of met de elementen van netwerken van andere ondernemingen;
overwegingen met betrekking tot veiligheid en volksgezondheid;
de integriteit en veiligheid van de niet-actieve infrastructuur, met name van kritieke nationale infrastructuur bedoeld in de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren;
het risico van ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via de niet-actieve infrastructuur worden verstrekt;
de vraag of de beheerder van de niet-actieve infrastructuur beschikt over levensvatbare alternatieve middelen voor het verlenen van wholesaletoegang tot de fysieke niet-actieve infrastructuur die geschikt zijn voor het aanbieden van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid, op voorwaarde dat de toegang onder billijke en redelijke voorwaarden wordt verleend.
Uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het volledige verzoek om toegang geeft de beheerder van de niet-actieve infrastructuur de redenen voor de weigering op.

§ 4

[Indien uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het verzoek, toegang wordt geweigerd of geen overeenstemming wordt bereikt over specifieke eisen en voorwaarden, met inbegrip van de prijs, heeft elke partij het recht deze kwestie door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.

§ 5

Dit artikel laat het eigendomsrecht van de eigenaar van de niet-actieve infrastructuur, indien de beheerder van de niet-actieve infrastructuur niet de eigenaar is, alsmede het eigendomsrecht van derden, zoals landeigenaren en eigenaren van privaat eigendom, onverlet. Dit artikel laat eveneens de verplichting voor de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, om de toelatingen en vergunningen te bekomen die vereist zijn voor de aanleg van de bestanddelen van zijn elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid, onverlet.

Art. 15/2septies.

§ 1

Iedere onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, heeft op verzoek recht op toegang tot de volgende minimuminformatie met betrekking tot de bestaande niet-actieve infrastructuur van de beheerder van een niet-actieve infrastructuur, teneinde overeenkomstig artikel 15/2sexies, § 2, een verzoek om toegang tot niet-actieve infrastructuur in te dienen:
locatie en route;
aard en huidig gebruik van de infrastructuur; en
een contactpunt.
De onderneming die om toegang verzoekt, specificeert het gebied waarin wordt overwogen om elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid aan te leggen.
Een beperking van de toegang tot de in het eerste lid 1 bedoelde minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op de veiligheid en integriteit van de niet-actieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.

§ 2

Indien de in paragraaf 1 bedoelde minimuminformatie niet via het centrale informatiepunt beschikbaar is, biedt de beheerder van de niet-actieve infrastructuur op specifiek schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, toegang aan tot dergelijke informatie.
In dat verzoek wordt gespecificeerd in welk gebied de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen.
Toegang tot informatie moet binnen twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden verleend, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1.

§ 3

Op specifiek, schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatie-netwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, gaat de beheerder van een niet-actieve infrastructuur in op redelijke verzoeken tot inspecties ter plaatse van specifieke elementen van zijn niet-actieve infrastructuur. In dat verzoek worden de elementen van het betrokken netwerk gespecificeerd met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.
Inspecties ter plaatse van de gespecificeerde elementen van de niet-actieve infrastructuur moeten uiterlijk één maand vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden toegestaan, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1. De personen die de toestemming gekregen hebben moeten de procedures en veiligheidsmaatregelen die hun worden meegedeeld, nauwgezet naleven.

§ 4

[Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.

§ 5

Wanneer zij overeenkomstig dit artikel toegang krijgen tot informatie, nemen de ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, de nodige maatregelen ter bescherming van vertrouwelijkheid en handels- en bedrijfsgeheimen.

Art. 15/2octies.

§ 1

Onverminderd iedere bepaling ter regulering van de coördinatie van civieltechnische werken in het openbaar domein, ingevoerd bij decreet of ordonnantie, heeft de beheerder van een niet-actieve infrastructuur het recht om met ondernemingen die elektronische communicatienetwerken aanbieden of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, te onderhandelen over overeenkomsten met betrekking tot de coördinatie van civieltechnische werken met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.

§ 2

De beheerder van een niet-actieve infrastructuur die, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk met overheidsgeld gefinancierde civiele werken uitvoert, voldoet aan elk redelijk verzoek om onder transparante en niet-discriminerende voorwaarden de civiele werken te coördineren, die gedaan worden door ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of waaraan vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid.
Dat verzoek kan worden ingewilligd, mits:
dit geen aanvullende kosten, daaronder begrepen kosten door bijkomende vertragingen, met zich zal meebrengen voor de oorspronkelijk geplande civiele werken;
dit geen belemmering zal vormen voor de controle over de coördinatie van de werken;
het verzoek om coördinatie zo spoedig mogelijk wordt gedaan, en in ieder geval ten minste één maand voordat het definitieve project wordt ingediend bij de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten.

§ 3

[Indien binnen een maand vanaf de datum van ontvangst van het formele verzoek om overleg overeenkomstig § 2 geen overeenstemming is bereikt over de coördinatie van civiele werken, heeft elke partij het recht de zaak door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.

Art. 15/2novies.

§ 1

Met het oog op onderhandelingen over overeenkomsten met betrekking tot de coördinatie van civiele werken als bedoeld in artikel 15/2octies, stelt de beheerder van een niet-actieve infrastructuur, op specifiek schriftelijk ingediend verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, de volgende minimuminformatie ter beschikking over lopende of geplande civiele werken met betrekking tot zijn niet-actieve infrastructuur waarvoor een vergunning is verleend, waarvoor een vergunningsprocedure loopt of waarvoor binnen de komende zes maanden een eerste aanvraag voor een vergunning bij de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten zal worden ingediend:
de locatie en het type werkzaamheden;
de betrokken elementen van de niet-actieve infrastructuur;
de geraamde datum voor de aanvang van de werkzaamheden en de duur; en
een contactpunt.
In haar verzoek vermeldt de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, het gebied waarin de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur verleent uiterlijk twee weken vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijke verzoek de gevraagde informatie, onder evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden.
Een beperking van de toegang tot de minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op de veiligheid en integriteit van de niet-actieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.

§ 2

De beheerder van een niet-actieve infrastructuur kan het verzoek overeenkomstig § 1 weigeren in de volgende gevallen:
hij heeft de gevraagde informatie in elektronisch formaat openbaar gemaakt, of
de toegang tot dergelijke informatie is mogelijk via het centraal informatiepunt.

§ 3

De beheerder van een niet-actieve infrastructuur stelt de in § 1 bedoelde minimuminformatie waar om is verzocht, ter beschikking via het centraal informatiepunt.

§ 4

[Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.

Art. 15/2decies.

§ 1

Het beroep bedoeld in artikel 15/2sexies, § 4, tweede lid, 15/2septies, § 4, tweede lid, 15/2octies, § 3, tweede lid, of 15/2novies, § 4, tweede lid, wordt op straffe van onontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij verzoekschrift dat ondertekend wordt en ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel wordt neergelegd. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in evenveel exemplaren als er partijen in de zaak zijn.

§ 2

Binnen de drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift wordt het verzoekschrift door de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bij gerechtsbrief betekend aan de partijen die door eiser voor de zaak worden opgeroepen.
Op elk ogenblik kan de rechtbank van eerste aanleg te Brussel voor de zaak alle andere personen ambtshalve oproepen wier situatie door het beroep kan worden aangetast, om in het geding tussen te komen.

§ 3

De rechtbank van eerste aanleg te Brussel bepaalt de termijnen binnen dewelke de partijen elkaar hun geschreven opmerkingen bezorgen en daarvan ter griffie kopie neerleggen. De rechtbank bepaalt eveneens de datum van de debatten.
De rechtbank van eerste aanleg te Brussel beslist binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in paragraaf 1.