Art. 15.
De [houder van een vervoervergunning] is verplicht zonder verwijl gevolg te geven aan elk met redenen omkleed verzoek van de bevoegde overheid om binnen de termijn van achtenveertig uur een einde te maken aan de stoornissen of schadelijke gevolgen die uit zijn gasvervoerexploitatie voortvloeien. Wanneer aan deze stoornissen of schadelijke gevolgen geen einde is gemaakt binnen de gestelde termijn, neemt de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort zelf de nodige maatregelen; zo nodig, geeft hij bevel tot wijziging of tot verplaatsing van de gasvervoerinstallaties. De bevelen van de Minister worden uitgevoerd op kosten en risico van de betrokken [vervoeronderneming].
[De houder van een vervoersvergunning met betrekking tot andere producten dan aardgas dient zijn vervoerinstallaties te onderhouden en te ontwikkelen tegen economisch aanvaardbare voorwaarden en met eerbiediging van het leefmilieu.]